Recensie

Hoe Rome veroverde en bestuurde

Romeinenweek

In twee nieuwe boeken richt oudhistoricus Goldsworthy zich zowel op de Romeinse legers als op de wijze waarop Rome verslagen vijanden voor de eigen zaak wist te winnen.

Het is vermoedelijk geen karaktertrek die u meteen associeert met de oude Romeinen, maar ze waren op hun manier bescheiden. Ze erkenden dat de Grieken hen in bijvoorbeeld wetenschap en kunst overtroffen. Met deze zelfkennis gingen de Romeinen op verschillende manieren om: een auteur als Plinius de Oudere ver-Romeinste de Griekse kennis, anderen stelden de situatie voor als twee volken met één cultuur. En de dichter Vergilius meende dat ondanks alle Griekse genialiteit één talent exclusief Romeins was, namelijk het bestuur.

Hoe de Romeinen de wereld bestuurden is het thema van twee boeken, beide onlangs vertaald, van de Britse oudhistoricus Adrian Goldsworthy (1969). Romeinse legioenen behandelt niet alleen de zwaarbewapende legionairs, maar ook de hulptroepen, de cavalerie en de zeestrijdkrachten. Pax Romana behandelt het openbaar bestuur, waarvan het leger slechts één aspect was.

Het eerstgenoemde boek illustreert Goldworthy’s talenten het best. Hij benut teksten en archeologische vondsten zó dat de vele afbeeldingen meer zijn dan een plaatje bij een praatje: ze zijn niet ondergeschikt aan de tekst maar vertellen hun eigen verhaal. Hoewel je je op verschillende punten kunt afvragen of Goldsworthy’s interpretatie juist is, presenteert hij het overvloedige bewijsmateriaal zonder dat het ook maar een moment saai wordt.

Tegelijk is dit wat onbevredigend. De historicus kan zich er immers dan en slechts dan toe beperken alleen het bewijsmateriaal te presenteren als dat bewijsmateriaal de belangrijkste aspecten documenteert van het onderwerp waarover de historicus het heeft. Dat is helaas zelden het geval.

Om te beginnen zijn de antieke bronnen toevallig overgeleverd, waardoor onze informatie ongelijkmatig is verdeeld. Dat de bronnen meer oog hebben voor veldheren dan voor soldaten is een andere reden voor de ongelijkmatig verdeelde informatie.

Archeologische vondsten hebben weer andere nadelen, zoals de vergankelijkheid van hout en leer. Inscripties gaan doorgaans over degenen die zich de aanschaf van een blok natuursteen konden veroorloven, en dus eerder over officieren dan manschappen. Kortom, de data zijn nooit representatief en aangezien Goldsworthy dichtbij het bewijsmateriaal blijft, biedt hij geen echte geschiedenis.

Ter verontschuldiging moet worden opgemerkt dat hij niet de enige krijgshistoricus is die de zaken zo aanpakt en dat hij van dit ietwat naïeve genre elke uithoek kent. Dat maakt Romeinse legioenen uiteindelijk toch de moeite waard.

Pax Romana is breder. Waar het gaat over de Romeinse veroveringen en een doublure met Romeinse legioenen mogelijk zou zijn, concentreert Goldsworthy zich op andere aspecten, zoals bondgenootschappen en de wijze waarop Rome verslagen vijanden voor de eigen zaak wist te winnen. Ook de rol van kooplieden en kolonisten komt aan de orde, net als de wijze waarop gouverneurs de belastingen haalden uit de provincies.

Bestuurssysteem

Na een verslag van de veroveringen biedt Goldsworthy een overzicht van het bestuursapparaat en het is veelzeggend dat hij, zonder tussen de diverse verklaringen te kiezen, het einde van de militaire expansie behandelt in het hoofdstuk over de keizer. Het systeem waarmee Rome de wereld had veroverd bestond niet langer en individuele beslissingen werden belangrijker voor de Romeinse strategie. Tegelijk ontstond een bestuurssysteem dat Rome in staat stelde opstanden neer te slaan en vijanden af te straffen.

Pax Romana is een mooi boek, maar laat ook vragen onbeantwoord. Eén daarvan staat centraal in de Romeinenweek die dit weekend begint: wat is eigenlijk een Romein? Een jonge man uit een onderworpen provincie kon immers het burgerrecht verwerven door dienst te nemen in de hulptroepen terwijl een grootgrondbezitter Romein kon worden door het burgemeesterschap te bekleden. Eind eerste eeuw n. Chr. hadden de rijkste ingezetenen het burgerrecht verworven en in 212 n.Chr. verleende keizer Caracalla het aan alle vrijgeboren mannen.

Niemand maakte bezwaar tegen dit burgerrecht en in elk geval werd de schrijvende elite deelgenoot aan de gedeelde Griekse cultuur. Blijkbaar vonden mensen het belangrijk Romein te zijn, wat het bestuur aanzienlijk zal hebben vereenvoudigd. Daar had ik meer over willen lezen.

Bovendien maakten de burgers zich, ongeacht hun afkomst, ook de Romeinse bescheidenheid eigen. Die gaven ze door aan de middeleeuwse christenen, die meenden ‘op de schouders van reuzen te staan’, en uiteindelijk aan ons. De Romeinse openheid voor andermans opvattingen zou wel eens definiërend kunnen zijn voor de Europese cultuur en vormt een reden kennis te nemen van het Romeinse erfgoed.

Adrian Goldsworthy geeft zaterdag 29 april tussen 13.30 en 14.30 uur een lezing in Athenaeum boekhandel in Amsterdam en wordt daarna publiekelijk geïnterviewd door NRC-chef wetenschap Hendrik Spiering.
Zie voor activiteiten tijdens de Romeinenweek (29/4 t/m 7/5) www.romeinenweek.nl