De videoscheids is nu al niet meer weg te denken

KNVB-bekerfinale

Het moet de wedstrijd van de toekomst worden: de bekerfinale AZ–Vitesse wordt zondag (18.00u) gespeeld met doellijntechnologie én videoscheids. Eerlijker, betrouwbaarder. Maar: „De flow of the game moet bewaard blijven.”

Kevin Blom aan het werk achter de videoschermen. Foto Jeroen Jumelet/ANP

Wát een discussie na afloop van de Champions-Leaguewedstrijd Real Madrid-Bayern München. En vooral wát een verontwaardiging in het gedupeerde Duitse kamp over het geblunder van de Hongaarse scheidsrechter Viktor Kassai. Welkom technologie waarmee binnen afzienbare jaren arbitrale ondersteuning wordt verleend, zodat miskleunen van het kaliber Kassai voorkomen kunnen worden. Die vernieuwing is begonnen in Nederland, waar de voetbalbond KNVB vooroploopt bij de technische begeleiding van scheidsrechters.

Met enige overdrijving kan de bekerfinale van zondag tussen AZ en Vitesse als ‘de wedstrijd van de toekomst’ bestempeld worden. Voor het eerst wordt in zo’n belangrijke duel van zowel de videoscheidsrechter als doellijntechnologie gebruikgemaakt. Wen er maar aan spelers en supporters, want als het aan de KNVB ligt worden vanaf het seizoen 2018-2019 alle wedstrijden in het betaald voetbal, te beginnen in de eredivisie, minimaal van een videoscheidsrechter voorzien. Idealiter in combinatie met doellijntechnologie, maar gelijktijdige invoering zal afhangen van de financiële reikwijdte.

Zoet

Hoe dat eruit komt te zien? Doellijntechnologie betrekkelijk onzichtbaar voor het publiek, met zeven camera’s van de firma Hawk-Eye – bekend van tennistoernooien – die een 360-gradenregistratie maken van de bal. Op die manier kan op de millimeter nauwkeurig bepaald worden of de bal de doellijn heeft gepasseerd. In dat geval begint een horloge van de scheidsrechter te trillen en verschijnt op het schermpje ‘goal’. Het overkwam PSV-doelman Jeroen Zoet twee maanden terug in de Kuip toen hij de bal zelf, en voor het oog niet waarneembaar, achter de doellijn hield, waardoor scheidsrechter Bas Nijhuis Feyenoord het beslissende doelpunt moest toekennen. Het protest van de PSV-spelers verstomde snel na het zien van Nijhuis’ horloge.

Voor de videoscheidsrechter zijn er op het veld iets minder ingrijpende faciliteiten nodig. Daarvoor wordt gebruikgemaakt van de camera’s van de zendgemachtigde, in dit geval Fox Sports. De ruwe beelden komen op het Mediapark in Hilversum rechtstreeks de regiekamer binnen van Ericsson, distributeur van televisiesignalen en partner van de KNVB bij toepassing van wat officieel het remote-video-referee-system heet. Beelden komen zowel real time als met drie seconden vertraging binnen. Daarnaast zijn ze verdeeld over negen vakjes. Via de extra vertraagde beelden kan de videoscheidsrechter snel anticiperen en de vlakverdeling helpt bij het inzoomen. Hij zit in een afzonderlijke kamer, de multiroom, en wordt bijgestaan door een assistent en een technicus. Met een simpele trap op een pedaaltje kan de videoscheidsrechter contact maken met zijn collega op het veld en hem via de headset instrueren. Die kan bij twijfel de betwiste situatie desgewenst terugzien op een beeldscherm naast het veld, zoals gebeurde bij de bekerwedstrijd FC Utrecht-SC Cambuur, waar scheidsrechter Pol van Boekel na eigen beeldwaarneming een strafschop omzette in een vrije trap.

Aanval op regiebusje

Leonard Ariëns zag die actie op televisie genoegzaam aan, evenals het doelpunt dat arbiter Kevin Blom een paar weken later bij AZ-SC Cambuur op voorspraak van de videoscheidsrechter afkeurde. Beide cruciale beslissingen. De directeur van de mediatak van Ericsson kreeg bevestigd wat hij na vele testen al wist: het systeem werkt, technologisch en in de praktijk. Het deed hem vooral deugd dat de videoscheidsrechters op afstand, in Hilversum, en niet vanuit een regiewagen nabij het stadion, hun werk konden doen. Het had Ariëns enige moeite gekost om de KNVB daarvan te overtuigen, maar hij werd onvrijwillig geholpen door supporters van PEC Zwolle, die het busje aanvielen waarin videoscheidsrechter Blom een omstreden strafschop in het bekerduel met FC Utrecht valideerde. Ariëns: „Het klinkt een beetje flauw, maar ik dacht: zie je wel. Ik had de KNVB ervoor gewaarschuwd. De gedachte bij de bond was dat een videoscheidsrechter de wedstrijd realtime moet kunnen volgen. Maar dat kan ook op afstand. Als je over een vertraging praat, is dat hooguit een milliseconde. Ander voordeel is dat de videoscheidsrechter zich in een stille omgeving beter kan voorbereiden en concentreren, desgewenst een boterhammetje kan eten of rustig naar het toilet kan.”

