Hoofdredacteur

Waarom NRC naar de Keizer-persconferentie ging

Vanochtend werden Nederlandse journalisten uitgenodigd bij VVD-voorzitter Henry Keizer om ‘zijn kant van het verhaal’ te horen rond de ophef die afgelopen week ontstond over zijn rol bij de overname van uitvaartbedrijf De Facultatieve in Den Haag. Keizer kocht in 2012 de crematoriumketen waarvan hij zelf bestuursvoorzitter was voor een opmerkelijk laag bedrag, nieuws dat naar buiten werd gebracht door website Follow The Money (FTM).

En juist FTM werd aan de deur geweigerd. De site zou volgens Keizer een sfeer hebben gecreëerd van “die dikke deugt niet” en was daarom niet welkom. De overige media die wel mochten komen, waaronder NRC, besloten na een statement bij de start van de persconferentie toch naar binnen te gaan om vragen te stellen aan de VVD-voorzitter.

Hadden de andere journalisten zich niet solidair moeten verklaren met Follow The Money en buiten moeten blijven? Ook bij ons op de redactie werd erover gediscussieerd. Onze verslaggevers die de zaak volgen zeiden zich ‘erg ongemakkelijk’ te voelen en overwogen ‘dit exclusieve onderonsje publiekelijk af te wijzen’.

Toch besloten we te gaan. Waarom? Verstandig, of niet: een partij als de VVD mag zelf het genodigdenlijstje samenstellen. Het gesprek was on the record, wat betekent dat we alle vragen kunnen stellen en daarover kunnen berichten. Was het gesprek off the record geweest, hadden wij zeker bedankt voor de uitnodiging.

Vooraf legden onze verslaggevers contact met Follow The Money-oprichter Eric Smit om te vragen wat zijn onderzoekers graag van Keizer wilden weten. Smit was onder meer benieuwd wie had betaald voor de waarderingsrapporten, die vraag werd vervolgens door één van de NRC-verslaggevers tijdens de persconferentie gesteld.

Hadden journalisten besloten collectief niet te gaan, was dat zeker een duidelijk statement geweest tegen Keizers beslissing om kritische journalisten buiten te houden. Maar over de échte kwestie, eventuele belangenverstrengeling van een van de meest machtige politici van ons land, was vervolgens geen vraag meer gesteld. We kozen voor de lijn: wél gaan en communiceren. En hem daar ter plekke te bevragen over de kwestie rond De Facultatieve.

Is het erg dat Follow The Money werd geweigerd? Enerzijds, ja: persvrijheid is een groot goed. En dat politici en andere machthebbers steeds meer publiciteit in eigen hand nemen is een zorgelijke trend. In de VS leidde dat ertoe dat president Trump werkt met een ‘zwarte lijst’: media zoals The New York Times, Politico, Buzzfeed en CNN verloren (tijdelijk) hun toegang tot de persconferenties van het Witte Huis.

Anderzijds: toegang is niet altijd noodzakelijk is om grondig en genuanceerd aan journalistiek te kunnen doen. Ook wij maken regelmatig mee dat politici niet met ons willen praten. Zo mocht NRC niet op de verkiezingsavond van Denk zijn na onze stukken over de manier waarop de partij internettrollen inzette om tegenstanders te beschadigen. Het Forum voor Democratie weigerde ons eveneens na een artikel over misbruik van EU-subsidies van diezelfde partij. NRC kreeg van de partij van Thierry Baudet te horen dat we wel welkom zijn ‘als je nou een mooi stuk over ons schrijft’. Collega-journalisten die wel mochten komen besloten overigens gewoon te gaan naar die bijeenkomsten om verslag te doen – en terecht.

Follow The Money toont vandaag opnieuw aan dat ‘geen commentaar’ soms het beste bewijs is dat je je werk goed doet.

Blogger

Peter Vandermeersch

Peter Vandermeersch is hoofdredacteur van NRC.