Recensie

Terreur en liefde in de Siberische taiga

Guzel Jachina debuteert met een poëtische roman over het gruwelijke lot van de Tataren onder Stalin.

Illustratie Paul van der Steen

Soms springt een schrijver ineens je leven binnen om je niet meer te verlaten, zo groot is de indruk die hij of zij op je maakt. Guzel Jachina is zo iemand. Na lezing van haar romandebuut Zulajka opent haar ogen wil je alleen maar meer van haar lezen. Een vervolg op dat ene boek bijvoorbeeld. Al was het maar om te weten hoe het verder gaat met Zulajka als ze haar ogen eenmaal echt heeft geopend en gelouterd is door haar ervaringen.

Maar eerst dat debuut, dat in Rusland vele malen is bekroond en nu door Arthur Langeveld in mooi Nederlands is vertaald. Titelheldin Zulajka is een dertigjarige Tataarse boerin, die in 1930 met haar man Moertaza in een afgelegen dorp in Tatarstan, in Midden-Rusland, woont. De revolutie van 1917 is grotendeels aan die streek voorbij gegaan, het leven kabbelt er al eeuwen volgens oude wetten voort.

Guzel Jachina (Kazan, 1977) begint haar roman door de toegangspoorten van die besloten wereld voor je te openen. En vanaf de eerste zin is het raak: ‘Zulajka opent haar ogen. Aardedonker. Achter het dunne gordijn klinkt zachtjes het gezucht van de ganzen. Het één maand oude veulen smakt met zijn lippen, op zoek naar de uier van zijn moeder. Door het raampje bij het hoofdeinde klinkt het doffe geloei van de januarisneeuwstorm.’

Zulajka is al vijftien jaar getrouwd met de veel oudere, zwijgzame Moer- taza, die ze een goede man en een goede echtgenoot noemt, ook al doet hij nooit lief tegen haar en geeft hij haar regelmatig een pak slaag. Een vrouw heeft in dit boerenmilieu vooral de taak om kinderen te baren, schoon te maken en te koken.

Boze schoonmoeder

En dan duikt er nog een derde hoofdpersoon in dat poëtische begin op: Moertaza’s moeder, door Zulajka Vampiria genoemd. Ze haat Zulajka omdat die Moertaza geen zonen heeft geschonken, maar slechts vier dochtertjes die kort na hun geboorte zijn overleden. Tot ver na haar eigen dood zal Vampiria Zulajka blijven verwensen, als een bosgeest die op onverwachte momenten opduikt.

De wereld van de islamitische Tataren zet Jachina, die zelf van Tataarse afkomst is en voor deze roman uit het levensverhaal van haar grootmoeder put, indringend neer. Dat wordt nog eens versterkt door haar mooie stijl, die poëtisch en strak is, in de traditie van Russische klassieke schrijvers als Poesjkin en Toergenjev.

Met de rust en regelmaat in het dorp is het gedaan als Stalin het eerste vijfjarenplan invoert en Rode brigades het platteland afgrazen om graan te confisqueren voor de fabrieksarbeiders in de steden. De boeren moeten er niets van hebben en verstoppen hun gewassen en hun vlees.

Jachina schrijft poëtisch en strak, geheel in de traditie van Poesjkin

Na afloop van zo’n illegale actie worden Zulajka en Moertaza door zo’n brigade aangehouden, waarbij de zich verwerende Moertaza door de leider van die woeste troep, Ignatov, wordt doodgeschoten. Vanaf dat moment breekt de hel los. De boeren in het dorp worden als koelakken – door de bolsjewieken verketterde ‘herenboeren’ – gearresteerd en naar Siberië gedeporteerd. Op de minaret van de moskee wappert in het vervolg de rode vlag. Alles wat aan Allah herinnert wordt vernietigd.

