Column

De koning en zijn vader

Het ziet ernaar uit dat koning Willem-Alexander het cabaret en de columnistiek van Nederlandse bodem een zware slag heeft toegebracht. Wie zal hem voorlopig na het openhartige tv-interview met Wilfried de Jong nog belachelijk willen maken? Daarvoor moeten wel zeer sterke redenen zijn.

Misschien zal er bij sommige van zijn critici zelfs enige gêne zijn ontstaan, omdat uit het interview bleek hoezeer hij de afgelopen jaren geleden heeft onder het verlies van zijn vader en zijn broer.

Wat hij over zijn vader vertelde, was voor mij dé openbaring van dit interview. We wisten dat prins Claus een gewetensvol man was, maar wie had gedacht dat hij zich zozeer medeverantwoordelijk voelde voor de Holocaust dat hij er nog op zijn sterfbed met verplegend personeel over sprak? „Mijn vader is zich altijd bewust gebleven dat hij uit Duitsland kwam”, zei Willem-Alexander.

Lees de recensie van onze recensent Hans Beerekamp: Een koning die geen tv mocht kijken

Zelf heeft prins Claus (geboren in 1926), die verplicht in de Hitlerjugend en de Wehrmacht had gediend, er al op de dag van zijn officiële verloving in 1965 met prinses Beatrix dit over gezegd tegen tv-journalist Herman Felderhof: „In Italië, toen ik in Amerikaanse krijgsgevangenschap was, was het ergste wat de Amerikanen ons lieten zien een film over wat zij zagen toen ze in de Duitse concentratiekampen van 1945 arriveerden en eh…ik kan daar voor mijzelf en voor mijn kameraden van toen spreken als ik zeg dat we werkelijk geschokt waren en zo echt geschokt waren, weil wir wirklich nichts davon gewusst haben en niets daarvan vermoed hebben. Dat mag zeker voor een buitenlander die dat nu hoort ongeloofwaardig klinken, maar het was werkelijk zo.”

Dr. L. de Jong, directeur van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie, moest er destijds aan te pas komen om na onderzoek vast te stellen dat Claus zelf geen oorlogsmisdaden had begaan.

In 1971 zat Claus op Drakensteyn tegenover een afvaardiging van de Nederlandse Vereniging van Ex-Politieke Gevangenen (Expogé) uit de bezettingstijd. Ze vroegen hem: „U, als Duitser, voelt u zich schuldig aan al die dingen die tijdens de bezetting in Nederland door de Duitsers zijn gedaan?” „Ja”, zei Claus toen, „daar voel ik mij schuldig aan.” Hij zei dat hij alle begrip had voor de destijds negatieve houding („Claus raus”) van veel Nederlanders. Vervolgens vertelde hij zijn levensverhaal. Het gesprek leidde voor de Expogé-mensen tot een ommekeer in hun kritische houding tegenover Claus.

We kenden deze feiten en citaten – ik haalde ze uit de minibiografie Claus heden & verleden uit 1983 van Pim Christiaans en Henk Hanssen – maar we konden niet weten dat dit trauma hem tot aan zijn dood heeft achtervolgd.

Koningshuis-watchers vonden de koning ‘verbluffend open’ in het interview met Wilfried de Jong. ‘De koning is in één klap van zijn jetset-imago af’

In de vele lovende reacties op het interview met Willem-Alexander duiken steeds de woorden ‘vriendelijk’, ‘menselijk’ en ‘kwetsbaar’ op. Terecht. Alleen resteert dan de vraag: maakte hij vroeger een zoveel minder vriendelijke, menselijke en kwetsbare indruk? Onvriendelijk heb ik hem nooit gevonden, maar hij gedroeg zich bij officiële gelegenheden, inclusief gesprekken op tv, wel wat stijfjes en formeel.

Misschien hebben zijn adviseurs gezegd: „Je hebt een andere kant die je nooit laat zien.”

Hoe dan ook, we kwamen er woensdagavond achter dat hij meer op zijn vader lijkt dan we ooit beseft hebben.