Cultuur

Interview

Interview

Wij waren de eersten die een markteconomie gingen invoeren in een land waarin de economie voor 90 procent uit staatsbedrijven bestond.”

Foto: Albert Zawada / Agencja Gazeta

‘We hebben in Polen niet hard genoeg hervormd’

Leszek Balcerowicz

Aanvallen op de ‘neo-liberale’ architect van het Poolse economische wonder kwamen altijd al van links. Nu komen ze ook van nationalistisch rechts. „Ik weet niet of critici van de vrije markt nu dom zijn of cynisch.”

Leszek Balcerowicz (70) was de eerste Poolse minister van Financiën na de val van het communisme. Vrijemarktdenkers wereldwijd vieren hem als de man die met ‘het plan Balcerowicz’ het grootste economische wonder van Oost-Europa in gang zette: een verzevenvoudiging van het Poolse bruto binnenlandse product in 25 jaar tijd.

Het plan bestond uit een mix van liberalisering, privatisering en deregulering. Critici noemden het ‘shocktherapie’, met meer shock dan therapie. In het kapitalisme à la Balcerowicz zien zij inmiddels de schuld van anti-liberale verkiezingstriomfen overal ter wereld. Zo ook in Polen, waar de rechts-populistische regeringspartij PiS regeert. Die partij voer op de golven van onvrede onder verliezers van de transitie.

„Een waardeloze analyse”, vertelt de hoogleraar politieke economie ons op zijn kantoor op de Warsaw School of Economics. „Antikapitalistische propaganda”, maakt niet uit of de aanvallen nu van rechts of van links komen. Hij ergert zich aan termen als „neoliberalisme” en „austerity”. Die zijn volgens hem slechts bedoeld om goed beleid een slechte naam te geven.

Begrijp hem niet verkeerd: de opkomst van populistisch rechts is een groot gevaar, meent hij, of het nu om Le Pen, Trump, Wilders of Kaczynski gaat. „De mensen willen sterke mannen; ze zijn Mussolini, Stalin, Brezjnev vergeten!” Maar nee, die opmars heeft volgens Balcerowicz niets te maken met het vrijemarktdenken dat hij al decennia voorstaat.

Heeft u dan nergens spijt van?

„Jawel, dat we in Polen niet hard genoeg hebben hervormd.”

Pardon?

„Kijk, die ‘shocktherapie’ was helemaal niet zo hard als meestal wordt voorgesteld. We moesten zoveel tegelijk doen, dat we niet iedereen in de gaten konden houden. Dus lieten we de minister van Sociale Zaken te veel begaan. Dat is de gevaarlijkste minister in iedere regering, altijd. Die van ons verhoogde de pensioenen en construeerde een belachelijk genereuze werkloosheidswet, mensen konden direct van de universiteit een uitkering in. Dat leidde tot een explosie van de werkloosheidscijfers, waardoor critici konden zeggen: kijk wat hier gebeurt!

„Polen, denk ik, was in een nóg betere situatie geweest als we de privatisering sneller hadden doorgevoerd. Er is een verzachtende omstandigheid: wij waren de eersten die een markteconomie gingen invoeren in een land waarin de economie voor 90 procent uit staatsbedrijven bestond. We konden het niet afkijken bij anderen.

„Nu kunnen we vergelijken. Na de ineenstorting van het communisme zag je overal verschillende benaderingen, met verschillende resultaten. Conclusie: ingrijpende markthervormingen werkten het beste. Vertraging van veranderingen had overal slechtere resultaten. Neem Hongarije. Ze waren daar zo trots op de hervormingen die ze al onder het communisme hadden doorgevoerd, hun zogenoemde ‘goulashsocialisme’, dat ze dachten rustig aan te kunnen doen. Gevolg: lagere groei en uiteindelijk een lagere levensstandaard.”

Niet iedereen won. Uw shocktherapie kende ook verliezers.

