Wat kun je leren van je toekomstige zelf?

Leef je wel het goede leven, ook al ben je gelukkig? Doe je nu dingen waarvan je later spijt kan krijgen? Verplaats je eens in je toekomstige ik.

Foto’s Arjen Born

Toen ik vorige zomer in New York was, zag ik een billboard van een pensioenbedrijf met de tekst: ‘Make the Future You Proud’. Ik vroeg me af wat mij voldoening zou geven op een leeftijd waarop ik niet veel meer aan mijn leven zou kunnen veranderen. Ik bedacht dat ik op mijn zeventigste graag de gemoedsrust zou willen hebben dat ik goed voor mijn gezin en familie had gezorgd.

Verder hoopte ik dat mijn kinderen het geluk gevonden hadden, dat ik mijn man en vrienden nog zou hebben, mijn bankrekening leuke dingen mogelijk zou maken en dat ik fit zou zijn.

Toen ik bedacht wat dat betekende voor mijn leven nu, kwam er onmiddellijk een overzichtelijk levensprogramma uit, namelijk: aandacht voor mijn dierbaren, met vrienden afspreken, geld verdienen, sparen, sporten en gezond eten. Voilà, een rijtje prioriteiten waarvoor ik geen zelfhulpboek, cursus of coach meer hoefde te raadplegen.

Noem me onnozel, maar het verbaasde me hoe makkelijk het door die stip op de horizon ineens was om de rode draad te zien in de chaos en tegenstrijdigheden van het dagelijkse leven. Het levert misschien niet een leven op dat een bestsellerbiografie voortbrengt, maar er kan weinig op tegen peace of mind.

De overvloed aan mogelijkheden leidt bij veel mensen tot twijfel. In hoeverre kan nadenken over de toekomst helpen met keuzes maken? En vanaf welke leeftijd wordt die verre toekomst relevant?

In een artikel in Harvard Business Review uit 2013 beschrijft universitair docent Hal Hershfield hoe de kennismaking met je toekomstige zelf besluitvorming kan beïnvloeden. Hershfield voerde een onderzoek uit waarin proefpersonen werden geconfronteerd met hun tien jaar oudere zelf. De mensen die met software gemanipuleerde toekomstfoto’s van zichzelf zagen, waren op de vraag waaraan ze duizend dollar wilden besteden, meer geneigd dat geld voor hun pensioen te reserveren dan de mensen die recente foto’s van zichzelf hadden gezien. Hershfield, die onderzoekt hoe mensen hun toekomstig welzijn kunnen vergroten, stelt dat de meeste mensen de derde persoon gebruiken als ze zichzelf over twintig jaar moeten beschrijven, dus dat er een kloof is tussen wie ze nu zijn en hoe ze zichzelf in de toekomst zien. Die kloof verklaart waarom ze ongezond blijven leven en niet sparen. Zo hebben in Nederland volgens het Nibud 2,5 miljoen huishoudens te weinig spaargeld.

In Harvard Business Review beschrijft Hershfield onderzoek waaruit blijkt dat de enkeling die zijn twintig jaar oudere zelf wel met ‘ik’ aanduidt, zich ook makkelijker aan langetermijndoelen committeert. ‘Future self-continuity’ heet dat: de band die iemand nu al voelt met de verre toekomst.

Een TEDtalk van Hal Hershfield over ‘future self’.

Notities voor jezelf in de toekomst

Er zijn sites en apps waarmee je de band met je toekomstige zelf kunt versterken. Zo heb je de app changemyface.com die de blije roker of drinker toont hoe zijn gezicht er na nog eens twintig jaar paffen, zuipen en zonnebaden uitziet (je schrikt je een ongeluk). Via hifutureself.com stuur je korte notities de toekomst in, ook al is die maar een dag oud. Zo ontving ik gisteravond om 23.00 uur een mailtje met de woorden: ‘Ga asjeblieft naar bed’. Dat had ik mezelf de dag ervoor gestuurd nadat ik kwaad van slaapgebrek wakker was geworden. Maar de meestgebruikte methode om de toekomst te raadplegen is ‘de brief aan je toekomstige zelf’. Het is „een eenvoudige oefening die je naar je ideale toekomst kan leiden”, luidt de inleiding van de pagina ‘Hoe schrijf je een brief aan je toekomstige zelf’ op wikihow.com.

Via de site futureme.org schrijf je een mail aan je toekomstige zelf dat je op elk gewenst moment, tot aan 2065, naar je eigen mailadres kunt laten sturen. Volgens de teller op de site zijn er al ruim vijf miljoen brieven gemaild. „En zo ontvang ik op onverwachte momenten post van mijn oude ik”, schrijft Manon Sikkel, kinderboekenschrijver en psycholoog, over Futureme op haar blog Bedrock. „Het zet me er toe aan om na te denken over wat ik nog wil bereiken.”

Toekomstbrieven worden ook gebruikt in loopbaan- en coachingstrajecten. „Wanneer je jezelf een brief uit de toekomst schrijft, stimuleert dat om je wensen en verlangens expliciet te maken”, staat te lezen op de site van Rens Mesters, die in Tilburg een coachingspraktijk heeft.

