Opgevoed: wat als een kind lelijk doet tegen opa?

Elke week legt Annemiek Leclaire een lezersvraag over opvoeding voor aan deskundigen. Deze week kinderen die lelijk doen tegen grootouders.

Illustratie Istock, portretten Martien ter Veen

Oom: „Op Eerste Paasdag loop ik (28 jaar, kinderloos) ’s ochtends in het huis van mijn ouders naar beneden. Daar tref ik aan de keukentafel mijn 62-jarige vader met zijn vijfjarige kleinzoon. Ze spelen een spelletje. Al snel valt me op dat mijn neefje zijn opa flink aan het ‘testen’ is. Het is ‘ouwe opa’ voor en ‘ouwe opa’ na.

„Omdat mijn neefje voor zijn leeftijd al een zeer goed ontwikkeld humoristisch vermogen heeft, moet ik er smakelijk om lachen. Hij is altijd aan het clownen, krijgt in gezelschap snel de lachers op zijn hand. Langzamerhand verandert de toon van plagerige grapjes naar provocerende statements. Ik merk dat voor mijn vader de grens overschreden is maar ik zie hem worstelen met het aangeven van die grens. Als het spelletje klaar is, steekt mijn neefje zijn middelvinger op naar zijn opa en zegt: ‘fuck you’. Mijn vader geeft aan dat hij daar niet van gediend is, maar mijn neefje blijft door gaan met zijn middelvinger omhoog steken en schelden. Ik stop met lachen, en zeg op serieuze toon dat het genoeg is nu. Mijn neefje verandert meteen in een gekwetst en vleugellam vogeltje. Nog minstens een kwartier blijft hij aangedaan op de bank liggen als zijn moeder de kamer binnenkomt. Plots is hij alles vergeten en springt hij in de armen van zijn moeder.

„Ik kan me niet herinneren dat ik op die leeftijd zo tegen mijn opa praatte. Als ik het later met mijn vader bespreek, geeft hij aan dat mijn neefje ver over zijn grens is gegaan. Moeten we dit gedrag met zijn moeder bespreken? En zo ja, hoe? Wij vrezen overigens allebei dat mijn zus hier niet open voor staat.

Naam en woonplaats zijn bij de redactie bekend. De rubriek Opgevoed is anoniem, omdat moeilijkheden in de opvoeding gevoelig liggen. Wilt u een dilemma in de opvoeding voorleggen? Stuur uw vraag of reacties naar opgevoed@nrc.nl.

Respectvolle afstand

Bas Levering: „Jongens van vijf kunnen zich geweldig uitsloven. Aan zulke testosteronbommetjes moet je een beetje ruimte geven. Deze jongen heeft dit malle gedoe niet van zichzelf. Kinderen van die leeftijd nemen van alles over. Het is de vraag of hij wel weet wat hij tegen opa zegt. Het volstaat hier om rustig maar resoluut de grens aan te geven en het verschil tussen plagen en pesten uit te leggen. ‘Nu moet je ophouden.’ Als het kind gaat mokken, kun je het er verder bij laten. Mokken is een kunst die we verleerd zijn, omdat we zo nodig alles willen uitpraten. Chimpansees gaan met de rug naar elkaar toe zitten, lopen allebei een andere kant op en als ze elkaar weer tegenkomen is alles weer goed.

„Het is goed dat u ingrijpt als uw vader dat niet kan. U moet dit zeker bij uw zuster op een zakelijke manier aan de orde stellen. Mensen durven te weinig te zeggen wat ze vinden, waardoor ze kwesties groter laten worden dan nodig is.

„Wat zou er eigenlijk tegen zijn om opa en oma weer met ‘u’ aan te spreken? Opa’s en oma’s kunnen broos worden; een beetje respectvolle afstand beschermt ze dan tegen dit soort gedoe.”

Grappen maken begrenzen

Marga Akkerman: „Is een kind gewend met zijn grappenmakerij de lachers op zijn hand te krijgen, dan is dat zijn manier geworden om geen vervelende dingen te hoeven doen. Zo komt het kind onder heel wat grenzen uit. Komt er dan toch ineens een grens uit de lucht vallen, dan raakt het kind daarvan in de war. Dat lijkt hier het geval: er is te lang gelachen en te laat ingegrepen.

„Het is goed om dat met zijn moeder te bespreken. Je moet een beetje oppassen met een kind dat de clown uithangt. Wat als kleuter nog leuk was, wordt voor een ouder kind een hindernis: hij denkt nog steeds dat hij moet clownen om contact te maken. Maar daarmee krijgt het geen vriendjes, alleen maar toeschouwers. Dat maakt eenzaam. Ook om die reden kan het geen kwaad om het grappen maken te begrenzen. Bij het eerste signaal dat het niet meer leuk wordt, stel je een grens: ‘Tot hier was het leuk. En nou gaan we wat anders doen’. Dat kan zijn moeder doen, maar ook zijn oom, of opa zelf. Als het rustig gezegd wordt en vooral zonder irritatie, kan een kind het veel beter hebben dan wanneer zijn zogenoemde ‘leuk doen’ ruwweg wordt afgekapt.”