Opinie

Kleinkinderen zijn niet getekend door de oorlog, wel geraakt

Kleinkinderen doen er goed aan informatie te verzamelen over het trieste oorlogsverleden van hun grootouders, weet uit eigen ervaring. „De onbekendheid met mijn verleden knaagt.”

Deze foto, met daarop Onno Sinkes grootvader met een net geschoten tijger, was jarenlang het enige thuis dat aan Indië herinnerde. Foto privécollectie

Op de foto staat een donkere man, nonchalant leunend op een geweer. Voor hem ligt een net geschoten tijger, de kop omhoog gehouden met een stuk hout. Achter hem staan enkele mannen in uniform. De man is mijn opa, Vic Toers Bijns, eerste luitenant in het KNIL, het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger. De foto uit de jaren dertig was thuis het enige dat aan Indië herinnerde.

Helemaal onbegrijpelijk was dit niet. Mijn opa maakte tijdens de Tweede Wereldoorlog deel uit van een verzetsgroep, werd verraden en vervolgens onthoofd door de Japanse bezetter. Zo verloor mijn moeder op haar zesde haar vader. Zelf bracht ze de oorlog met haar moeder en zusjes door in kamp Bangkinang op Sumatra. Mijn moeder balanceerde er op het randje van de dood.

Hoewel ik de details niet weet, heeft de oorlog grote invloed gehad op mijn oma en haar drie dochters. Een schijnbaar onschuldig detail laat de impact van deze periode zien: dertig jaar later kon mijn moeder nog steeds wakker schrikken uit angst haar rugzakje kwijt te zijn. Haar was als vierjarige, op weg naar het kamp, ingeprent dit koste wat kost bij zich te houden.

In hoeverre worden dit soort ingrijpende oorlogservaringen doorgegeven aan volgende generaties? Ben ik, 38 jaar oud, ook getekend door de oorlog? Getekend niet, geraakt wel. Academische psychologische studies laten zien dat trauma’s niet worden doorgegeven tot in de derde generatie. Over het algemeen geldt: hoe meer generaties het geleden is dat de ingrijpende gebeurtenis heeft plaatsgevonden, hoe kleiner de impact.

Wel blijken de oorlogservaringen van de grootouders in de Tweede Wereldoorlog op andere manieren invloed uit te oefenen op mijn leven en dat van leeftijdgenoten. Dit uit zich onder andere in een verhoogde belangstelling voor de oorlog in het algemeen en voor de ervaringen van hun grootouders in het bijzonder. Hoewel de academische studies voornamelijk over nakomelingen van Holocaust-overlevenden gaan, geldt de grote belangstelling voor de eigen familiegeschiedenis vermoedelijk ook voor andere groepen. Zelf herken ik me er in elk geval in; de onbekendheid met mijn verleden knaagt.

Iets doen met het trieste verleden

We voelen wel degelijk de noodzaak om iets te doen met het trieste verleden van onze grootouders. Maar waar onze ouders vaak in therapie gingen, verwerken wij dit verleden liever op een andere manier. Hoe? Door op onderzoek uit te gaan en de gevonden informatie te verwerken tot teksten, audiovisuele producten of toneelstukken. We staan verder af van de oorlog waardoor het onderwerp ons wel raakt, maar niet verlamt. Was een dialoog tussen de eerste en tweede generatie niet of nauwelijks mogelijk door de te grote nabijheid van de oorlog, tussen grootouders en kleinkinderen bloeien vaak mooie gesprekken op.

In mijn geval is dat niet meer mogelijk. Gelukkig zijn er nog vele andere manieren: het doorpluizen van archieven en het bestuderen van dagboeken en brieven van voorouders of oude kranten. Of het lezen van romans en non-fictieboeken van de eerste en tweede generatie die een gevoel van herkenning geven.

Maar het verzamelen van de informatie alleen is voor velen niet genoeg. Zij verwerken hun familiegeschiedenis in de vorm van boeken, toneelstukken, documentaires of in verhalen. Neem journaliste Natascha van Weezel, kleinkind van vier Holocaust-overlevenden, die een interessant boek en een documentaire maakte over de invloed van de oorlog op haar leven.

Of kijk naar actrice Esther Scheldwacht die het leven van haar Indische oma als uitgangspunt nam voor een intrigerend toneelstuk. Of lees de goed geschreven verhalen op de website van historicus Bas von Benda-Beckmann, in de verte verwant aan de Duitse generaal en oorlogsmisdadiger Alfred Jodl. Zij worden gedreven door de drang hun vaak pijnlijke en trieste familiegeschiedenis te verkennen, vast te leggen en door te geven. Talloos zullen degenen zijn die dezelfde drang voelen, maar dit in de anonimiteit doen.

Uit eigen ervaring weet ik dat onderzoek naar je familiegeschiedenis je veel brengt. Door mijn zoektocht trekt de nevel der geschiedenis langzaam op. Mijn opa en oma, mijn moeder en mijn tantes krijgen steeds meer een gezicht. Ik weet wat ze gedaan hebben, waar ze geleefd hebben, wat ze gevoeld hebben. Ik weet waar ik vandaan kom, ik heb het gevoel weer ergens bij te horen. Op een bepaalde manier heeft mijn onderzoek een helend effect.

Zoals historicus en tv-presentator Hans Goedkoop, wiens opa kolonel was in het Nederlands-Indië van de politionele acties, eens treffend zei: „De beste hulpverlening voor de derde generatie is geschiedschrijving, of de middelen daartoe. De beste therapie is kennis.”