Recensie

Op elke pagina iets bijzonders

Ook het derde deel van de memoires in stripvorm van de Fransman Riad Sattouf is weer van exceptionele klasse. In het deze week in vertaling verschenen boek, dat zich afzonderlijk goed laat lezen, is de jonge Riad zeven jaar en woont hij met zijn ouders en broertje op het Syrische platteland. Maar zijn Franse moeder is de armoede beu en ruziet met haar Syrische echtgenoot over verhuizen naar een stad. „Damascus! Aleppo! Desnoods in Homs!”, roept ze. Het standaard verweer van zijn vader is dat ze geduld moet hebben. Binnenkort wordt alles beter.

Het knappe van dit deel is dat er op bijna elke bladzijde wel iets bijzonders gebeurt, te zien is, of gezegd wordt: die geestige tante, dat lekkere eten, het wassen van de piemel. Alleen al die ene grote tekening van zijn schoolgebouw is fascinerend om te zien. En om wat Sattouf eromheen krabbelt: de scheuren in de muren, gebouwd zonder wc’s, een poort zonder hek, de geur van urine en pijnbomen. De onderwijzer heeft een stok waarmee hij slaat als je niet luistert.

Veel aandacht gaat uit naar de worsteling van zijn ongelovige vader met de religiositeit van zijn familie. Voor de jonge Riad is het ‘zonneklaar’ dat God niet bestaat omdat deze nooit de huichelarij van zijn familie zijn tolereren. „Ze prezen morele zuiverheid, rechtschapenheid, zachtmoedigheid… en deden vervolgens gewoon wat ze wilden.” De even onmachtige als trotse vader slaagt er niet in afzijdig te blijven en zwicht voor de druk om mee te doen aan de ramadan en zijn zoons te laten besnijden.

Sattouf benut de open blik van de jonge Riad optimaal om alle eigenaardigheden van zichzelf, zijn ouders, zijn familie en het Syrië van de jaren tachtig in beeld te brengen. Zijn vader, universitair docent, heeft zijn hoop gevestigd op de boomgaard die hij erfde, maar hij weet niet dat de buurtkinderen de jonge vruchten plukken. Zo gaat er steeds van alles mis. Van het gegeven dat de jonge Riad observeert zonder te oordelen, gaat tederheid en mededogen uit. Onmisbaar daarbij is de trefzekere, karikaturale tekenstijl van Sattouf en de zachtroze steunkleur waarin de zwart-wittekeningen baadden. Een steunkleur die blauw wordt als de handeling zich naar Frankrijk verplaatst en hard rood uitslaat bij grote woede.

De lof voor de jaarlijks verschijnende delen is onverminderd groot. En terecht, want De Arabier van de toekomst is aan het uitgroeien tot een strip die zich kan meten met Persepolis en de reportages van Guy Delisle, ijkpunten van de moderne autobiografische graphic novel.