Verdriet vult de kamer

Daar ligt ze vredig te slapen. Een pomp doseert met regelmaat de pijnmedicatie en het slaapmiddel. Ze verloor de strijd tegen kanker zonder dat zij wilde opgeven.

Op internet zocht ze naar elk houvast die ze maar kon vinden. Ze had hoop gehouden, tegen beter weten in. De laatste tijd was ze begonnen met het koken in kurkuma en kokosolie.

„Denkt u dat het werkt?” had ze me weken geleden gevraagd.

Het antwoord hebben we beide gevonden. In de woonkamer hangt een serene rust. Alles is zoals het hoort te zijn en toch ook niet. Niemand had kunnen voorspellen dat ze getroffen zou worden door deze kwaadaardige ziekte die zich in elke hoek van haar lichaam heeft gemanifesteerd. De pijn brak door haar emoties heen.

„Ik wist niet wat pijn was, totdat ik deze ziekte kreeg. Het is de hel” had ze me toevertrouwd. Samen met haar partner en kinderen hebben we stilgestaan bij hun wensen. Zo min mogelijk lijden, dat was het doel. Zo goed en rustig mogelijk naar het laatste moment waarop ze haar laatste adem uitblaast.

De teugen die ze inhaleert worden steeds dieper, haar oogleden rusten op haar oogbol. Haar ogen had ze twee dagen geleden voor het laatst open gedaan. Geen woorden maar alleen een korte blik toen ik vroeg of ze pijn had. Haar ogen gingen even open en bleven hierna dicht.

Haar jonge lichaam lijkt van buiten nog zo gaaf. Vanbinnen is het monster haar al een hele tijd de baas. Zij heeft zich nu overgegeven. Ze moest ook wel. De natuur heeft voor haar beslist. Helaas in haar nadeel.

Haar adem wordt onregelmatig, een grauwe kleur krijgt nu de overhand op haar huid. Haar laatste teug komt om tien minuten over een. Haar twee kinderen huilen, haar partner is stil.

Het verdriet vult de kamer. Na dat ik de dood heb geconstateerd condoleer ik de familie.

„Ze is rustig gegaan” zegt haar zoon. Zijn ogen dragen het verdriet. Zijn ogen zien wat ik zie. Een moeder, een partner en vriendin in de bloei van haar leven gestopt met bloeien. Vier weken geleden vroeg ze me: „Waarom overkomt mij dit, ik ben nog lang niet klaar met leven.”

Ik kreeg geen woord uit mijn keel. De stilte was mijn antwoord.

Huisarts schrijft over zijn praktijk.