Toch is het oppassen met de projectie van jezelf op de toekomst. Nele Jacobs, verbonden aan de Open Universiteit, is de eerste Nederlandse hoogleraar levenslooppsychologie. Iedere levensfase heeft volgens haar eigen prioriteiten. „Adolescenten zijn bezig met het vormgeven van hun identiteit en oefenen met zelfstandigheid. Volwassenen van achttien tot veertig jaar zijn bezig met studie, relaties, gezinsvorming en de invulling van de loopbaan. Bij het maken van die keuzes de gevolgen voor de verre toekomst meewegen, is lastig”, zegt ze.

Pas later in je leven de boel op orde

„De verre toekomst gaat meestal pas spelen voor mensen die de zorg en verantwoordelijkheden voor anderen op zich hebben genomen”, meent pedagoog Bas Levering. „Omdat je dan moet zorgen dat je de boel op orde hebt. En omdat mensen tegenwoordig later kinderen krijgen, komt die verre toekomst dus pas later dichtbij.”

Bovendien veronderstelt vooruitspringen in de tijd dat je dezelfde persoon in dezelfde omstandigheden blijft en dat is dus niet zo. „Zou jij als je vijftien jaar geleden in New York had nagedacht over je leven als bejaarde dezelfde prioriteiten hebben genoemd?” vraagt Nele Jacobs. Zijzelf niet, zegt ze, omdat ze toen nog aan het begin van haar carrière en gezinsleven stond. „Naarmate het leven vordert gaan we andere dingen belangrijk vinden. Er zijn nog zoveel mogelijkheden om je te ontwikkelen. Dat geldt ook voor ouderen: senioren hebben er door de hoge levensverwachting tijd bijgekregen waarin ze ook nog kunnen veranderen.”

Jacobs verwijst naar wat Daniel Gilbert, hoogleraar psychologie aan Harvard, the end of history illusion noemt: dat iedereen, ongeacht leeftijd of moment, ten onrechte denkt dat de belangrijkste veranderingen al achter de rug zijn. In zijn Tedtalk ‘De psychologie van je toekomstige zelf’ zegt Gilbert: „Mensen tussen achttien en achtenzestig onderschatten schromelijk hoezeer ze de komende tien jaar zullen veranderen.” Het gewicht van waarden als plezier en succes verschuift gedurende de jaren, persoonlijke eigenschappen, voorkeuren in films, vriendschappen, boeken; ze zullen stuk voor stuk veranderen. Over tien jaar is een nieuwe band favoriet, ga je liever ergens anders naartoe met vakantie. Gilbert: „Alleen als we terugkijken erkennen we de kracht van tijd, niet als we vooruitkijken.”

Wil je weten wat de toekomst te bieden heeft, dan is het volgens hem effectiever om mensen te raadplegen die nu al het leven leiden dat jij in de toekomst wilt hebben. Vooral ouderen.

Dat vindt ook gerontoloog Karl Pillemer. In zijn artikel Vraag het de ouderen (in online magazine Aeon) stelt hij: „Wie kunnen er nu beter vragen over het doel van het leven beantwoorden dan mensen die hun eigen doel al heel lang leven?” In het project ‘Interview your future self’ moedigde hij zijn eindejaarsstudenten aan hun toekomstige zelf te vinden in de vorm van een tachtiger die het leven had geleid dat ze zelf ambieerden. „Geneeskunde studeren? Zoek een gepensioneerde arts. Van plan om een weinig veeleisende baan te zoeken om daarnaast te kunnen schrijven, schilderen of muziek maken? Vraag een tachtiger die hetzelfde pad koos naar zijn of haar ervaringen.”

Maar volgens Nele Jacobs moet je ook de waarde van het advies van deze seniore ervaringsdeskundigen relativeren. „Mensen die nu zestig of ouder zijn hebben een hele andere tijd meegemaakt dan de huidige jongeren. We weten niet eens voor welke banen we studenten moeten opleiden.” Ze noemt de levenswijsheid van ouderen liever „een aanvullend perspectief”.

Kijk niet al te ver vooruit

Kunnen we dan niks leren van ons toekomstige zelf? Toch wel. Volgens Jacobs is het zeker zinnig om over ‘de middellange termijn’ vooruit te kijken, „zeker als je het binnen je huidige levensfase doet, omdat je van een nieuwe fase nog maar weinig weet”.

„Een toekomstbeeld van onszelf wanneer we ons nog in dezelfde levensfase bevinden zal concreter zijn dan het toekomstbeeld daarna”, zegt ze. „Dat beeld dat we maken van het einde van zo’n levensfase, bijvoorbeeld afstuderen, uitvliegende kinderen of pensioen, kun je best als sturing gebruiken. ‘Waar wil ik staan als ik die levensfase volbracht heb? Wie ben ik dan als persoon?’ Hoe concreter en persoonlijker de toekomstverbeelding, hoe groter de kans dat deze daadwerkelijk het gedrag en de keuzes gaat sturen.”