Amerika is moe na honderd dagen Trump

100 dagen Trump Tegenover elkaar staan schreeuwen, maakt alleen maar moedeloos merken aanhangers en tegenstanders van Trump.

Duizenden studenten zingenchristelijke lofliederen voor Trump, voorafgaand aan zijn speech aan Liberty University eerder deze maand. Foto AFP

Hij zal nooit zeggen dat het went. Maar iedere dag weer boos zijn, verontwaardigd, strijdbaar – Tyler McNally (22) kan het niet. Geen mens houdt dat vol, zegt hij bijna verontschuldigend. Er zijn zelfs momenten dat de student geschiedenis even vergeet dat Donald Trump zijn president is. „Ik schrik soms nog steeds wakker met de gedachte: o ja, hij is het écht!”

Toen Donald Trump, zaterdag precies honderd dagen geleden, aantrad als president, zat Tyler McNally zwaar gedeprimeerd op de campus van zijn universiteit. De evangelische Liberty University in de stad Lynchburg, Virginia, was in een paar maanden een Trump-bolwerk geworden. McNally, een diepgelovige „raspessimist” met een groot getatoeëerd kruis op zijn arm, is sterk anti-Trump.

Maar McNally zat ook vol dadendrang, en kwam in actie. Hij ging trollen: op jennende toon online in debat met Trump-aanhangers. Hij voerde actie voor het ontslag van de rector van zijn universiteit, Trumps bondgenoot Jerry Falwell jr. Hij ging de straat op. Verzet tegen Trump gaf hem energie, en bood hem troost. Tijdelijk, zegt hij. McNally voert geen actie meer. En hij vermijdt politieke discussies, om zijn vrienden niet verder van zich te vervreemden. Hij zegt: „Ik was depressief, maar strijdbaar. Nu ben ik alleen maar depressief.”

Katie Cypher. Foto Guus Valk

Lynchburg (80.000 inwoners) is een onooglijk stadje in het hart van Virginia. Behalve Liberty University is er een klein zakencentrum, en langs de rivier staan vervallen fabrieken. Lynchburg is de ideale plek om de stemming na honderd dagen Trump te peilen. Het is een verdeelde stad, waar Democraten en Republikeinen elkaar in evenwicht houden. Bij de verkiezingen van vorig jaar won Donald Trump hier met kleine voorsprong van Hillary Clinton: 18.000 tegen 15.000 stemmen. „In Lynchburg móét je het wel met elkaar kunnen vinden”, zegt voorzitter Katie Cyphert van de lokale Democratische Partij. „Je komt je politieke vijanden voortdurend tegen.”

Lynchburg is moe, na honderd dagen Donald Trump. Zoals overal in Amerika snakken inwoners naar het moment dat alles weer normaal wordt. Maar dat gebeurt niet. Elke dag is het wachten op nieuw spektakel uit het Witte Huis. Het aantal affaires, leugens, mislukkingen en dreigementen is zo overweldigend, dat het Amerikanen murw maakt. Katie Cyphert zegt: „Er is niet één ding waar we kwaad over zijn dat ons allemaal verenigt. Er zijn wel honderd dingen, er komt elke dag wel iets bij. Dat maakt ons machteloos in onze afkeer van Trump.”

Altijd de tv aan

Tony Hunter. Foto Guus Valk

De televisie van Tony Hunter (54), een Afro-Amerikaanse vader van acht kinderen, staat tegenwoordig dag en nacht aan. Hunter is arbeidsongeschikt, hij kan nauwelijks meer lopen. Het glas van zijn voordeur is gebroken. Hij stemde in november op Trump, tot verbazing van zijn buren en kinderen. Hij legt het uit met zijn wandelstok: „Als ik iets op de grond laat vallen, mag niemand mij helpen. Ik doe alles met mijn stok. Zo is het met Trump ook. Hij leert ons weer voor onszelf te zorgen.”

Trump-stemmer Hunter heeft geen spijt van zijn stem, maar ook hij is terneergeslagen. Hunter is geobsedeerd geraakt door het tv-nieuws. Hij wil niks missen. Deze week heeft hij gedacht dat het oorlog wordt met Noord-Korea. Hij zag een crisis ontstaan met buurland Canada over hout en kaas. Vrijhandelsakkoord NAFTA werd ingetrokken en later toch weer niet.

Als je altijd verontwaardigd bent, overtuig je niemand.

Tyler McNally

Trump gaf een interview aan Associated Press, waarin hij zei dat hij de NAVO eerst overbodig vond, maar nu niet meer. „Ik wist niet veel van de NAVO”, zei Trump. „Nu wel.” Er werd een belastingplan gepresenteerd, zonder veel details, maar genoeg voor Hunter om zich zorgen te maken. De federale overheid dreigde te sluiten. „En het was een gemiddelde week”, zegt Hunter droog.

De eerste weken na de verkiezingszege van Trump heerste onder de Amerikanen die niet op hem hadden gestemd, verslagenheid. In Lynchburg, vertellen inwoners, zag je huilende mensen: in winkels, op schoolpleinen, op straat. Daarna kwam de progressieve strijdbaarheid. De regenboogvlaggen aan huizen, de #Resist-hasthtags, de marsen.

Shitty witte-mannenvariant

Een prominente schoolbestuurder in Lynchburg, Jenny Poore, werd ontslagen toen ze haar frustraties op Facebook zette: „Fuck you, en je shitty heteroseksuele witte-mannenvariant van Amerika.”

