Boeren met hulp van boven

Technologie

Beelden van drones en satellieten informeren de boer welke delen van de akker er slecht bij staan. Die krijgen dan meer, of minder, water en mest. In Nederland zijn de eerste boeren gestart met deze preciezere vorm van landbouw.

Jacob van den Borne poot aardappelen met behulp van GPS. Later gebruikt hij informatie van drones en satellieten om de plantjes heel precies van voldoende water, mest en bestrijdingsmiddelen te voorzien. Foto’s Roos Pierson

Een van de meest vooruitstrevende boeren van Nederland woont in Reusel, in het zuiden van Noord-Brabant. Jacob van den Borne runt daar samen met zijn broer Jan het bedrijf Van den Borne Aardappelen. „Sorry dat ik laat ben. Ik wilde nog even met de drone vliegen om beelden van de aardappelvelden te verzamelen”, zegt hij als hij bij de boerderij komt aanrijden. Enthousiast laat hij de vliegende camera van ongeveer 40 centimeter lang, de grootte van een flink modelvliegtuigje, zien die in de achterbak van zijn auto ligt. Achterin een schuur staat een nog veel grotere drone. De vier armen met de propellers hebben ongeveer dezelfde spanwijdte als een mens. „Hier hangt een camera met vijf lenzen onder waarmee ik onder andere de stikstofgehaltes van de aardappelplanten kan bekijken”, zegt Van den Borne.

De drang tot moderniseren heeft hij niet van een vreemde. Zijn vader was in 1995 een van de eerste met telebankieren en was bezig met perceelregistratie om de groei van zijn planten bij te houden. De drones vindt Van den Borne „een leuke manier om de planten in de gaten te houden”, maar ze vragen veel tijd. Hij gebruikt liever satellietbeelden.

Begin maart kondigde het ministerie van Economische Zaken aan geld te investeren om satellietbeelden van hoge kwaliteit gratis beschikbaar te stellen voor boeren. Helemaal nieuw is dit niet. „De beelden zijn al sinds 2012 gratis beschikbaar”, zegt Jasper van Loon van de Nederlandse ruimtevaartorganisatie NSO, die de beelden inkoopt bij satellietbedrijven. „Maar de kwaliteit is nu een stuk beter.”

Obese planten moeten vanaf de eerste dag op dieet

Op de beelden is het gewastype, de hoeveelheid blad, het vochtgehalte en het stikstofgehalte van de planten te zien. Boeren leiden daaruit af welke delen van het gewas meer of minder bemesting, bestrijdingsmiddelen of water nodig hebben. Die informatie komt helaas niet zomaar uit de lucht vallen. De meeste boeren moeten een bedrijf inhuren dat uit de satellietbeelden de informatie kan halen die ze nodig hebben. Akkerweb is zo’n bedrijf. Ze bieden softwarepakketten aan waarmee boeren beelden en informatie kunnen opvragen van hun velden.

Een daarvan is de Loofdoding Applicatie, die aangeeft hoeveel loofdoodmiddel elke aardappelplant nodig heeft. Dit middel doodt het loof van de aardappelplant, waardoor de groei stopt, de aardappels een steviger schil krijgen en ze sneller gerooid kunnen worden. Normaal gesproken wordt er over een heel aardappelveld overal evenveel van dit middel gespoten. Op satellietbeelden is te zien welke planten al bijna dood zijn en dus minder bespoten hoeven te worden. De applicatie geeft aan waar op het veld de sproeier uit mag. „Dankzij die applicatie gebruik ik één liter van het middel op een veld in plaats van drie”, vertelt Van den Borne. „Helaas is de applicatie duur en het middel goedkoop, waardoor het vooral goed is voor het milieu en niet per se voor mijn portemonnee.”

Armen met sensoren

Maar er zijn meer manieren om winst te boeken met satellietbeelden. Zo kan de groei van planten nauwkeurig gevolgd worden. „Aan mijn trekker hangen armen met sensoren die over een lengte van 33 meter op zes plekken naar het gewas kijken”, vertelt Van den Borne. Die meten hoe groot en hoe groen de planten zijn en of ze extra bemesting nodig hebben. Elke sensor meet één rij, en dus niet het hele veld. Met deze informatie ziet hij op welke percelen planten slecht groeien. Vervolgens vraagt hij satellietbeelden op waarmee hij kan zien waar de planten zitten die niet goed groeien. „Meestal groeit ongeveer vijftig procent van de aardappelplanten zoals je wilt. Dat zijn de atleten”, zegt hij. Dertig procent groeit niet hard genoeg en heeft extra hulp nodig in de vorm van bemesting of water. De laatste twintig procent groeit te hard. Dat betekent helaas niet dat ze extra opbrengen. Van den Borne: „Het zijn obesitasplanten die vanaf de eerste dag op dieet moeten.” Dankzij satellietbeelden weet hij waar de obese planten staan die minder mest nodig hebben. Zo bespaart hij meststof. En door de dertig procent langzaam groeiende planten extra aandacht te geven, verhoogt zijn opbrengst met vijftien procent.

