Column

De schim van de vooruitgang

Dingen die dichterbij staan lijken groter. Dat is het effect van perspectief op onze beeldvorming. Ook ons brein heeft de neiging het onmiddellijke en nabije op te blazen. Maar vaak blijken de gebeurtenissen die zich achter die eerste indrukken verschuilen, naderhand het belangrijkst.

Eerst even een korte natuurkundeles. Niets went zo gemakkelijk als beweging. Als u met een constante snelheid in de trein rijdt, merkt u daar niets van. U kunt rustig een kopje koffie drinken zonder te morsen. Sterker nog, op dit moment draait u, samen met de planeet, met een snelheid van een straalvliegtuig rondjes om de aardas. En ons zonnestelsel zoeft met 370 km per seconde door de kosmos. Dat we niets van die vliegende vaart voelen, is het principe van de relativiteitstheorie.

Het tweede-orde-effect, versnelling of verandering van beweging, went ook makkelijk. Denk aan het gevoel als u het gaspedaal van uw auto indrukt, of als een vliegtuig versnelt op de startbaan om op te stijgen. U wordt gewoon wat dieper in de stoel gedrukt. Het oppervlak van het bekertje koffie gaat schuinhangen, dat is alles. Een beetje meer zwaartekracht, zou Einstein zeggen.

Effect van de derde orde

Nee, wat je pas echt in je maag voelt, is een effect van de derde orde: verandering van verandering van verandering. Dat is moment van het abrupte remmen en optrekken van de ongeoefende chauffeur, of een plotselinge scherpe bocht in de weg. Daar word je wagenziek van. Dan spat de koffie uit de beker.

Mijn hypothese is dat vooral deze subtiele derde-orde-effecten ons gevoel voor vooruitgang bepalen. Het zijn momenten waar de toenemende groei afvlakt – keerpunten in de geschiedenis. We zien slechts een schim van deze subtiele signalen die een paar plaatsen achter de komma te vinden te zijn.

De na elkaar omvallende dominostenen van president Eisenhower bleken niet de juiste metafoor voor de Koude Oorlog, althans wat Vietnam betreft, maar beschrijven wel mooi de lange ketens van oorzaak en gevolg. Gebeurtenissen kunnen onverwachte consequenties hebben, die weer tot andere verrassingen leiden.

De geschiedenis zit vol met dergelijke tweede- en derde-orde-effecten. De pistoolschoten van Gavrilo Princip in juni 1914 leidden tot meer dan alleen de dood van aartshertog Frans Ferdinand en zijn vrouw. Het stortte Europa in een vreselijke oorlog, die weer de koloniale wereldorde herschikte. De Amerikaanse invasie van Irak was oorspronkelijk bedoeld om een dictator te verjagen en democratie te brengen. Het gevolg was een burgeroorlog tussen soennieten en sjiieten. Het derde-orde-effect was de opkomst van IS en de totale chaos in het Midden-Oosten. En de hele rij dominostenen is nog niet omgevallen.

Elektrificatie

Hetzelfde geldt voor technologie. Toen de eerste gloeilampen aan gingen, haalde de wereld zijn schouders op. Ze waren net als gaslampen, alleen stonken ze niet. Maar de komst van elektriciteit bracht veel meer dan het verlies van gasverlichting. Wasmachines, stofzuigers en koelkasten verlichtten het huishoudelijk werk en transformeerden de moderne samenleving. Radio en televisie maakte massacommunicatie mogelijk. Aan de andere kant bracht de elektrificatie van de economie ook de computerrevolutie, die waarschijnlijk meer banen wegneemt dan creëert.

Een ander voorbeeld. De komst van de auto maakte transport veel eenvoudiger en bracht mobiliteit voor iedereen. Daardoor gingen mensen ineens veel verder weg wonen, liepen de oude steden leeg en zagen we de opkomst van de slaapwijken. Daarmee kwamen de grote supermarkten en de moderne consumptiecultuur. Waarna, o ironie, de charme van de binnenstad met zijn boetiekwinkeltjes weer werd herontdekt.

Taxichauffeurs en truckers vrezen de komst van de zelfrijdende auto. Maar wat zijn de indirecte gevolgen als transport ineens veel goedkoper wordt? Misschien gaan mensen veel meer eten buiten de deur bestellen, als er allemaal autonome bezorgautootjes rondrijden, en zijn er meer restaurants en koks nodig. Zelfrijdende auto’s kunnen de hele dag blijven doorrijden, dus er is geen reden meer om een auto te bezitten, laat staan deze te parkeren. Daarmee zijn er geen parkeerplekken meer nodig en kan de stad ineens met prachtige parken worden gevuld. Ziet u de Amsterdamse grachten al voor u zonder geparkeerde auto’s?

Om de kansen en bedreigingen te zien van alle transformaties die nu plaatsvinden, van zelflerende robots tot synthetisch leven, zou het goed zijn wat verder door te denken, een paar zetten vooruit in het grote schaakspel van de technologie. Wie had gedacht dat Amazon nu ouderwetse boekwinkels gaat openen of Google vliegende auto’s gaat bouwen?

We moeten extra voorzichtig zijn te vallen voor de utopische dromen van technofuturisten, als ook voor de inktzwarte doemscenario’s van hun tegenstanders. Ze zouden weleens allemaal ongelijk kunnen krijgen, omdat ze de tweede- en derde-orde-effecten verwaarlozen. Wellicht ligt de toekomst een paar cijfers achter de komma.

Professor Robbert Dijkgraaf is directeur van het Institute for Advanced Study in Princeton