Tyler McNally. Foto Guus Valk

Tyler McNally wilde Liberty University van binnenuit veranderen. Hij zag tijdens de campagne hoe de privé universiteit, gesticht in de jaren zeventig, een Trump-vehikel werd. Rector Jerry Falwell, zoon van de gelijknamige tv-dominee, steunde Trump en werd zijn geestelijk leidsman. Falwell liet Trump zelfs een ochtendwijding op de campus verzorgen. Alle studenten moesten verplicht luisteren. Voor de calvinist McNally was Trump een ondenkbare kandidaat, met name om zijn vrouwonvriendelijke uitspraken.

McNally kwam in actie met enkele andere studenten. Het groepje publiceerde een manifest waarin ze Falwell opriepen af te treden. Trump „vertegenwoordigt onze waarden niet”, schreven ze. „We willen niks met hem te maken hebben.”

Dat was gedurfd. Jerry Falwell is een prominente evangelische leider, die op de universiteit een zekere persoonlijkheidscultus in stand houdt. Falwell blokkeerde McNally op Twitter, hield een kritische column in de studentenkrant tegen en zorgde dat de kwestie overwaaide.

„We hebben het verloren”, zegt Tyler McNally op een terras op de campus. Hij verwijt dat zichzelf. „Trump staat zo ver buiten de orde, dat ik moeite had mijn tegenargument te formuleren. Het was gewoon te veel, dus concentreerden we ons op het karakter van Trump. Dat was niet het sterkste argument.” Bovendien, zegt hij, waren ze „te boos”. „Als je altijd verontwaardigd bent, overtuig je niemand.”

Sinds de verkiezingen is Liberty University volledig pro-Trump geworden. „Docenten worden per jaar aangesteld, die zijn bang dat Falwell ze ontslaat. De ochtendwijdingen zijn politieke bijeenkomsten geworden.” Erger is het gefluister op de campus, zegt hij, en de vijandigheid die kritische studenten ervaren. Maar hij is wel klaar met actievoeren. „Ik praat niet meer over politiek met studiegenoten. Uit zelfbescherming, het maakt me moe en somber. ”

Puberale uitbarstingen

Hoofdredacteur David Remnick van The New Yorker beschreef deze week de drang in Amerika „om Trumps puberale uitbarstingen, zijn enorme incompetentie en oneerlijkheid te normaliseren”. Remnick: „De wens om het allemaal weg te denken, al was het maar voor een nieuwscyclus of twee, hangt samen met een angst voor wat er in vredesnaam nu weer gaat gebeuren.”

Terwijl de Trump-show doordendert, houdt Amerika het nauwelijks nog bij. Inwoners van Lynchburg, Democraten én Republikeinen, zeggen dat ze snakken naar de tijd dat ze het nieuws ook eens niet hoefden te volgen, en dat een meningsverschil zonder geschreeuw nog kon.

De brievenrubriek in de lokale krant The News & Advance is een dagelijkse schreeuw om beschaving. Zoals inwoner Douglas Harvey eerder deze maand in de krant schreef: „Laten we elkaar in het midden ontmoeten, mensen. (-) Ik kan alleen maar hopen dat redelijke mensen elkaar weer gaan spreken en compromissen gaan bedenken die goed zijn voor Amerikanen, niet voor buitenlandse mogendheden, bedrijven of partijen.”

Door maanden van extreme verdeeldheid veranderen Amerikanen nauwelijks nog van mening, heeft Tyler McNally gemerkt. Wie op Trump gestemd heeft, verdedigt hem des te feller. Wie hem niet moest, haat hem nog meer. Zijn populariteit is historisch laag voor een beginnend president (41,8 procent), maar 96 procent van de Trump-kiezers zegt: geen spijt .

Lees ook: ‘Moral majority’ verliest in al het geschreeuw haar stem, over Trump over Liberty University

Omdat er nauwelijks beweging is tussen de kampen, moeten Democraten hun strategie aanpassen. „De standaardreactie was: protesteren”, zegt voorzitter Katie Cyphert in het kantoor van de lokale Democratische Partij. Tijd voor bezinning na de verkiezingsnederlaag nam ze niet, zegt ze. Cyphert ging meteen aan het werk. Kandidaten werven voor komende lokale verkiezingen, meedoen aan protestmarsen. Kiezers moed inpraten.

Overal zag Cyphert angst. Overdag staat Cyphert voor de klas in een middelbare school en ze ziet de bezorgdheid groeien onder zwarte en latino kinderen. Tientallen kiezers, vooral ouderen, waren zo gedesillusioneerd, dat ze nooit meer willen stemmen. Cyphert kreeg doodsbedreigingen in de e-mail. Ze verloor „twee of drie” vrienden in de eerste weken na de verkiezingen. „Mensen voelden zich bevrijd opeens de meest racistische zooi op Facebook te zetten. Die wilde ik nooit meer zien.”

De rust die inwoners van Lynchburg zoeken, ook Katie Cyphert, dreigt volgende maand alweer verstoord te worden. Donald Trump komt opnieuw naar Liberty University, nu om diploma’s uit te reiken aan afgestudeerden. Toen het nieuwtje rondging, werd Cyphert bestookt met appjes van partijgenoten. Allemaal hadden ze dezelfde teneur: we gaan wel demonstreren, hè?

Ik wil dat het even niet meer over Trump gaat.

Katie Cyphert

Maar Katie Cyphert heeft er geen zin in. Ze wil Trump die dag met rust laten, haar partijgenoten klusjes in de stad laten doen. Straten vegen, muurtjes verven, die dingen. Cyphert: „Moeten we maar door blijven gaan met protesteren? Zo blijven we ons vervreemden van Republikeinse kiezers. Ik wil de studenten met rust laten. En ik wil dat het even niet meer over Trump gaat.”

De tijd van grote marsen is even voorbij, vindt ze. „We hebben maanden tegenover elkaar staan schreeuwen, het heeft niets geholpen. Wij Democraten moeten ons eigen verhaal weer gaan vertellen, op zoek naar onze eigen waarden.”