Waar laat je het touwtje als je het theezakje weggooit?

Afval moeten we scheiden. Gft in de ene, restafval in de andere zak. De ene gemeente zamelt plastic apart in, de andere gooit plastic en blikjes op één hoop. Hoe gooi je wat weg?

Al dagen heb ik een leeg karnemelkpak op mijn aanrecht staan. Deels uit luiheid – echt in de weg staat het niet tussen de vuile vaat en de vaas met verlepte bloemen – en deels uit besluiteloosheid. ‘Verpakking bij drankenkartons’, staat in kleine letters op de zijkant van het pak. In mijn keuken staan vier afvalbakken gebroederlijk naast elkaar: de zwarte voor restafval, de grijze voor plastic, de gele voor glas en de rode voor papier. Maar een drinkkartonprullenbak heb ik nog niet. Dus waar moet het karnemelkpak heen? Zijn voorgangers deponeerde ik altijd rücksichtslos bij het restvuil, maar de aanmaning op de zijkant suggereert: recycle-item.

Bij het papier dan maar? Dat klinkt als een logische optie voor karton. Al moet ik dan eerst de bovenkant een kopje kleiner maken – die plastic draaidop is handig tegen de zure luchtjes, maar niet voor de papierminnende afvalscheider. Bovendien: is dit gladde, glanzende pak wel rechttoe-rechtaan-karton? Nee dus, want op een andere zijde van de verpakking ontdek ik dat ik een mix van 100 procent recyclebaar FSC-gecertificeerd karton en bioplastic in handen heb. Bioplastic? Is dat gft, groente-, fruit- en tuinafval?

Afval scheiden wordt de laatste jaren steeds populairder. Uit gegevens van het kennisplatform voor huishoudelijk afval, VANG, blijkt dat in 2015 de hoeveelheid restafval daalde met 10 kilo per inwoner per jaar, en dat het afvalscheidingspercentage met 3 procent toenam ten opzichte van eerdere jaren. De totale hoeveelheid huishoudelijk afval (bijna 500 kilo per persoon per jaar) bleef ongeveer gelijk met die in de jaren ervoor. In 2013 bijvoorbeeld produceerden we volgens het CBS jaarlijks 489 kilo afval per persoon, en daarvan scheidden we iets meer dan de helft: 247 kilo. Volgens voorlichtingsorganisatie Milieu Centraal staan we daarmee binnen Europa op de vierde plek, achter Duitsland (65 procent), Oostenrijk (62 procent) en België (57 procent).

Het streven van Nederland is dat in 2020 75 procent van het huishoudelijk en bedrijfsafval gescheiden is. Dat zou neerkomen op iets meer dan 100 kilo restafval per persoon.

Gemeenten gaan voortvarend aan de slag. Met slogans als ‘I love afval scheiden’ (in Gouda en omgeving) willen ze hun inwoners aan het recyclen krijgen.

Mijn ouders, woonachtig in Heemstede, konden begin maart een enquête invullen: willen ze liever een pmd-rolemmer in de achtertuin of een systeem van omgekeerd inzamelen, waarbij het restafval niet meer wordt opgehaald maar door de bewoners zelf moet worden weggebracht?

In sommige gemeentes, zoals Dalfsen, is dit beleid al met succes ingevoerd: omgekeerd inzamelen zorgt er daar voor dat de bewoners jaarlijks nog maar iets meer dan 100 kilo per persoon aan restafval produceren. Andere gemeentes, waaronder Enschede en de Krimpenerwaard, hanteren sinds begin dit jaar ‘diftar’, of voluit ‘gedifferentieerde tarieven’. Hoe meer restafval je aanbiedt, des te hoger de afvalstoffenheffing. Je betaalt hierbij een vast basisbedrag en daarnaast een extra bedrag voor de keren dat je restafval aanbiedt.

Boeken en elektronica

Zo heeft elke gemeente zijn eigen recycleregels. De welwillende afvalscheider verdwaalt gemakkelijk in een woud van specialistische vuilnisbakken. Voor mijn karnemelkverpakking bieden Milieu Centraal en de gemeentewebsite uiteindelijk soelaas. Zolang er geen ‘Kiemplantlogo’ of ‘OK Compostlogo’ op het plastic staat, is het niet composteerbaar. Het pak mag bij het plastic afval, net als ‘verpakkingen van karton met laagje van plastic of aluminium voor onder andere: zuivelproducten, vruchtensappen, water, soepen, sauzen’.

Colablikjes of kattenvoerblikjes daarentegen moeten gewoon bij het restafval – in de gemeente Amsterdam althans. Had ik in de Zuid-Hollandse gemeente Kaag en Braassem gewoond, dan was mijn pmd-afval (plastic, metaal en drankkartons) op woensdag in de even weken opgehaald. Bij de supermarkt had ik daartoe een gratis oranje ‘Plastic Heroes’-afvalzak kunnen halen.

