Column

Een gewijde plek

‘Zo, dus u woont hier écht?” De man met zijn fiets kan het niet geloven: hij praat met een vrouw, een zo te zien gewone jonge vrouw die woont in de straat waar Johan Cruijff zijn jongste jaren sleet. „Ja, hoor”, zegt ze, „dáár woon ik.” Ze wijst in de richting waar inmiddels enkele duizenden hardlopers in oranje Cruijff-shirts naartoe zijn gerend. De man kijkt die kant op, alsof hij daar iets unieks verwacht. Eigenlijk verwachten velen dat hier op de hoek Akkerstraat-Tuinbouwstraat, toeschouwers en hardlopers in het kader van Cruyff Foundation 14K Run: dat ze deze avond iets bijzonders voelen. Want hier was de groentezaak van Cruijffs ouders, zeg maar gerust De Groentezaak, in hartje Betondorp, een gewijde plek.

Uiteraard passeren de ruim zesduizend hardlopers ook dit kruispunt in de race van het Olympisch Stadion naar wat de Johan Cruijff Arena zal heten. Op zijn geboortedag en ruim een jaar na zijn overlijden is de mythe-vorming bijna voelbaar. Het gebeurt terwijl je erbij staat.

Met de minuut vult het kruispunt zich met meer uitgelaten kijkers en lopers, zwaaiend, duimen opstekend, lachend naar elkaar, grapjes makend in de geest van Johan.

Herdenkend en saluerend worden we één, lijkt het, na de dood van de ruziemaker en betweter sluiten we de rijen en zingen we gezamenlijk de lof van de inspirator, de onnavolgbare.

Met gevoel voor historie pielt kleine Johan op zijn spillenpoten met een bal, exact op de stoep waar hij dat in de jaren vijftig deed. Een manshoog videoscherm doet Jopie herleven, eindeloos gaat die bal op en neer en tussen de benen van een vriendje door. Het zwart-wit-filmpje alhaast even iconisch als de voetballer zelf.

Hardlopers groeten het videoscherm als een heilige graal, onder hun bezwete voorhoofd stralend van blijdschap en opluchting. Ze hebben het gehaald. Ze zijn er, bij Het Huis, nu komt alles goed. Tallozen vergeten dat ze bezig zijn met een race en stoppen voor het maken van foto’s. Santiago de Compostella aan de rand van Amsterdam, wie had dat gedacht? In de tijd dat Jopie hier nog bekend stond als „dat kreng van Cruijff” helemaal niemand.

Oudere bewoners die Jopie hebben gekend zijn populair; worden omringd als orakels.

De avond wint aan gratie als de schemering invalt en de muur van Het Huis aangelicht en veel groter wordt dan het ooit was. Net als JC, zou je kunnen zeggen, nu de voetballer/trainer/weldoener met de schitterende initialen zijn stad, zijn land verenigt door er niet meer te zijn.

Een van de laatste lopers met het konterfeitsel van Cruijff op zijn shirt, een oudere man met grijs haar, tuimelt Het Kruispunt op. Hij kán niet meer. „Johan!” roept hij, kennelijk in de hoop zo extra energie te krijgen voor de rest van de tocht.

En als de laatste loper dan langs de Akkerstraat is gegaan, en het publiek naar huis is, blijft Jopie achter, eenzaam in het donker op zijn grote lichtgevende scherm, maar met een bal.

Auke Kok is schrijver en journalist.