Column

Met morele oekazes krijg je Le Pen niet weg

Geen nieuwe plotwendingen in de Franse verkiezingscampagne: Fillon en Mélenchon eruit, Macron en Le Pen door. Het rampscenario, met een slotduel tussen twee kandidaten die de Europese Unie willen vernietigen, bleef uit.

Ook de opiniepeilers hadden een goede dag. Als ze de uitkomst van het slotduel net zo goed voorspellen als de eerste ronde wordt Macron op 7 mei president met ruim 60 procent. Maar er is nog een campagne. Helaas gedraagt de sociaal-liberaal zich alsof de zege al op zak is. Zijn overwinningsrede, zondag, toonde geen vechtlust. Macron noemde niet eens de naam van de vrouw die hij knock-out moet slaan, noch van haar partij. Hij klonk alsof hij al bezig was met 8 mei, de regeringssamenstelling van de dag erna. Een feestelijk etentje in een hippe Parijse brasserie – met een handvol getrouwen en Bekende Fransen, camera’s tot aan de voordeur – kwam hem op zware kritiek te staan. Le Pen, zelfverklaard kandidaat van „het volk” tegen de „arrogante elite”, wist er wel raad mee.

Le Pen moet niet worden aangevallen als ‘neonazi of fascist’, maar als ‘slecht voor banen, welvaart en het leven in Frankrijk’. Morele verwerping bevestigt enkel haar kiezers in hun afkeer van het establishment. In de eindronde haalt ze mogelijk 40 procent, het dubbele of meer van vader Jean-Marie in 2002.

Waar komen die miljoenen kiezers vandaan? Het Front National is te zien als een familiebedrijf met drie filialen. Vader Le Pen leidt het extreem-rechtse moederfiliaal voor antisemieten, uit Algerije teruggekeerde Arabierenhaters en neonazi’s – zeg 1 of 2 procent van het electoraat.

Dochter Marine opereert in het noorden en bedient met haar nationaal-populisme het oude-industrie-electoraat, van Calais en Lille tot de Elzas, gefrustreerd door visserijmalheur, mijnbouwsluiting of globalisering; mensen die vanouds op communisten en socialisten stemden (en nu ook op antikapitalist Mélenchon).

Kleindochter en nichtje Marion Maréchal–Le Pen zit in het zuiden, valt in de smaak bij kleine winkeliers, hoteleigenaars en scharrelaars, moe van Brusselse regeltjes en gehecht aan familie, kerk en sigaretten (en dichter bij conservatief Fillon).

Ondanks interne spanningen steunen deze drie FN-stromingen elkaar. Opvallend is Le Pens terreinwinst op het platteland: terwijl de boerenstem vroeger zeer pro-Europees was – landbouwsubsidies komen uit Brussel – broeit ook daar nu onvrede. Voor deze kiezers werken morele oekazes niet meer. Kennelijk vrezen ze zelfs de economische chaos of potentieel etnisch geweld van een Le Pen-presidentschap niet. Zij zullen alleen terugkeren naar traditionele partijen of overstappen naar Macron wanneer de gevestigde politiek een geloofwaardig antwoord op hun zorgen biedt, die over banenverlies en ongecontroleerde migratie voorop.

Macron zal president van alle Fransen moeten worden of toch zeker van flink meer dan de helft. Weliswaar zit hij op het oude links-rechtsschema in het midden, maar op de nieuwe breuklijn openheid-geslotenheid – die zijn slotduel met Le Pen bestendigt – is hij een radicaal.

In de eerste ronde steunde een klein kwart van de kiezers zijn enthousiast Europese lijn, terwijl bijna de helft ongeremd anti-Europees, anti-Duits en pro-Poetin stemde (Le Pen, Mélenchon en enkele kleintjes op de flanken). Het vierde kwart stemde op beide traditionele regeringspartijen rechts en links, die ertussen zitten. Prima dat die laatste hun kiezers nu oproepen Le Pen af te stoppen. Maar Macron zelf moet zoveel mogelijk kiezers overtuigen vóór hem te stemmen en niet enkel tégen haar. Hij gaf enkele signalen in de juiste richting – zo vroeg hij zondag om „een Europa dat beschermt” – maar hij moet het mandaat en gezag om Frankrijk te hervormen nog wel verdienen.

Luuk van Middelaar is politiek filosoof en hoogleraar EU-recht en Europese studies (Leiden, Louvain-la-Neuve)