De tragedie van de Jodenbuurt

Boek over de Tweede Wereldoorlog

Na de oorlog werd uitgerekend de Jodenbuurt door het stadsbestuur flink onder handen genomen. Dat was de tweede tragedie.

Jongen vlucht uit de afgezette Jodenwijk bij de Halvemaansteeg, februari 1941. „De jongen klom over de afzetting waarna de man hem de mand aanreikte en na de jongen een hand te hebben gegeven wandelde hij weer terug.” Foto BBWO2 / NIOD

Verbluffend veel van de Amsterdamse plekken die op de foto’s in het monumentale Stad in oorlog. Amsterdam 1940-1945 in foto’s zijn te zien, zijn nauwelijks veranderd. Het Spui bijvoorbeeld waarover op 30 januari 1943 een grote groep nazi’s marcheerde, is, op de bestrating en de onderpuien van de panden aan het plein na, vrijwel gelijk gebleven.

Wrang genoeg is juist het oostelijke deel van de oude binnenstad, waar voor de Tweede Wereldoorlog het grootste deel van de Joodse Amsterdammers woonden, wel grondig veranderd, zo laten de foto’s zien die de historici René Kok en Erik Somers bijeengebracht hebben in ‘De tragedie van Amsterdam’, het zesde hoofdstuk van Stad in oorlog. Zo was de Judenstrasse/Jodenstraat, zoals de Weesperstraat tussen de Nieuwe Achtergracht en het Jonas Daniël Meijerplein in de oorlogsjaren heette, midden in de oorlog nog een mooie, oud-Amsterdamse radiaalstraat zoals de Utrechtsestraat nu nog steeds is. Maar na de „grootste tragedie uit de geschiedenis van Amsterdam”, zoals Kok en Somers de deportatie van de 80.000 Joodse Amsterdammers door de Duitse bezetter noemen, werd de Weesperstraat grondig onder handen genomen. Alsof het stadsbestuur de sporen van de verdwenen Joden zoveel mogelijk wilde uitwissen, werd de Jodenstraat na 1945 onderdeel van een brede stadssnelweg die dwars door de oude Jodenbuurt werd aangelegd.

Zo volgde op de ‘grootste Amsterdamse tragedie’ na de oorlog nog de tragedie van de Jodenbuurt. Ook grote delen van het Waterlooplein en Rapenburg, twee andere delen van de Jodenbuurt, moesten wijken voor naoorlogse ‘verkeersdoorbraken’. Wonderlijk genoeg is juist het Jonas Daniël Meijerplein, waar op 22 februari 1941 de eerste razzia in het bezette Amsterdam werd gehouden, redelijk ongeschonden gebleven sinds een onbekend gebleven Duitser de ‘iconische’ foto’s nam van Joodse mannen die door Duitse soldaten worden opgepakt. De Grote Synagoge, waar nu het Joods Historisch Museum is gevestigd, de Portugese Synagoge en, in de verte, de Mozes en Aäronkerk aan het Waterlooplein, vormden het nog altijd bestaande decor van de razzia, die aanleiding was voor de Februaristaking in 1941.

Simpele vlucht

Na de Februaristaking werd het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt, van de Nieuwmarktbuurt tot het einde van de Kloveniersburgwal, door prikkeldraadversperringen en opgehaalde bruggen afgesloten van de rest van de stad. Op een niet nader aangeduide februaridag 1941 vond hier op een plek die ook niet veel is veranderd een verbluffend simpele vlucht uit de Jodenbuurt plaats, zo laat een vage foto in Stad in oorlog zien. Op klaarlichte dag klom iemand het prikkeldraadhek bij de Halvemaansteeg over, terwijl een man met een hoed bij een mand staat te wachten. „De man en jongen liepen met mand naar de afzetting toe”, noteerde de fotograaf droogjes. „De jongen klom over de afzetting waarna de man hem de mand aanreikte en na de jongen een hand te hebben gegeven wandelde hij weer terug. De jongen ging met de mand in de richting van de Munt.”

Wie de jongen en de man waren en hoe het met ze is afgelopen, is onbekend.