Recensie

Waarom Bob Dylan toch zo’n goede dichter is

Bob Dylan

Henkes en Bindervoet vertaalden opnieuw Dylans songteksten. Ze blijven weer dicht bij de tekst en Dylans Amerikaanse idioom – met een Hollandse klankkleur.

Bob Dylan, gelauwerd Nobelprijs-winnaar, legt zich tegenwoordig vooral toe op het vertolken van Amerikaanse populaire muziek van vóór de rockrevolutie van de jaren zestig, van kerstliedjes tot Sinatra-covers. Sinds het magistrale Tempest (2012) heeft hij geen eigen werk meer uitgebracht.

Dat heeft het vertalersduo Bindervoet en Henkes in elk geval de tijd gegeven hun twee eerdere delen Liedteksten aan te vullen met een derde deeltje Dylan-vertalingen. Het bevat de albums Love and Theft, Modern Times, Together Through Life en Tempest, aangevuld met een eigen ode van het duo aan Dylan en een compact notenapparaat. Opnieuw fraai vormgegeven, dit keer getooid met een peinzend portret van de zanger, zijn verweerde gezicht half verscholen in de schaduw van een vilten hoed.

Gebakkeleid

Over de vertalingen van Bindervoet en Henkes is veel gebakkeleid; de receptie van hun tweedelige mammoetwerk was gemengd positief tot zeer kritisch. Voor hard core Dylan-fanaten staan ze te ver af van de lading of gevoelswaarde van de originelen, voor poëzie-liefhebbers zijn ze dan juist weer te letterlijk, en soms gekunsteld archaïsch of juist te populair.

In dat dispuut zal dit derde deel geen verandering brengen; de vertalers blijven opnieuw dicht bij de tekst, maar geven Dylans Amerikaanse idioom tegelijk een Hollandse klankkleur die soms vreemd of misplaatst aandoet. Met pretty baby vertaald als ‘m’n lieve meissie’, en a little bit als ‘een stukkie’ klinkt Dylan opeens eerder als Johnny Jordaan. Maar Dylan is geen smartlap- of volkszanger, hoezeer hij die status met zijn laatste albums als crooner ook lijkt na te jagen. Hij is een intuïtief-cerebrale bard, wiens werk gedrenkt is in folk en blues, maar ook in T.S. Eliot, de bijbel en Proust.

Soms lijken de enthousiaste vertalers ook iets te missen van Dylans grote talent voor walging en sarcasme, dat juist op deze latere albums sterk doorklinkt. Als Dylan zingt for the love of God, you ought to take pity on yourself wordt dat: ‘Heb in hemelsnaam nou toch meelij met jezelf’. Afgezien van het archaïsche ‘meelij’ wordt hier een sneer vertaald als een smeekbede. Te letterlijk lijkt dan weer ‘ik betaal in bloed, maar niet dat van mij’ voor I pay in blood, but not my own, wat uit Dylans mond in dit gekrenkte, wraakzuchtige lied eerder klinkt als ‘Ik spuug bloed, in jouw gezicht’. En de ironische ondertoon van I wouldn’t betray your love or any other thing (is dat een compliment, Bob?) ontbreekt in ‘Jouw liefde veraad ik nooit, neem dat maar aan van mij.’

Daar staan veel geslaagde passages tegenover, zoals ‘Ik recruteer straks een leger in tehuis en bajes / van elke wees en stumper maak ik keihard gajes’, voor het bloeddorstige‘I’m gonna raise me an army, some tough sons of bitches / I’ll recruit my army from the orphanages’.

Titanic

Pièce de résistance is de vertaling van de 45 coupletten van ‘Tempest’, over de ondergang van de Titanic, waar Bindervoet en Henkes zich met merkbaar plezier doorheen hebben gewerkt. (‘He’d lost his mind already, whatever mind he had’ wordt ‘Hij was allang zijn verstand kwijt, waar dat dan ook zat’).

Eigenlijk is het mooiste van dit deeltje de ode aan Dylan die de auteurs achterin hebben opgenomen, met daarin onder meer deze spreuk: ‘Popmuziek is de wildernis rond het reservaat van de poëzie. Niemand heeft zoveel rijmparen, ritmes en dichtvormen in het wild geherintroduceerd als Dylan.’

Je kunt dat ook omdraaien: moderne poëzie is de atonale chaos rond het aangeharkte 12-toonsparkje van de popmuziek. Maar, zoals Bindervoet en Henkes vaststellen: Dylan heeft zulke grenzen altijd met voeten getreden – een teken van een waar genie, dat in deze vertalingen bij vlagen doorklinkt.