Sorry dat ik laat ben. Ik wilde nog even met de drone vliegen om beelden van de aardappelvelden te verzamelen

Deze vorm van landbouw, waarbij elk deel van het gewas de behandeling krijgt die het nodig heeft, heet precisielandbouw. Het kan flinke besparingen opleveren voor de boer en voor het milieu. „Precisielandbouw is de toekomst”, zegt Van den Borne. „We zijn onnauwkeurig geworden toen we van één boer met honderd planten naar één boer met honderdmiljoen planten zijn gegaan. Die nauwkeurigheid kunnen we dankzij technologie zoals satellietbeelden weer bereiken.”

Gebruik maken van satellietbeelden kan besparingen opleveren, maar daarvoor moeten boeren eerst flink investeren. Voor grotere bedrijven, zoals Van den Borne met ongeveer 400 hectare, betaalt zich dat snel terug. „De verwerkte satellietdata kost zestig, zeventig euro per hectare per jaar. Daarnaast moet de boer ook apparatuur, zoals machines en software, hebben om met die informatie op het veld aan de slag te gaan”, vertelt Tamme van der Wal van AeroVision aan de telefoon. AeroVision helpt boeren bij de inkoop van (geo-)informatie. Het verschilt per bedrijf hoe snel zo’n investering zich terugverdient. Van der Wal: „Ik schat dat dit een Nederlands akkerbouwbedrijf van honderd hectare in ongeveer drie tot vijf jaar lukt. Voor een akkerbouwer met vijftig hectare is dat vijf tot tien jaar.”

De satellieten die beelden verzamelen voor de landbouw kijken naar het zichtbaar en infrarood licht. Dankzij de combinatie van de twee soorten licht kan het stikstofgehalte van planten bepaald worden. Iedere plant absorbeert zonlicht om te groeien. Van het zichtbare licht wordt het groene gedeelte teruggekaatst, daarom zien wij groene planten. Daarnaast kaatsen planten het onzichtbare infrarood licht terug. Gezonde planten, met voldoende stikstof, kaatsen meer infrarood licht terug dan planten die extra stikstof (in de vorm van bemesting) nodig hebben. „Uit de verhouding zonlicht die op de planten valt en de hoeveelheid licht die ze terugkaatsen kunnen we informatie halen over de groei van planten en zien waar we extra moeten bemesten”, legt Van der Wal uit.

Taakkaarten

Die informatie kan omgezet worden in zogenoemde taakkaarten. Daarop staat aangegeven welke delen van een veld extra mest of water nodig hebben. Veel trekkers hebben al een boordcomputer met GPS om efficiënter over de velden te rijden. Door de informatie van de taakkaarten aan de boordcomputers te geven, is het zelfs mogelijk om de afgifte van bemesting en water automatisch harder of zachter te zetten, afhankelijk van waar dat volgens de kaarten nodig is. „De boer kan zich dan tijdens de rit met andere dingen bezig houden”, vertelt Van der Wal. Sommigen kijken bijvoorbeeld of er ergens onkruid groeit. „Maar er zijn ook boeren die de tijd gebruiken om te bellen of een krant te lezen”, voegt hij eraan toe.

Het nadeel van de satellieten is dat ze geen informatie kunnen verzamelen als het bewolkt is. Van den Borne vangt dit op door op bewolkte dagen beelden te schieten met zijn drones. Maar niet alle boeren willen in zulke dure apparatuur investeren, daarom zetten sommige bedrijven zelf ook drones in. Nu zijn er maar enkele tientallen boeren in Nederland die gebruik maken van satelliet- en dronedata, maar Van den Borne denkt dat het aandeel technologie in de landbouw zal toenemen: „We zullen steeds efficiënter moeten gaan werken om de wereldbevolking te kunnen voeden.”