Steunen op je netwerk van zzp’ers

Arbeidsongeschiktheid

CommonEasy laat zzp’ers via een online spaarpot hun risico op ziekte met elkaar delen. Werkt dat systeem?

Illustratie Tomas Schats

Net als bijna al mijn zzp’ende vrienden heb ik geen verzekering tegen arbeidsongeschiktheid. En net als zij maak ik me daar, ondanks mijn gestaag groeiende financiële buffer, regelmatig zorgen om. Traditionele verzekeringen zijn duur en vanwege alle variaties en verschillende voorwaarden vaak ook complex. Dat vinden meer zelfstandigen, want van de ruim één miljoen zzp’ers in Nederland heeft slechts de helft iets geregeld.

Sinds in 2004 de Wet arbeidsongeschiktheid zelfstandigen is afgeschaft, is een goede arbeidsongeschiktheidsverzekering iets wat zzp’ers zelf moeten organiseren, alhoewel zowel GroenLinks als het CDA zelfstandigen nu weer wil verplichten aan zo’n verzekering deel te nemen. Maar het is nog niet duidelijk wat er straks in het regeerakkoord zal komen.

Volgens sociaal ondernemer Jip de Ridder (31) is dat ook helemaal niet nodig, omdat „we elkaar kunnen verzekeren”. Met zijn broer richtte hij CommonEasy op, een online platform waar je samen met je netwerk én het netwerk van je netwerk een vangnet creëert. Het kostte de broers en hun team zes jaar denk- en experimenteerwerk, maar hun platform is sinds september online. „Ik hoef niet de verzekeringswereld op zijn kop te zetten, maar ik wil wel een alternatief laten zien voor een financieel systeem dat draait om wederzijds vertrouwen”, vertelt De Ridder.

Drie cirkels

Hoe werkt het concreet? De eerste stap is bepalen hoeveel inkomen je uitgekeerd wilt krijgen als je ziek of arbeidsongeschikt raakt. Stel: 1.200 euro per maand. Vervolgens stop je iedere maand 5 procent van dat bedrag, oftewel 60 euro, in je online spaarpot bij CommonEasy om gedekt te zijn. Daar komt maandelijks nog een tientje bij aan abonnementskosten. Wordt niemand ziek, dan blijft het geld in die spaarpot van jou.

Wie bekend is met broodfondsen zal dit principe bekend voorkomen. Ook daar draait het om vertrouwen. Ook dan zet een groep van meestal 20 tot 50 zzp’ers geld opzij op een bankrekening. Hun inleg varieert van zo’n 30 tot iets meer dan 100 euro per maand. Wie ziek wordt, krijgt afhankelijk van de inleg, 750 tot 2.500 euro per maand uitbetaald, voor een periode van maximaal twee jaar.

Wat CommonEasy anders maakt, is onder meer dat je niet alleen je directe netwerk gebruikt, maar ook de netwerken van jouw netwerk. Je netwerk bestaat uit drie cirkels. In cirkel één zitten je directe connecties, mensen die je kent. De tweede cirkel zijn de connecties van jouw directe connecties, en de derde cirkel weer de connecties van die connecties. Per cirkel kun je bepalen welk maximum maandbedrag je wilt bijdragen mocht iemand uit die cirkel ziek worden. Andersom doen al die connecties dat ook voor jou.

Stel dat je dus 1.200 euro wilt ontvangen bij ziekte, dan kun je bijvoorbeeld instellen dat je aan een zieke uit je eerste cirkel maximaal 45 euro per maand wilt betalen, aan iemand uit de tweede kring 25 euro en aan een connectie uit je derde kring 15 euro. Mocht iemand uit die derde kring ziek worden en vier maanden uitgeschakeld zijn, dan betaal jij maximaal 60 euro aan deze persoon. „Het werkt als een soort keten van vertrouwen”, zegt De Ridder, die denkt dat het voor een sterker gevoel van verbondenheid zorgt dan bij een broodfonds. „Doordat zoveel connecties uit je netwerk iets bijdragen, is het risico goed gespreid en blijft het veel luchtiger. Het is een heel verschil of jij een zieke 100 euro of 6 euro per maand moet geven.”

Twijfels over privacy

Mies Westerveld, hoogleraar sociaal verzekeringsrecht aan de Universiteit van Amsterdam, heeft reserves bij het platform. Een broodfonds werkt goed, omdat mensen elkaar uit het echte leven kennen en er dus veel sociale controle is. Je vertrouwt er sneller op dat iemand die zegt dat hij ziek is, echt ziek is. Maar bij CommonEasy is het niet nodig iemand goed te kennen, zegt Westerveld, die het bedrijf „een typisch uitvloeisel van de platformsamenleving” vindt. „Het verdient geld omdat mensen hun netwerken delen. Als het heel groot wordt en het wordt overgenomen, bestaat de kans dat je als deelnemer de controle kwijtraakt. Denk aan privacy rondom medische gegevens of de vraag welke waarborgen je hebt als lid dat er ook echt wat wordt uitgekeerd als je iets hebt. Dat moet nu nog blijken.”

Ondertussen heeft het platform zo’n vijfhonderd leden. Zeventig van hen hebben zich verzekerd door actief een netwerk om zich heen te verzamelen. Ondernemer Erwin de Boer (38) is nu een paar maanden lid. Hij heeft nog niet genoeg mensen in zijn eerste cirkel om voldoende gedekt te zijn, maar hij is bezig medeondernemers voor het platform te enthousiasmeren. „Bij een traditionele verzekering draait het om wantrouwen. En op het moment dat er iets aan de hand is, moet je vaak ook nog eens bewijzen dat je te vertrouwen bent en dat je écht ziek bent. Hier deel je je verhaal met mensen die je zelf kiest en vertrouwt. Ik geloof daarin.”

Levensonderhoud

Net als de broodfondsen biedt CommonEasy vooralsnog dekking voor maximaal twee jaar. Een ziekteperiode van die duur is te overzien en dat kunnen we aan zelfstandigen zelf overlaten, meent Westerveld. „Waar ik me drukker om maak, is de langdurige arbeidsongeschiktheid of ouderdomsongeschiktheid. Premies voor verzekeringen zijn in bepaalde sectoren onbetaalbaar, juist daar waar het slijtage- en uitvalrisico groot is, zoals in de bouw.” Westerveld verwacht niet dat de markt dat probleem zelf oplost en ziet daar een taak voor de overheid.

De Ridder, die momenteel zestig uur per week met CommonEasy bezig is, denkt daar heel anders over. „Over vijf jaar is CommonEasy groot genoeg om ook langetermijnverzekeringen te kunnen bieden.” Door van het platform een coöperatie te maken met de leden als eigenaar wil De Ridder zijn achterban nog meer betrekken. Verwacht hij dat leden bereid zullen zijn om langer dan twee jaar een bedrag te betalen aan een zieke zelfstandige uit hun directe of indirecte netwerk? „Als het om een paar euro per maand gaat en je beseft dat je daarmee in iemands levensonderhoud kunt voorzien, waarom niet?”