„Kijk, Polen heeft extreem veel verloren onder het communisme. We begonnen aan een inhaalrace. Als je je dan in de eerste plaats bekommert om de verliezers, wordt iedereen een verliezer. We konden verliezers in de absolute zin voorkomen, maar relatieve verliezers zijn er altijd. Omdat ieder systeem een eigen rangorde van beloningen heeft, in betaling én in prestige.

„Wie stond aan de top in het socialisme? Arbeiders in de zware industrie, dat waren de helden van het socialisme. Wie stonden helemaal onderaan? Accountants. Als accountant bestond je niet, omdat je tijdens het communisme geen kosten hoefde bij te houden. Toen kwam de transitie, een revolutie. Plots verschenen goede ondernemers, slimme advocaten, ingenieurs, accountants. Wie verloor in relatieve termen? Die geprivilegieerde groepen, zoals mijnwerkers. Dat noemen we: relatieve deprivatie.”

Houd je niet van privatiseren? Oké, ga dan naar Wit-Rusland, een waar socialistisch paradijs: iedereen even arm!

Voor veel mensen betekenden die industrieën meer dan hun broodwinning. Het was hun identiteit.

„De grote staatsbedrijven waren te vet en moesten op dieet. Overal in de wereld bestaat een vooroordeel tegen het privatiseren van overheidsbedrijven. Mensen geloven in slogans, zoals het idee dat overheidsbedrijven van de gemeenschap zijn, van ons. Dat zijn ze niet, ze zijn het domein van politieke machthebbers, die ze gebruiken voor hun eigen politieke doeleinden. Antikapitalistische propaganda is extreem hardnekkig. Hier in Polen zeg ik altijd: houd je niet van privatiseren? Oké, ga dan naar de buren, naar Wit-Rusland, een waar socialistisch paradijs: iedereen even arm!”

Na zo’n opmerking geeft Balcerowicz een knipoog. Een geamuseerde gezichtsuitdrukking verraadt dat een volgende uiting van gespeelde verbazing of vrolijk dédain in aantocht is. Af en toe slaat hij geestdriftig op tafel. Vooral als hij over Oekraïne praat, een land waarvan de president, Petro Porosjenko, hem heeft aangesteld als economisch raadsman. Met een team transitiespecialisten adviseert de Pool de elites in Kiev bij het omvormen van de Oekraïense economie.

Hij vindt dat het land belangrijke progressie boekt. De westerse en Oekraïense pers is diep sceptisch over de hervormingsgezindheid en corruptie onder de Oekraïense elites, dat weet hij ook. Hij wijst erop dat Oekraïne, anders dan Rusland, een vrije samenleving heeft en dus kritische media. „Daardoor ontstaat er een bias voor onheilstijdingen. Vooral slechte berichten sijpelen door.”

Die prijs betaalt hij graag voor een vrije samenleving, maar nu we hem er toch naar vragen wil hij graag dat we opschrijven „hoe ongelofelijk knap” het is dat Oekraïne het begrotingstekort heeft teruggebracht van 10 naar 3 procent van het bbp. Al ging dat met buitenlandse hulp.

„Dit gebeurde allemaal middenin een oorlog die 10.000 levens heeft gekost plus 1,7 miljoen binnenlandse vluchtelingen gecreëerd. Bovendien heeft Rusland met zijn importverbod 25 procent van de export doorgestreept. Stel je eens voor dat Nederland niet meer naar Duitsland mag exporteren. En dan plant Nederland Oekraïne een mes in de rug, door tegen het EU-associatieverdrag te stemmen. Dat is geen kwestie van economie maar van moraal.”

Meer landen vallen op zichzelf terug. Trump zette direct een streep door het handelsverdrag TTP, met twaalf landen die grenzen aan de Stille Oceaan.