Voor kenners van de Russische geschiedenis is het lot van de Tataren niets nieuws, maar toch kunnen ook zij niet bevatten hoe wreed en onmenselijk die deportaties waren. De roman van Jachina brengt daar nu verandering in.

De aangrijpendste passages uit Zulajka opent haar ogen gaan over de lange treinreis van de gedeporteerden naar Siberië, waarbij een groot deel van hen omkomt. Omdat ze uit alle delen van West-Rusland komen – in totaal werden 2,5 miljoen boeren gedeporteerd – is het Russische spoorwegnet overbelast. De overvolle treinen staan voortdurend stil of worden teruggestuurd om op een ander spoor hun reis naar het oosten te vervolgen. Tijdens een tussenstop in Kazan worden ook nog een paar honderd ‘mensen van vroeger’ (zoals leden van de bourgeoisie en de adel door de communisten werden bestempeld) in de wagons gepropt, waardoor het menselijk leed alleen maar toeneemt. De schrijnende scènes die Jachina in dit deel neerzet zijn onvergetelijk.

Hetzelfde geldt voor de op de treinreis volgende tocht per gevangenenschip, via de Siberische rivier de Jenisej de Angara op. Deze reis duurt niet lang, omdat er teveel gevangenen aan boord zijn en het schip zinkt. De zwangere Zulajka is een van de weinige overlevenden.

Ze wordt gered door de militaire begeleider van het transport, dezelfde Ignatov die haar man heeft doodgeschoten.

De rest van deze indrukwekkende roman speelt zich af in de Siberische taiga, aan de wilde oevers van de Angara. Op bevel van zijn meerdere Koeznets, die met een andere boot achter het rampzalige gevangenentransport aan voer, sticht Ignatov er een dwangarbeiders-nederzetting, die wordt ingezet om de productienormen van het vijfjarenplan te halen.

Deze Koeznets is een ongelooflijke hufter, die alles en iedereen zal verraden om maar promotie te kunnen maken. In tegenstelling tot zijn belofte laat hij Ignatov en zijn gevangenen aan hun lot over om pas na de harde winter, als een aanzienlijk deel van honger en kou is omgekomen, voor een inspectie terug te keren.

Afspiegeling

De nederzetting, een van de tweeduizend dwangarbeiderskampen die tussen 1930 en 1933 voor gedeporteerde koelakken in Siberië werden gesticht, ontwikkelt zich in de loop der jaren tot een afspiegeling van de Sovjet-samenleving. In de drie barakken met hun paar honderd ingezetenen, het lazaret en de met socialistisch-realistische taferelen beschilderde club woedt op kleinere schaal dezelfde overheidsterreur als elders in het land. De gluiperige verklikker Gorelov kan model staan voor duizenden anderen verraders.

Kampcommandant Ignatov, die je al eerder op flarden mededogen met zijn gevangenen en op twijfels aan de communistische idealen hebt kunnen betrappen, is het middelpunt van die micro-samenleving. Bijgestaan door de ‘voormalige mens’ Wolf Karlovitsj Leibe, een door de revolutie krankzinnig geworden hoogleraar geneeskunde uit Kazan, zorgt hij op den duur als een strenge doch rechtvaardige vader voor zijn gevangenen. Hoe kan het ook anders, want in de afgelegen taiga deelt hij hun lot, ook al is hij als enige gewapend en vrezen velen zijn toorn, zeker als hij zich uit wanhoop klem zuipt en zijn agressie op hen afreageert.

Net als van Zulajka maakt Jachina van hem een personage dat je lang zal bij blijven. Hij is lomp en teder tegelijk, verantwoordelijk en destructief, maar vooral op een vaak ontroerende wijze hunkerend naar de liefde van Zulajka, die hem alleen afwijst omdat ze zich heeft voorgenomen niet van de moordenaar van haar man te houden. En juist deze smachtende liefde van een kampcommandant voor zijn vrouwelijke gevangene draagt deze bijzondere roman naar een overtuigend en hoopvol einde.