Homo-activist zonder vrees

Amy Ashworth (1924-2017) emigreerde na de oorlog naar de VS. Twee van haar drie zonen bleken homo. Ze werd homo-activist.

Amy Ashworth wist door de oorlog wat er kan gebeuren als een minderheid wordt buitengesloten.

Ze kwam uit een conservatief katholiek nest, kreeg twee homoseksuele zonen en groeide uit tot een van de meest invloedrijke Amerikaanse homo-activisten. Amy Ashworth overleed eerder deze maand in een verzorgingstehuis in Californië. Zij werd 92.

Met een koffer en wat spaargeld stapte zij in 1950 aan boord van de ‘Nieuw Amsterdam’. Een vrouw van 26, alleen naar een land waar ze nooit was geweest; maar Amy had weinig te verliezen. Het was crisistijd in Nederland. Ze had het uitgemaakt met haar verloofde. Haar broer kende iemand in New York die op zoek was naar een nanny. Waarom niet?

Amelie Marie Wilhelmine Everard was de jongste van een welgesteld gezin met zes kinderen in Aerdenhout. Haar moeder overleed toen zij een peuter was. Toen haar vader hertrouwde met de zus van zijn echtgenote – een weduwe – breidde het gezin uit met haar drie kinderen. Amy was eenzaam, zeggen nabestaanden. De kostschool van de Franse nonnen in Tubbergen, waar zij als tiener belandde, maakte het er niet beter op.

De oorlogsjaren waren zwaar, vertelt Everard Ashworth. Hij denkt dat zijn moeder getraumatiseerd raakte. „Ze sprak weinig over die periode”, vertelt hij vanuit Californië. „Maar ik weet wel dat zij van de kostschool werd getrapt omdat zij ‘slet’ had geroepen tegen een paar vrouwen die gearmd door Amsterdam liepen met Duitse officieren. Ze heeft het niet met zo veel woorden gezegd, maar ik vermoed dat de Duitsers haar een tijd hebben vastgezet.”

Het was Amy Ashworth ten voeten uit, zeggen nabestaanden. Ze kende geen angst. Die kwaliteit zou haar in het verre Amerika goed van pas komen.

In New York vond Amy een baan bij het Nederlandse consulaat. Door haar afkomst had zij een goed netwerk, vertelt nicht Mariëtte Everard. „Haar baas keek verbaasd toe toen Joseph Luns haar tijdens een bezoek aan het consulaat allerhartelijkst begroette. Amy was ‘maar’ secretaresse en Luns een gevierd politicus en diplomaat. Dat ging voor zijn gevoel niet samen.”

Amy had geen autoriteitenvrees. En ze wist dat ze veel te bieden had. Dat moet ook Richard Ashworth hebben gezien, de man met wie zij in de jaren vijftig trouwde. Maritiem advocaat Ashworth viel als een blok voor de brunette met het vette Nederlandse accent. Ze kregen drie zonen en leidden een rustig bestaan in een welgesteld suburb van New York. „Met veel boterhammen met pindakaas en hagelslag”, herinnert Everard Ashworth zich.

Tot die dag in 1972 dat zoon Tucker met een onverwachte mededeling kwam: I’m gay. Amy voelde zich 24 uur vreselijk, vertelde zij in 1983 aan The New York Times. „Ik vroeg mij af wat ik verkeerd had gedaan.” Maar daarna belde zij Tucker om te zeggen dat zij hem onvoorwaardelijk steunde. Door de oorlog wist Amy wat er kan gebeuren als een minderheid wordt buitengesloten, zegt Everard Ashworth. „Dat zou haar getalenteerde, vrolijke zoon niet overkomen.”

Op aanraden van Tucker bezochten Amy en Dick de oprichtingsbijeenkomst van Parents of Gays, het latere Parents and Friends of Lesbians and Gays (PFLAG). „Nu kent die organisatie ruim 400 afdelingen”, zegt Amy’s goede vriend Gordon Stewart. „Maar toen was er niets. In de VS was seksualiteit een taboe. Laat staan homoseksualiteit. Wat Amy en Dick deden vereist veel moed.”

Amy begon lezingen te geven aan ouders van homo’s en lesbo’s. Ze liep mee in gay pride parades. Begon te lobbyen voor homorechten. En in de jaren tachtig verscheen zij steeds vaker op televisie. Bij de Phil Donahue show stond zij tegenover zangeres Anita Bryant, een notoire homohater. Toen Bryant uit de Bijbel citeerde om haar argumenten kracht bij te zetten, sloeg Amy met gelijke wapens terug. „Lees verder in de Bijbel”, zei ze. „Dan zul je lezen dat vrouwen zich niet over religieuze kwesties mogen uitspreken.”

In de jaren negentig brak er opnieuw een zware periode voor Amy aan. In tien jaar tijd overleden haar zoons Tucker en Eric aan aids. Kort daarna stierf echtgenoot Dick aan kanker. „Mijn moeder kreeg een ernstige depressie”, vertelt zoon Everard. „Ook de traumatische oorlogsjaren speelden weer op.”

Toch wist zij zich te herpakken. Amy ging werken in een gaarkeuken voor aidspatiënten en richtte een stipendium voor homoseksuele studenten op, in naam van haar echtgenoot.

Volgens petekind Lodewijk Bosch van Drakestein leefde ze tot haar dood naar de lijfspreuk van James Thurrer: ‘Let us not look back in anger, nor forward in fear, but around in awareness.’