„Zorgelijk. Je hoopt dat mensen toch gewoon kijken naar wat het beste werkt, voor iedereen. Dat is mondialisering, vrijhandel. Trump is heel gevaarlijk. De man valt een arm land als Mexico aan. Ziekmakend. Kijk, je kunt de massa enthousiast krijgen voor waanideeën. Dat is altijd zo geweest. Neem jullie vredesbeweging, in de jaren zeventig en tachtig. Jullie wilden ontwapenen tegenover de Sovjetunie. Volkomen mesjogge natuurlijk.

„Zoiets is nu ook aan de gang, met het opruien van mensen tegen een vrijhandelsverdrag als TTIP [het voorgestelde vrijhandelsverdrag tussen de Verenigde Staten en Europa, dat eveneens onder vuur ligt, red.]. Veel van die anti-liberale kritiek is van een heel laag intellectueel niveau, echt heel laag. Ik weet niet of ze dom zijn of cynisch. Ofwel: of ze tegen zijn uit overtuiging, of omdat ze de steun van de relatieve verliezers willen krijgen.”

In plaats van iemand arm te noemen, of lui, noemen we hem nu sociaal buitengesloten

Laten we eens uitgaan van overtuiging. Heeft doorgeschoten marktwerking burgers niet sociaal buitengesloten?

„Sociaal buitengesloten! Dat hoor je nu overal. In plaats van iemand arm te noemen, of lui, noemen we hem nu sociaal buitengesloten. Maar buitensluiten is een actieve handeling. Het impliceert dat achter iedere uitgesloten burger een slechte God of systeem staat. Iemand moet immers uitsluiten. Het is propagandataal. Ik kan niets anders dan zo vaak mogelijk dit soort onzin weerspreken.”

Als niet de gevolgen van uw shocktherapie bijdroegen aan de overwinning van PiS, wat dan wel?

„In politiek is het als in sport. Als tegenstanders van het winnende team blunders begaan, kan zelfs een zwakke partij winnen. Het Burgerplatform (PO), de partij die de vorige regering leverde, heeft natuurlijk verschrikkelijke fouten gemaakt. Zo nationaliseerden zij de privé-pensioenfondsen, om een groter begrotingstekort te voorkomen. Hun argument waarmee ze dat verkochten: ze zijn privaat, dus slecht.

„Daarna kwam het afluisterschandaal. Er kwamen compromitterende gesprekken van politici boven water, dankzij geheime opnames in chique restaurants. De regering bleef erop hameren dat de opnames illegaal waren, dus wilden ze er geen woord aan vuil maken. Ondertussen lieten ze de zelfkritiek achterwege over de vreselijke dingen die ze achter de schermen bleken te zeggen.”

De nieuwe PiS-regering doet het goed in de peilingen.

„Dat is niet verrassend. Ze hebben de publieke media geheel overgenomen en veranderd in een agressieve propagandamachine, vergelijkbaar met wat Poetin deed in Rusland en de communisten hier na de oorlog, met schaamteloze leugens, gerichte aanvallen op leiders van de oppositie, enzovoorts. PiS is de ergste postcommunistische partij die Polen heeft gekend. Economisch veel linkser ook dan de partij die daadwerkelijk erfgenaam is van de communisten.

„Ze verlagen nu de pensioengerechtigde leeftijd: met een lager aantal productieve mensen moeten meer pensioenen worden betaald. Verder is een verborgen nationalisatie van de financiële wereld aan de gang via verzekeringskantoren die al in staatshanden zijn. Hun economische programma is slechter dan het slechtste scenario dat mijn denktank voor de verkiezingen uittekende.”

Wat te doen?

„We moeten het nu hebben van de politieke oppositie en burgerlijk verzet. Aan de ergste regimes komt een einde. In Polen ging zo’n 30 procent van de stemmen naar PiS, ik denk niet dat het er ooit meer zullen worden. Ik weet één ding: we moeten de druk verhogen. Het is tijd om te mobiliseren.”