Zou ik nu naar het centrum van Apeldoorn verhuizen, dan zou ik naast oud papier en pmd ook BEST-afval kunnen aanbieden: boeken, elektronica, speelgoed en textiel. Buiten de binnenstad had ik zelfs mijn gft kunnen laten ophalen.

Hier in Amsterdam-Noord verdwijnt mijn groente-, fruit- en tuinafval samen met de kattenvoerblikjes van mijn stadgenoten bij de algemene vuilverbranding.

Dat betekent natuurlijk niet dat ik zelf niets kan doen op dat gebied: ik zou bijvoorbeeld kunnen overwegen een wormenhotel aan te schaffen, zoals Janneke Swinkels en Bart Monné uit Utrecht. Bij hen verdwijnen de appelklokhuizen, aardappelschillen, koffiedrab, vermalen eierschalen en theezakjes („Zonder touwtje!”) niet in de kliko, maar in een speciale compostbak waarin tientallen regenwormen leven. Die wormen zorgen voor een keukenafvalkringloop, en de compost gebruiken Swinkels en Monné voor de planten in hun tuin. „Het leukste element is de wormenthee: sap dat uit de bak komt door een kraantje en dat je aan je planten kunt geven. Verder bevalt de bak ook goed, behalve toen de wormen probeerden te ontsnappen via onze keuken.”

Luiers gratis opgehaald

Op meer plaatsen wordt gft-afval als compost gebruikt. Carin en Jos Erkens uit Rouveen (gemeente Staphorst) bijvoorbeeld deden in 2015 mee aan de eerste editie van 100-100-100, een ‘afvalbattle’. Daarbij streven 100 gezinnen binnen een gemeente ernaar om binnen 100 dagen 100 procent restafvalvrij te worden. „Bij ons zorgden vooral de luiers van onze jongste zoon Raiko destijds voor veel restafval. Halverwege de 100 dagen zijn we overgestapt op wasbare luiers, want voor wegwerpexemplaren is er nog altijd geen goed recycle-alternatief. Voor onze jongste dochter, Jeska, gebruiken we de wasbare luiers nu weer.”

Een baby in de luiers zorgt volgens de Koninklijke Vereniging voor Afval- en Reinigingsmanagement voor zo’n 260 kilo afval per jaar. Omgerekend naar hoofd van de bevolking zou het recyclen van luiers gemeenten zeker 10 kilo restafval per persoon per jaar kunnen schelen, aldus Milieu Centraal.

Het project uit Rouveen heeft landelijk navolging gekregen: afgelopen najaar deed Hilversum als honderdste gemeente mee. Overigens scoorde Staphorst ook voor de actie goed bij afvalscheiding: volgens een overzichtskaart uit 2014, van afvaldatabase Swing, produceerde de gemeente destijds al minder dan 100 kilo restafval per persoon. De gemeente Horst aan de Maas was toen, met 30 kilo restafval per persoon, de recyclekoploper. In 2015 ging het volgens gegevens van het CBS zelfs nog slechts om 21,5 kilo per persoon per jaar. Het geheim? In Horst aan de Maas worden onder meer tweemaal per week baby- en incontinentieluiers gratis opgehaald, evenals voedselresten. Restafval moet worden aangeboden in een speciale zak, die voor 1,20 euro te koop is bij de supermarkt. De gemeente Schiermonnikoog produceerde in 2016 met 425,5 kilo restafval per persoon per jaar opvallend slecht, vermoedelijk vanwege de geïsoleerde ligging.

Te vervuild

Het lijkt, gezien het grote aantal initiatieven, de goede kant op te gaan met afvalscheiding. Drankenkartons bijvoorbeeld werden in 2013 nergens gescheiden, in 2016 was dat zo’n 80 procent van de kartons – ook dat kan al snel 6 kilo per persoon per jaar restafval schelen.

Wie door de bomen het bos niet meer ziet, kan een speciale Afvalscheidingswijzer-app downloaden van Milieu Centraal. Helaas biedt die nog niet per gemeente advies, en dus is het karnemelkpak volgens de app nog steeds een twijfelgeval: pmd of restafval.

Milieu Centraal ontkracht bovendien een fabel: dat na gescheiden inzameling afval weer op een grote hoop terecht zou komen. „Het is veel goedkoper om gescheiden afval te verwerken, dan een hoop gemengd afval”, aldus de website. „Heel soms worden partijen apart ingezameld afval wel afgekeurd, maar dat is dat omdat ze te veel zijn vervuild. Dan kunnen ze niet meer gescheiden worden verwerkt.”

En dus weet ik nu ook wat me te doen staat met het beschimmelde restje chocolademousse in mijn koelkast: vierendelen. Beker bij het plastic, kartonnen omhulsel bij het oud papier, foliedekseltje bij het restafval en de schimmelrest in mijn geïmproviseerde compostbak – een emmer in de tuin.