Albumoverzicht: Spinvis is weemoedig en Gorillaz stampt

De muziekrecensenten van NRC beoordelen de nieuwe albums van deze week, met onder andere Van Morrison, Spinvis en Dollkraut.

  • ●●●●●

    Spinvis: Trein vuur dageraad

    Pop: Na het uitzonderlijke Tot Ziens, Justine Keller uit 2011, was de vraag: wat kan er volgen op de fijnzinnigheid en weemoed van ‘Justine’? Nog meer fijnzinnigheid en weemoed, lijkt het antwoord. De eerste zeven nummers van het nieuwe Trein vuur dageraad zijn moeiteloos bevredigend: de instrumentaties, de teksten en elegante melodieën raken terloops een snaar. Prachtig is de melancholieke jubeltoon van ‘Hallo, Maandag’ en de gedragen klank van ‘Van de Bruid en de Zee’, met zijn onnadrukkelijke referentie aan een begrafenis (‘Kom gewoon te laat, liever geen gedicht, en breng geen bloemen mee’).

    De tegenstelling tussen onderkoelde emotie in de tekst en Spinvis’ breekbare zangstem is geslaagd. In de tweede helft van het album klinken de liedjes (meezinger ‘Dageraadplein’, een ingetogen ‘Hij Danst’) gewoner. Dat is jammer, maar maakt eens te meer duidelijk hoe bijzonder Spinvis is als hij bijzonder is. Hester Carvalho

  • ●●●●

    Van Morrison: The Authorized Bang Collection

    Pop: Met het nummer ‘Brown Eyed Girl’ trapte Van Morrison in 1967 een solocarrière af die duurt tot vandaag en die hem op 9 juli naar North Sea Jazz brengt. Morrisons hit kreeg een nasleep toen hij na de dood van producer Bert Berns af wilde van zijn contract met Bang Records, dat zonder zijn instemming zijn debuutalbum Blowin’ Your Mind! had uitgebracht.

    Hij was het label nog nieuwe muziek schuldig en om daaraan te voldoen nam hij in één sessie 31 tracks op, waarvan hij de teksten ter plekke improviseerde. Nauwelijks uitgewerkte ‘songs’ als ‘Wobble and Ball’ en ‘Ring Worm’ zijn hilarisch minimalistisch. In ‘The Big Royalty Check’ en ‘Blowin’ Your Nose’ hekelt hij zijn platenmaatschappij. Deze dadaïstische demo’s verschijnen als voetnoot bij de complete Bang Masters, het compilatie-album dat in 1991 verscheen. Historisch materiaal van een oude meester. Jan Vollaard

  • ●●●●●

    Dollkraut: Holy Ghost People

    Pop: Op zijn debuut Schimanski’s Black Lullabies zette Dollkraut al de toon met vintage synthpop voor schoenkijkers en liefhebbers van zwarte krimi’s. Op Holy Ghost People, geïnspireerd op een oude documentaire over een religieuze sekte, vervolmaakt Pascal Pinkert zijn dreigende wave met een flinke lik nonchalance. Je hoort de nuchtere tukker dwars door het drama van de zwaar vibrerende synths heen. De imperfecte productietechniek is hetzelfde gebleven, maar zijn tweede album is met meer focus gemaakt. Koos hij eerst nog voor invloeden van overal – van Arabische disco tot oosterse vechtfilms, nu neemt hij de luisteraar mee op een lange psychedelische rocktrip. ‘Bonnie Said’, met zijn staccato drums en druilerige refrein (Pinkerts eigen galmende zang) is daarvan het intro, ‘Red Girl’ het vurige hoogtepunt. Na ‘Beggaman’ lijkt het wel een beetje alsof we op de after zijn beland. De twee laatste nummers zijn zo stroperig dat de fut eruit is. Maar goed, zo eindigt een trip natuurlijk vaak. Rolinde Hoorntje

  • ●●●●

    Marcel Worms: Twenty Years of New Blues for Piano

    Blues: Marcel Worms was biologieleraar en een dertiger toen hij zijn studie aan het conservatorium begon. Die beslissing werd mede ingegeven door het spel en de lessen van de jong gestorven Russische pianist Youri Egorov. Diens niveau zou onbereikbaar blijven, wist Worms. Daar kun je je door laten ontmoedigen of inspireren. Worms deed het laatste. Als pianist vond hij een eigen klank en plek in de muziek, onder meer met een mooi en intiem album met werk van de Catalaanse componist Federico Mompou. Maar belangrijker is zijn New Blues for Piano. De afgelopen twintig jaar vroeg Worms componisten om voor hem een blues te schrijven. Het leidde tot tweehonderd nieuwe werken uit ruim vijftig landen, van Azerbajdzjan tot Australië, van China tot Soedan, van Mozambique tot Brazilië. En ook veel uit Nederland. Het album dat nu deze reeks sluit, illustreert het veelzijdige karakter van de blues. Met Worms als de ideale aanjager en vertolker. Joost Galema

  • ●●●●●

    Ray Davies: Americana

    Pop: Drieënvijftig jaar na de hitsong ‘You Really Got Me’ blijft Ray Davies (72) een scheppend artiest met een duizelingwekkende staat van dienst. Als meest Engelse aller Engelse songschrijvers had hij altijd een bijzondere relatie met de Verenigde Staten, het Mekka van de rock-’n-roll en het land waar zijn band The Kinks hun grootste successen vierden.

    Na zijn autobiografie Americana kiest Davies dezelfde titel voor zijn muzikale samenwerking met The Jayhawks, een band die hem past als een oude jas. In vijftien songs verandert het perspectief van Davies’ onvoorwaardelijke liefde voor het Amerika van Buffalo Bill naar het grimmige New Orleans waar hij werd beroofd en overhoop gestoken. Het besef van zijn eigen sterfelijkheid in de teksten wordt onderstreept door een stem die kwetsbaarder en soms onmachtig klinkt. De onverminderd sterke liedjes vertellen samen een aangrijpend levensverhaal. Jan Vollaard

  • ●●●●●

    Gorillaz: Humanz

    Pop: Het vijfde album van het Britse Gorillaz geeft weinig verlichting. Begonnen als een dystopisch project waarbij de medewerkers zich een wereld moesten voorstellen ‘waarin Donald Trump president is’, werd Humanz een log vehikel voor verschillende samenwerkingen. Er is nauwelijks samenhang tussen de nummers, of het moet het zware synthesizergeknor zijn dat zich als een bromvlieg tussen de stemmen van Damon Albarn en Grace Jones of Mavis Staples dringt. Albarn houdt van soulstemmen en heeft dan ook een rijtje verzameld, van de androgyne stem van Benjamin Clementine tot de rappers van De La Soul. Helaas wordt hun herkenbaarheid naar de achtergrond gedrukt door Albarns stampende instrumentaties. Lichtpuntjes zijn het wiegende ‘Andromeda’ met warmbloedige rap van D.R.A.M., en het deinende ‘She’s My Collar’, met een glansrol voor de Colombiaanse zangeres Kali Uchis, die aantrekkelijk kan pruilen. Hester Carvalho