Huurblunder toont chaos Rotterdam

Waterfront

De verhoren in de enquête van de raad zijn voorbij. De vraag was in hoeverre de wanorde bij vastgoed aan de fraude heeft bijgedragen.

Het voormalige pand van Waterfront aan de Boompjeskade. In het voormalig poppodium, dat eigendom is van de gemeente, zouden verbouwingen zijn uitgevoerd en betaald zonder dat daarvoor opdracht was gegeven. Foto Remko de Waal / ANP

Twee weken verhoorde een enquêtecommissie van raadsleden de hoogste ambtenaren en bestuurders van Rotterdam. Ze wilden weten hoe het mogelijk was dat de huurder van Waterfront, een gemeentepand, jarenlang geen huur betaalde en de stad ook nog voor miljoenen met valse facturen oplichtte.

Maar hoewel de commissieleden onder voorzitterschap van Bart-Joost van Rij (Leefbaar Rotterdam) stevig doorvroegen, is op die vraag geen antwoord gekomen. Dat komt mede doordat ze van tevoren al afzagen van een daderonderzoek. De commissie onderzocht de bedrijfsvoering van de gemeentelijke vastgoedorganisatie, en of er verband was met dit fraudegeval.

Bij dit type onderzoek paste het volgens de commissie niet de twee ambtenaren te horen die het contract sloten met de huurder, de Turks-Nederlandse horecaondernemer Göksel Kan. Zo bleef onduidelijk waarom zij met Kan in zee zijn gegaan, ofschoon een financieel onderzoeksbureau negatief adviseerde over Kan. Dit kredietwaardigheidsonderzoek was uitgevoerd in opdracht van de ambtenaar die verantwoordelijk was voor het werven van Kan als huurder, de assetmanager maatschappelijk vastgoed. Deze manager legde dat negatieve advies niet voor aan zijn meerdere, het toenmalige afdelingshoofd Julia Brugts.

Brugts moest wel voor de commissie verschijnen. Daar zei ze volledig te hebben vertrouwd op de assetmanager, en dat ze doorgaans niet om een dossier vroeg voordat ze het huurcontract tekende. „Nu zou ik dat professioneler aanpakken.”

De chaos heeft er mogelijk wel voor gezorgd dat hij jaren kon blijven frauderen zonder huur te betalen

Geen leegstand in de boeken

Als Brugts het kredietonderzoek wél zou hebben gezien, zou ze waarschijnlijk extra financiële zekerheden van de huurder hebben gevraagd, zei ze. Maar of ze de huurder had afgewezen, is nog maar de vraag. Het was in de toen heersende economische crisis belangrijk dat er geen dure leegstand in de boeken kwam. En daarom was een huurder nodig die een kostendekkende huur kon betalen, in ieder geval op papier.

De verhoren met directeuren van de afdeling vastgoed van de gemeente Rotterdam maakten pijnlijk duidelijk dat er jarenlang chaos heerste. Het samenbrengen van al het vastgoed in één organisatie betekende dat veel medewerkers een andere functie kregen of op een andere plek terechtkwamen. Een nieuw computersysteem van Oracle, dat nog niet goed werkte, maakte het volgens medewerkers moeilijk een overzicht van kosten en opbrengsten per pand op te vragen. Tot overmaat van ramp schrapte de gemeente bijna de helft van het aantal ambtenaren op de afdeling, waardoor de werkdruk voor de achterblijvers te hoog werd.

Hoewel de problematische werksituatie de fraude van Kan niet veroorzaakte – hij stuurde valse facturen voor onderhoud en reparaties die waarschijnlijk nooit zijn uitgevoerd – heeft de chaos er mogelijk wel voor gezorgd dat hij jaren kon blijven frauderen zonder huur te betalen. Daarbij moet de onderzoekscommissie zich ook afvragen of nog andere factoren meespeelden. Door herhaaldelijk de huur kwijt te schelden vanwege ‘slecht onderhoud’, was de begroting op papier in ieder geval rond en de afdeling debiteuren weer even tevreden.

De fraude toont aan dat het in financiële processen misgaat

De wethouder die nu verantwoordelijk is voor het Rotterdamse vastgoed, en tijdens de laatste twee jaar van de fraude, is Ronald Schneider van Leefbaar Rotterdam. Hij leek zich deze week tegenover de enquêtecommissie zichtbaar ongemakkelijk te voelen. Schneider zat een beetje afgewend van de raadsleden, en als ze hem een lastige vraag stelden, antwoordde hij afgemeten, vaak met een ‘ja’ of ‘nee’.

Wethouder Schneider heeft zijn geloofwaardigheid als verantwoordelijke voor de vastgoedafdeling met zijn verhoor niet vergroot. Hij erkende bestuurlijk verantwoordelijk te zijn voor de financiële processen, maar bleek een belangrijk verbeterprogramma daarvoor de afgelopen periode niet te hebben geagendeerd in het geregelde overleg met zijn vastgoedstaf. Ook kwam het onderwerp niet voor in verslagen van zulk overleg, of van besprekingen met directeuren van de verschillende afdelingen binnen Stadsontwikkeling. De Waterfront-fraude toont juist aan dat het in de financiële processen van deze diensten misgaat. Eerder dit jaar schreef de accountant van de gemeente zijn opdrachtgever nog dat het financieel beheer bij vastgoed „in opzet” niet goed is gewaarborgd.