Recensie

Het wonder van de winnende tweeling

Sandro Veronesi

In zijn sportverhalen laat hij zich niet leiden door clichés, maar door zijn verbazing. Het levert geslaagd proza op.

De Amerikaanse tennisbroeders Mike en Bob Bryan in Houston, 2016 Foto Aaron M Sprecher/AP

Sandro Veronesi (Florence, 1959) is een gezegend romanschrijver. Zijn boeken zijn vaak bestsellers (wie Kalme Chaos nooit las doet zichzelf tekort). Het zijn ook swingend geschreven ideeënromans waar je drie dagen later nog over loopt na te denken (wie Zeldzame aarden vergat te lezen heeft ongelijk).

En nu komt uitgerekend Veronesi met een bundel documentaire verhalen over sport, onder de ronkende titel Een god waakt over je.

Ahum.

Gelukkig. Veronesi is een sportfanaat, maar hij laat zich niet verleiden tot weeë verhalen, zoals schrijvers dat te vaak doen, overreagerend, alsof ze zich schamen voor hun vervoering en in de hoop dat niemand ze door heeft.

Ook voor Veronesi is de sport zo’n beetje heilig. Maar als schrijver ziet hij hoe deze deuren opent naar de moderne wonderen waar uiteindelijk al zijn romans over gaan. Met hoofdpersonen die het leven serieuzer nemen dan waar dat leven van gediend is.

Veronesi ziet lijden, streven, verlichting, om niet te zeggen Verlichting. En hij staat versteld: alles in deze bundel is geschreven vanuit verbazing. Daarbij is er voor Veronesi geen onderscheid tussen de topsporter en de hartstochtelijker amateur. Hij kijkt dagen naar een troepje jonge skaters, hij ziet geweldenaars, ook al kunnen ze het nog niet goed. Ze verleiden hem tot spetterende beschrijvingen van hun toeren, maar ook tot een verhandeling over een ‘concept uitwerken en dan proberen dat te realiseren’. Alle sport is een uiting van dat principe, concludeert hij. Alle sport dient om ‘de vrijheid te definiëren en die te beschermen tegen de roofdieren’ – zoals geld en succes, welke die vrijheid zullen verscheuren als ze de kans krijgen.

Sport is voor Veronesi een voorwendsel voor het vertellen van ongelooflijke en toch waargebeurde verhalen rond personages die de sport voor hem verzon en die hij zich toe-eigent en in deze verhalen doorgeeft. Het zijn feiten maar het leest als fictie.

Zoals het verhaal van de spiegeltweeling, een speling van de natuur waarbij tweelingbroers elkaar complementeren. Dus de een is links- en de ander rechtshandig, en zo voort, elkaar in alles volmaakt aanvullend. Zulke tweelingen komen zeer zelden voor, maar laat nou juist zo’n tweeling proftennis spelen. Herendubbel uiteraard. Veronesi beschrijft wat hij ziet: het wonder van de onoverwinnelijkheid van dit ‘magnifiek[e] zoogdier dat in tweeën is gesplitst’. Hij beschrijft zijn bevreemding door het wrede van het ijshockey. Wijdt een treurzang aan de reservekeepers – die alle interlands meemaken maar nooit meespelen: ‘Ze hebben de sirenes horen zingen, alleen zongen die helaas niet voor hen.’

Hij vertelt van de klap met een honkbalknuppel tegen de knie van een kunstschaatskampioene, afgerond met een pornografische internetpost. Hij komt met het verhaal van The Atomic Bull, een bokser uit Chicago. Erkend toptalent, helaas houdt hij te veel van drugs. Maar dan. Hij kickt af, vecht een geweldige match. En barst in de ring in onstuitbaar snikken uit, waarmee zijn comeback in duigen valt. Toch drugs, denkt iedereen. Nee. Is niet zo. Wat dan wel? Niemand die het begrijpt. Ook Veronesi niet, al veronderstelt hij een aanval van existentiële leegte die meer sporters bekruipt, een worsteling met ‘dat uitzichtloze elders’.

Beschrijft hij bekende helden dan lees je over hedendaagse heiligen en hun mysteriën. Roger Federer ontlokt hem prachtige pagina’s over gezegende dweepzucht. Michael Jordan beschrijft hij aan de hand van zijn observatie dat deze ‘beste sportman ter wereld’ wordt gekenmerkt doordat hij de hele tijd iets voor het laatst doet (de cursivering is van Veronesi).

Veronesi is fan van Juventus en dat nekt hem. Schrijft hij over ‘zijn’ club dan worden zijn verhalen te gedetailleerd, klef zelfs. Ik verveel me bij al die voetballingo en lees snel verder. Ha. Nu gaat het over Franco Ballerini, ‘een van de beste wielrenners van zijn generatie’ met een carrière die werd weggevaagd door de hooikoorts, waardoor hij ’s zomers niet kon rijden. Ballerini wil Parijs-Roubaix winnen. Verliest dramatisch, ‘op acht centimeter’. Wint later tóch. Twee keer. En zo gaat het door, van wonder naar raadsel, van zege naar verlies naar roem naar neergang. Alle sporten. Ik miste het waterpolo. Maar dat zij Veronesi vergeven.