Column

Hoe je een arrogante kwast wordt (of dat juist kunt vermijden)

Column Ben Tiggelaar

Hoe verandert gezond zelfvertrouwen in ziekelijke arrogantie, vraagt Ben Tiggelaar zich deze week af.

Een van de grappigste boeken over leiderschap die ik de laatste maanden las, is Weet je wel wie ik ben? De geschiedenis van de arrogantie van Ari Turunen. De Finse socioloog Turunen zet daarin ‘catastrofale keerpunten’ op een rij. Prutserij van vaak verschrikkelijke proporties, veroorzaakt door menselijke verwaandheid.

De historie van de zelfoverschatting reikt bij Turunen van de Griekse heerser Alexander de Grote tot de Duitse autobaas Martin Winterkorn.

Tijdens de verovering van Centraal-Azië, in de vierde eeuw voor Christus, steeg het succes Alexander de Grote behoorlijk naar het hoofd. Hij eiste bijvoorbeeld van zijn mannen dat ze hem voortaan met een diepe buiging zouden begroeten, een gebruik dat hij had afgekeken van de Perzische koningen. Zijn soldaten weigerden dit aanvankelijk – je buigt alleen voor de goden – en dat kostte verscheidene van hen de kop. De mensen die het dichtst bij Alexander stonden en die hem wellicht nog tot rede hadden kunnen brengen, zoals zijn hofschrijver Callisthenes, moesten er als eerste aan geloven.

In 2014 zei Martin Winterkorn, voorzitter van de raad van bestuur van het Volkswagenconcern, tegen het Duitse tijdschrift Der Spiegel dat arrogantie en zelfingenomenheid het ergste waren dat Volkswagen zou kunnen overkomen. Een jaar later moest hij aftreden toen aan het licht kwam dat Volkswagen zijn auto’s vanaf 2009 had voorzien van software waarmee de testen op het gebied van dieseluitstoot werden gemanipuleerd. Al in 2011 was dit door technici binnen het bedrijf aangekaart bij de hoogste leiding, schrijft Turunen, maar Winterkorn en zijn mededirecteuren wilden niet luisteren. Tot op de dag van vandaag houdt Winterkorn vol dat hij onschuldig is.

Hoe verandert gezond zelfvertrouwen in ziekelijke arrogantie? Volgens Turunen ligt het aan de chemische huishouding in ons brein. Wie te veel succes heeft en te vaak geprezen wordt, maakt meer dopamine en serotonine aan dan gezond voor hem is. En dat zorgt ervoor dat we uiteindelijk zelf ook gaan geloven dat we geweldig zijn.

Valt hier iets tegen te doen? Volgens Turunen zijn kennis en empathie essentieel. Kennis van de geschiedenis, van tradities en van andere culturen helpt. Respect voor de kennis van anderen ook. En daarnaast loont het wanneer je je op een tolerante manier blijft verplaatsen in de gedachten van andersdenkenden.

Een onvermoed voorbeeld in Turunens boek is de Mongoolse heerser Dzjengis Khan, die aan het begin van de dertiende eeuw het grootste grondgebied ooit wist te veroveren. Natuurlijk had ook Dzjengis zijn vervelende trekjes (hij was een genadeloze moordenaar), maar hij was niet hoogmoedig, leefde hetzelfde sobere nomadenbestaan als zijn strijdmakkers en had geen last van vooroordelen. Zo nam Dzjengis mensen uit alle windstreken in dienst – van China tot Europa – en betaalde ze allemaal hetzelfde salaris.

Mocht je na alle historische en actuele voorbeelden opgelucht concluderen dat jijzelf gelukkig geen last hebt van zelfoverschatting, pas dan op. Turunen schrijft: „Het is extra arrogant om te beweren dat je nooit arrogant bent geweest.” Juist deze vorm van eigenwaan is voor veel leiders het begin van het einde.