Mike van der Roest, projectleider videoarbitrage van de KNVB, wil bij een definitieve invoering van de videoscheidsrechter zich niet vastleggen op centralisatie in Hilversum. Indien wordt afgezien van de regiebusjes als werkplek voor videoscheidsrechters zou de campus van de voetbalbond in Zeist voor hem ook een optie zijn. Maar dat is een discussie voor later. Zijn tevredenheid geldt nu vooral de bewezen werking van de videosystemen en de internationale acceptatie van technologische hulpmiddelen. De Nederlandse bond is vanaf 2010, op initiatief van operationeel directeur betaald voetbal Gijs de Jong, dé wegbereider, zo nadrukkelijk dat de wereldvoetbalbond FIFA zich volledig liet leiden en voorlichten door Nederland, met als resultaat toepassing van de videoscheidsrechter bij het WK clubteams in Japan, straks het WK -20 in Zuid-Korea, het WK -16 in India en volgend jaar het ‘grote’ WK in Rusland. Verder geldt de KNVB als voorbeeld voor de toekomstige invoering van het videoarbitrage-systeem in de Engelse Premier League. Van der Roest trots: „Wij hebben bepaald hoe de videoscheidsrechter in de toekomst zijn werk doet.”

De wedstrijd van de toekomst. Infographic NRC

Na een intensieve testperiode, in aanloop naar de bekerfinale van zondag bijvoorbeeld in stilte bij de laatste twee thuiswedstrijden van Feyenoord – lijken alle bezwaren getackeld en is er een best practice gecreëerd. Vergeten zijn de bedenkingen van FIFA en de waslijst aan voorwaarden waaraan voldaan moest worden. De scepsis op het hoofdkantoor in Zürich is al lang weggenomen, met voorzitter Gianni Infantino als pleitbezorger van videoarbitrage voorop. Maar het publiek moet niet denken dat de videoscheidsrechter over alles meebeslist. „Nee”, zegt Van der Roest, „hij richt zich uitsluitend op situaties rond een rode kaart, een doelpunt, een strafschop of een persoonsverwisseling bij een kaart. Als videoscheidsrechters zich ook druk moeten maken om futiliteiten als een verkeerd toegekende inworp is het einde zoek, dan ligt een wedstrijd honderden keren stil en verandert het spel fundamenteel. Dat wil de KNVB niet en FIFA niet. De flow of the game moet bewaard blijven. De eerlijkheid moet zegevieren en de uitslag rechtvaardig zijn. En mocht één van de camera’s geen beelden kunnen doorseinen, maken we geen gebruik van het systeem. Het kan niet dat de tv-kijker iets anders te zien krijgt dan de videoscheidsrechter.”

Zo werkt de videoscheidsrechter:

Speciale vaardigheden

Punt van aandacht is de opleiding van videoscheidsrechter. De stap van het veld naar de controlekamer vergt speciale vaardigheden, vertelt Van der Roest. „Je moet goed kunnen kijken, incidenten snel kunnen herkennen en goed kunnen communiceren. Je moet weten waarover het gaat als je een shot van camera 6 wilt terugzien. De beleving wijkt af van die op het veld. Dat vergt veel oefening, maar ook een zeker talent. Danny Makkelie, die de bekerfinale fluit, bijvoorbeeld is ook zeer geschikt als videoscheidsrechter. We zijn op basis van vrijwilligheid inmiddels voor zestien arbiters met een cursus begonnen. Van latere zorg is de aanwijzing, want je hebt een extra bezetting van scheidsrechters nodig. Dat is ‘een dingetje’ voor een seizoen met 306 eredivisiewedstrijden, bekerduels en play-offs.”

Nu de wenselijkheid van doellijntechnologie en videoarbitrage, bij voorkeur gecombineerd, wordt ingezien, rijst de vraag: wie betaalt? De clubs of de KNVB? Van der Roest wil daar niet op vooruitlopen. De aanstelling van videoscheidsrechters lijkt het kleinste probleem. De camera’s staan er en het doorstralen van beelden is niet waanzinnig kostbaar. Bij doellijntechnologie ligt dat anders. Dan praat je volgens Van der Roest over een investering van twee tot drie ton per stadion met aanvullende kosten voor periodieke keuringen en testen. Over die investering moeten clubs en KNVB nog afspraken maken. Ericsson-topman Ariëns ziet nog een andere oplossing. Hij heeft de voetbalbond geadviseerd te gaan praten met verzekeraar ARAG. Misschien heeft de shirtsponsor van de arbiters ook interesse in sponsoring van videoarbitrage.

Over de kosten daarvan – Ericsson is met de KNVB in onderhandeling over een contract – kan Ariëns geen bedragen noemen, maar volgens hem zijn die te overzien. „Het is zakelijk zeker interessant, maar geen miljoenenbusiness. Ik ben verantwoordelijk voor een jaaromzet van 30 miljoen euro en daarin is videoarbitrage een druppel. Maar afgezien van de kosten weet ik één ding zeker: de sneeuwbal ligt bovenaan de helling, die gaat rollen en wordt echt groot. Videoarbitrage is niet meer tegen te houden.”