Vanille wordt duurder, dus nu groeit het in een Nederlandse kas

Nedervanille

Kostbare vanillebloemen groeien in Madagascar, maar ook in een proefkas in Bleiswijk. Daar hebben de stokjes geen last van vervuiling of uitbuiting. De teelt blijft delicaat, ook onder glas.

Filip van Noort, onderzoeker van Wageningen University & Research, in de proefkas waar hij vanille kweekt. Foto David van Dam

„Waar is mijn prikpen?” Filip van Noort, onderzoeker van Wageningen University & Research (WUR), staat op het punt om een vanillebloem te bestuiven. Met als gereedschap een prikpen, zo’n dikke naald met een handvat waar jonge kinderen figuurtjes mee uitprikken om de motoriek te verfijnen.

Hij keert terug met een rood exemplaar, bestijgt een trappetje – de vanilleplant is een klimmer die tot bovenin de kas reikt – en pakt de witte bloem vast. Wat blaadjes eraf, beetje friemelen en dan het stuifmeel tegen de stamper duwen, klaar. Als de bestuiving lukt, hangt hier over zes maanden een volgroeide vanillepeul.

De vanilleplanten in deze proefkas van de WUR in Bleiswijk zijn onderdeel van een experiment. De vraag: lukt het om vanilleteelt uit Nederlandse kassen rendabel te maken?

Dit experiment doet Wageningen, afdeling glastuinbouw, niet alleen. Ook een specerijenexpert, een deskundige van de Hogeschool Leiden en verschillende kwekers – die zelf ook investeerden – werken mee.

Een van die kwekers is Joris Elstgeest, eigenaar van een bedrijf in potplanten. Regelmatig komt hij kijken, hier in Bleiswijk. Elstgeest hoorde van het vanilleproject en dacht: dit past in een trend. Consumenten willen steeds vaker eten met alleen natuurlijke ingrediënten, zegt hij. Maar veel vanillesmaak in koek en ijs is synthetisch.

Na jarenlang onderzoek is het vanilleconsortium optimistisch. Het kweken gaat steeds beter en er lijkt genoeg interesse te zijn voor Nederlandse vanille. Het experiment wordt op grotere schaal voortgezet.

Maar, verzucht Van Noort, wat is de vanillehandel een rare wereld. Afgelopen jaren steeg de vanilleprijs, die erg fluctueert, enorm. Dit jaar loopt hij waarschijnlijk op tot ongeveer 500 euro per kilo. Diefstal, speculatie, uitbuiting: je komt het wereldwijd allemaal tegen in de vanille. „Cowboyachtig”, zegt Van Noort.

Kweker Elstgeest: „Ik sprak handelaren die een paar kilo vanille ophalen, contant betalen en zo’n partij nog geen half uur alleen op hun hotelkamer durven laten liggen.”

Van Noort: „Dit hadden we niet verwacht. Ik zeker niet. Ik ben onderzoeker, ik ben gewoon bezig met teelt.”

Groeien is nog geen bloeien

Die teelt zelf is overigens ook al niet gemakkelijk. De vanilleplant is een orchidee die normaal voorkomt in tropische gebieden – het overgrote deel van de vanille komt uit Madagascar, het eiland ten oosten van Afrika. Wie wel eens een orchidee in huis heeft gehad, weet dat groeien nog best gaat, maar dat bloeien een heel ander verhaal is. De eerste twee jaar dat Van Noort vanilleplanten had, was hij voornamelijk bezig de orchideeën in bloei te krijgen. Voeding, temperatuur, vochtigheid, en licht moeten allemaal precies goed zijn.

Daarnaast moet elke bloem, zoals Van Noort net deed, handmatig worden bestoven. Dit keer was hij maar net op tijd. De vanillebloem bloeit maar één ochtend, de blaadjes vouwden zich al wat dicht. Nogal arbeidsintensief en dus duur.

Een na duurste specerij

Maar de prijzen zijn dus hoog. In 2010 kostte een kilo vanille nog zo’n 20 euro, dit jaar gaat de prijs richting 500 euro, schrijft vanilleverkoper Nielsen-Massey in een recent rapport. Op saffraan na is vanille nu de duurste specerij ter wereld. De marge is groot: bij Albert Heijn kost een stokje van 2 gram 2,99 euro. Omgerekend is dat bijna 1.500 euro per kilo.

Dat komt omdat er wereldwijd een tekort aan vanille is. Madagascar, goed voor 80 procent van de vanille, heeft te lijden onder watertekorten. Ook mislukten delen van de oogst door cyclonen. De laatste was in maart.

Daarnaast daalt de kwaliteit van vanille uit Madagascar de laatste tijd, meldt Nielsen-Massey. Uit angst voor diefstal worden peulen daar soms al geoogst voor ze rijp zijn. Ook krijgen ze niet altijd meer genoeg tijd om na de oogst op smaak te komen.

‘Nedervanille’ kan juist een constante, hoge kwaliteit bieden, zeggen Van Noort en Elstgeest. De stokjes krijgen hier wel de tijd en teelt in kassen is stabieler dan buiten.

Ook kun je bij Nederlandse vanille garanderen dat er geen gebruik is gemaakt van schadelijke chemische middelen en van kinderarbeid, wat in Madagascar wel veel voorkomt. Fijn voor bedrijven die maatschappelijk verantwoord ondernemen belangrijk vinden.

Elstgeest en andere ondernemers gaan dit jaar op 6.000 vierkante meter vanilleplanten aanplanten, twee keer meer dan in eerste instantie gepland. Er is genoeg animo om die vanille straks af te nemen, zegt hij. Van een kleine bakker die bonbons maakt tot grote bedrijven. Namen wil hij nog niet noemen. „Er zijn nog geen contracten getekend.”

Nu nedervanille een succes lijkt te worden, is het onderzoek uitgebreid met een aantal nieuwe gewassen. Achter in de kas in Bleiswijk, waar vanillestokjes liggen te drogen, staat een van die planten. Er hangen trossen kleine bessen aan: zwarte peperkorrels. En ook met saffraan, wasabi en salep (een zeldzame orchideeënsoort) wordt een onderzoek gestart.

Onlangs kreeg een samenwerkingsverband van Wageningen University en verschillende ondernemers en hogescholen een subsidie van 1 miljoen euro van het Rijk.

Tomaten en komkommers

Elstgeest, die ook weer meedoet, heeft het meeste vertrouwen in wasabi. „De vraag is groot. En Japans eten neemt nog steeds toe in populariteit.” Al geeft hij toe dat wasabi – verbouwd in stromend water en bij 3 graden Celsius – ook geen makkelijke klant is.

Maar waarom is het eigenlijk nodig, al die exotische gewassen in de kas? We zijn toch al heel goed in tomaten, komkommers en paprika’s? Ja, zegt Van Noort, maar dat zijn producten die andere landen ook steeds beter leren verbouwen. Niet in de laatste plaats omdat Nederland veel kasmateriaal exporteert, vorig jaar ter waarde van ruim 1,2 miljard euro. Op zich niets mis mee, zegt Van Noort.

„In China moeten ze net zo goed eten. Maar Nederlandse tuinders moeten ook hun boterham kunnen verdienen.”