Column

Hoe naïef wil Nederland zijn?

Staat Nederland aan de vooravond van een volgende overnamegolf van toonaangevende ondernemingen? Wordt het derde nogmaals verhoogde bod van bijna 25 miljard euro op AkzoNobel (verf, chemie, 46.000 werknemers) door de Amerikaanse concurrent PPG het symbool van een nieuwe Uitverkoop van Nederland, zoals m’n boek uit 2009 heette?

Dat boek verscheen deze week acht jaar geleden. Hoe anders was toen het politiek-maatschappelijke klimaat. Politici waren niet bang, maar eerder trots op de verkoop van bedrijven als Stork (industrie) en Numico (Olvarit babyvoeding) en later van energiebedrijven Nuon en Essent. Kijk onze bedrijven eens populair zijn. Nederland was een open, internationaal investeringsland, toch?

Dat de VS, Duitsland, Frankrijk en Spanje niet toestonden dat ‘hun’ bedrijven in cruciale sectoren (defensie, technologie, banen) zomaar werden overgenomen, was hun zaak. Nederland was gidsland in een liberale wereldeconomie.

Nederland was gidsland in een liberale wereldeconomie

In de politiek had alleen de SP belangstelling voor het onderwerp. Toen de fractievoorzitter van de SP in de Tweede Kamer vroeg of ik naar aanleiding van Uitverkoop een praatje over de uitverkoop wilde houden op een SP-studiemiddag zei de toenmalige NRC hoofdredactie ‘nee’. Een NRC-redacteur die de SP ‘adviseerde’, was een brug te ver.

Deze week zag ik in Nieuwsuur een bonte Kamercoalitie, inclusief D66 en CDA (en ook SP), nieuwe wetgeving schetsen om vijandige overnames van concerns als AkzoNobel te voorkomen. Zo wrijf ik wel vaker mijn ogen uit. Twee liberale ministers, Mark Rutte en Henk Kamp, die eind vorig jaar een Belgisch bod op PostNL blokkeerden. Dreigende politieke taal na een rap ingeslikt Amerikaans bod op Unilever (zeep, voeding). Kamp die strengere wetten aankondigt voor buitenlandse overnames.

Nog opvallender: een kwartet wetenschappers van de Radboud Universiteit Nijmegen publiceerde twee weken geleden een rapport over de vraag of en hoe buitenlandse aandeelhouders een gevaar zijn voor onze nationale veiligheid. Vitale vennootschappen in veilige handen is de titel. Ook dat was tien jaar geleden geen punt. Het industriële concern Stork, toeleverancier voor de defensie-industrie (JSF), verkocht zichzelf toen onder druk van twee Angelsaksische sprinkhaan-beleggers aan een buitenlandse private-equityfinancier. Daarover maakten de verschillende ministeries (Economische Zaken, Defensie) zich geen zorgen. Wat kon daar nu misgaan?

Het gros van de geraadpleegde experts kwalificeert de houding van de Nederlandse regering nog steeds als naïef

De angst dat vertrouwelijke overheidsinformatie niet veilig zou zijn, speelde al wel een wezenlijke rol bij de afwijzing door KPN van een Mexicaanse overname in 2013. Het rapport van de Radboud Universiteit is daarvan nog een gevolg. Het rapport is geschreven in opdracht van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid, de NCTV. Men is namelijk bij de veiligheidsdiensten ook bezorgd geraakt over (verkapte) overnames vanuit China en Rusland.

Het Vitale Vennootschappen-rapport ademt vertrouwelijkheid. De wetenschappers hebben met tientallen juristen, bedrijfsbestuurders en experts gesproken, maar alle citaten zijn anoniem. Er is zelfs geen namenlijstje van de geraadpleegde betrokkenen.

Twee zaken springen eruit. Het wetsontwerp dat minister Kamp voorbereidt om buitenlandse overnames in de telecomsector te toetsen op gevolgen voor de nationale veiligheid schiet in zijn huidige vorm te kort. Het is te vrijblijvend.

Ten tweede: het gros van de geraadpleegde experts kwalificeert de houding van de Nederlandse regering nog steeds als naïef. Acht jaar verder, toch weinig veranderd.