Een uit de hand gelopen speelgoedautootje

De Mini Countryman is geen auto maar de confrontatie van de tobbende cultuurmens met zichzelf, vindt .

Kan een SUV van 1600 kilo nog een Mini zijn? Natuurlijk! Alles met een Mini-logo kan een Mini zijn. Sinds begin deze eeuw BMW de retro-make-over van het Britse dwergje introduceerde, buikte het Mini-vlees steeds verder uit. Er kwam een station bij, de Clubman, en de SUV waarvan de auto die ik rijd alweer de tweede generatie is, langer en breder dan een Golf. Mini is tenslotte een idee. Al vreten we ons dik en rond, men is zo pril als men zich voelt.

Daarom is hij er, de Countryman. De Mini Maxi. Zo zwaar als een Mercedes S-klasse van 1990. Als Cooper S met 192 pk, de overmacht van dikke BMW’s die dankzij de familieband nu met dezelfde motor rondrijden. Hij heeft een automaat, gemak voor oude mensen. Vierwielaandrijving, geraffineerd pretentieloos All4 genoemd, die nooit in actie hoeft te komen. Een achterklep die zich tegen een meerprijs van 460 euro elektrisch laat sluiten. Techniek voor bejaarden in een uit de hand gelopen speelgoedautootje voor twintigers met geld voor voorgebakken levenskunst. Dit zaakje stinkt!

Hakjes- en tasjeswereld

In naam eert hij het landleven dat hij alleen ’s zomers in Toscane aandoet. Hij gaat in de stad bij leuke meisjes wonen. Babes die je als man van stand hoort te verachten maar toch nakijkt, als je ze op hun met Leer Lounge Satellite Grey beklede stoel en hun 18 inch Pin Spoke-velgen in hun hakjes- en tasjeswereld ziet verdwijnen. Op de verrukking volgt verbittering over de ondraaglijke lichtheid van narcisme à la carte. Het gaat nergens over, denk je stug. Je wilde dat het leven anders was.

Dit is een auto die nooit zorgen heeft gehad, in al zijn gekkigheid volmaakt tevreden met zichzelf. De optielijst martelt de ratio: onzin is gratis, nut kost extra. Het Mini Excitement Pakket met twaalf kleuren interieurverlichting, nonsens, staat in de boeken voor nul euro. Voor het Serious Business-pakket met navigatie, parkeersensoren, multifunctioneel stuur, Bluetooth enzovoorts brengt Mini 2.490 euro in rekening.

Je kunt boos op hem worden. Je zou hem kunnen toespreken als een lanterfantend kind; ga iets nuttigs doen. De spot schiet mis, want nuttig ís hij, meer dan ooit. Er kan een gezin met een volwaardige kampeervracht in, terwijl je hem in Siena makkelijk tussen twee Alfa’s schuift. Alle bezwaren komen neer op botte afwijzing van zijn knotsgekke oppervlakte. Hij is de straf voor je geloof dat in de echte wereld het geluk moet worden opgegraven. Nee, het is te koop. En het rijdt fokking fantasties jongûh!

Wees blij, sprak een mij dierbare mevrouw in zijn vermaaksbranche, dat er nog leuke blonde meiden Mini rijden. Wat zie je liever, jouw grijze tronie in een stokoude Passat of een dartel tiepje?

Daar had zij een punt.

Mag ik dan de bedrijfseconomische aspecten aansnijden? Meer dan 63.000 euro kost het apparaat zoals het voor me staat. Binnen mijn wereldbeeld zou je daar een vleugel of viool voor kopen. De Mini-mens zou dit een ridicule investering vinden. Dan schaft men zorgen aan, buffelend op muzikale openbaringen die je van Bach of Mozart nooit cadeau krijgt. Dit geluk komt meteen. De prijs is lineair aan de geluksindex gekoppeld; hoe duurder hoe fijner.

Dubbele moraal

Je krijgt er de flipperkast bij die ze bij Mini dashboard noemen, een kermisattractie van zotte tuimelschakelaars en die nog steeds ééénige retro-instrumenten. Om het ronde infotainmentscherm cirkelt als vanouds de ring van neonlicht die geinig met je rijstijl meekleurt; groen voor eco, rood voor trappen. Daar sta je dan. Je geeft eens gas, de ring kleurt rood, de Maxi schiet vooruit, de BMW-techniek spuwt vuur en dan, verdomme nog aan toe, vind je hem leuk; je hebt plezier. Geef toe, dat heeft die nurkse Schopenhauer nimmer voor elkaar gekregen.

De Mini Countryman is geen auto maar de confrontatie van de tobbende cultuurmens met zichzelf. Hij pepert hem zijn dubbele moraal jegens de homo ludens in. Die is leuk als Huizinga en Constant Nieuwenhuijs erover schrijven, maar waar zij blond is in een wolk Chanel bezorgt ze de toeschouwer de kater van zijn leven. Want ze krijgt alle straten in Monopoly en rijdt haar schitterende Mini uit het labyrint waarin hij levenslang moet dwalen.