Interview

‘Zijn cello vormde een lichaamsdeel’

klassiek Vandaag staat de muziekwereld stil bij de tiende sterfdag van de legendarische cellist Mstislav Rostropovitsj. Zijn dochter Elena kende hem als geen ander. Op haar zestiende reisde ze als pianiste al met hem de wereld over. „Hij koos altijd de weg van de verbeelding.”

Elena Rostropovitsj foto Roger Cremers

Op een dag riep de oude cellist zijn dochter bij zich om over de dood te praten. Want voor alles is een tijd, zegt bijbelboek Prediker. En Mstislav Leopoldovitsj Rostropovitsj was nu eenmaal een gelovig mens. „Waarom moet dat?”, wierp dochter Elena tegen. „Je blaakt van gezondheid. Jij sterft niet. Nooit.” En voor ze het wist, stroomden er tranen over haar wangen. „Je begrijpt het niet”, zei hij zacht. „De dood is enkel een verschrikking voor de achterblijvers. Maar de stervende beleeft een grootse ervaring, de overgang naar een andere wereld, mooier dan deze.”

Precies tien jaar geleden overleed Rostropovitsj in zijn slaap, in een Moskous ziekenhuis. Elena en haar moeder dronken boven een kop koffie. „Toen ik zijn kamer weer binnenkwam, merkte ik het meteen: hij was verdwenen. In bed lag nog slechts een leeg omhulsel. Ik liep de gang op, naar mijn moeder. ‘Papa is dood’, zei ik. ‘Rejoice. Verheug u.’ Ze herhaalde mijn woorden. Het verlies vrat haar vanbinnen op. Tegelijkertijd was ze blij voor hem.”

Vijf jaar later stierf ook haar moeder, operazangeres Galina Visjnevskaja. Twee dagen eerder liet Elena haar vanuit Duitsland naar Rusland vervoeren. „Je kunt overal ter wereld je leven doorbrengen, vonden mijn ouders, maar sterven doe je in het land waar je wieg stond.” In hun buitenhuis week ze niet van het bed, want ditmaal wilde ze erbij zijn wanneer de dood zich aandiende. „Dat moment bleek een magische gewaarwording. Ik hield haar hand vast en voelde hoe de ziel – of dat wat wij zo noemen – haar lichaam verliet.”

Een dissident in huis

Elena Rostropovitsj, thuis bij haar ouders in 1959. foto Sjolomovitsj/ RIA Novosti

Haar leven was muziek, „al voor de geboorte”, vertelt Elena Rostropovitsj (58) in een Amsterdams hotel. „Mijn moeder was zeven maanden zwanger, toen ze de titelrol zong in Verdi’s opera Aida in het Bolsjojtheater. De lange repetities, alle noten die door haar lichaam trilden, ze moeten zijn doorgedrongen tot in de stilte van de baarmoeder.”

Als kind groeide ze op binnen de dictatuur van het Sovjet-communisme, in een Moskous appartementencomplex, waar uitsluitend musici en componisten woonden. „We zwommen zogezegd allemaal in dezelfde soep. Er stonden in dat gebouw – dat geen geluidsisolatie bezat – wel honderd piano’s, dus elke dag kende zijn eigen kakafonie van klank. Mijn oma, een pianiste, was onze eerste leraar. Vanaf mijn vierde nam ze me onder haar hoede. Muziek was ademen: een bron van leven. De kamers vulden zich ermee. Mijn moeder warmde haar stem op voor ze naar het Bolsjoj vertrok. Mijn vader studeerde daarentegen weinig. Hij had er een hekel aan. Muziek moest geen routine of werk worden, vond hij. De noten kwamen als je ze nodig had. Dat is makkelijk praten met zo’n grote gave. Hij onderwees zijn leerlingen in de kamer waar ik ook studeerde.”

Die idyllische jeugd veranderde vanaf haar elfde langzaam in een nachtmerrie, toen er een vreemde man bij hen in huis kwam wonen: de dissidente schrijver Aleksandr Solzjenitsyn. „Mijn ouders zeiden dat hij wiskundeleraar was. Hij zag er niet echt vriendelijk uit. Toen hij meeging naar ons buitenhuis, liep hij buiten rond, in zichzelf pratend, met grote gebaren. Die man is krankzinnig, dacht ik. Na verloop van tijd werd me duidelijk wie en wat hij was. Solzjenitsyn leefde in voortdurende angst dat het regime hem zou vermoorden. Mijn vader leed daaronder. Stel dat ze Solzjenitsyn zouden doden in ons appartement?”

Rostropovitsj koos de aanval. Hij schreef een open brief aan staatskrant Pravda, waarin hij de artistieke vrijheid van dissidenten bepleitte. Daarna veranderde het leven ingrijpend. De grote podia weigerden hem, hij werd voor recitals naar de verste en eenzaamste uithoeken van het land gestuurd. Ook de rest van het gezin viel ten prooi aan vijandigheid. „Plotseling leek het alsof we lucht waren voor andere bewoners in het gebouw. Drie jaar later mochten we uit Rusland vertrekken. Mijn vader ging eerst. Wij moesten wachten tot mijn zestiende, de dag waarop ik mijn paspoort kon krijgen. Intussen stapelden de provocaties zich op. In de lift viel een man mij aan met een mes. ‘We gaan niet naar de politie’, besliste mijn moeder. ‘Want dan kunnen ze ons eindeloos vasthouden, in afwachting van de uitkomst van het onderzoek.’ Het was angstaanjagend.”

De weg van de fantasie

Kort na haar zestiende verjaardag ging ook de rest van het gezin in ballingschap naar het Westen. Beide dochters woonden een jaar lang in een nonnenklooster, voordat ze naar New York verhuisden om hun muziekstudies te voltooien aan de Juilliard School of Music. Elena begeleidde Rostropovitsj inmiddels op piano in recitals. „De ene dag zat ik als zestienjarige op school in Moskou, het volgende moment speelde ik piano op grote concertpodia met de beroemdste cellist ter wereld. Een man die bovendien mijn vader was. Dat voelde niet als een plus in de goede zin van het woord. Die overgang bracht veel spanning mee.”

Niettemin leerde ze op die reizen veel van Rostropovitsj. „Veel leraren spelen iets voor en vervolgens imiteer je het. Mijn vader deed dat nooit. Hij koos de weg van de fantasie. Bijvoorbeeld in de Arpeggione Sonate van Franz Schubert. Als pianist vond ik het moeilijk vanuit de stilte te beginnen met die korte frasen. ‘Stel je voor’, zei hij, ‘dat Schubert voor het raam zit, op zijn neus de bril met die kleine rond glazen, en buiten heerst de droevige stilte van de mist. Zie je het voor je? Begin vanuit dat beeld te spelen.’ Het werkte.”

Ze denkt terug aan de Cellosonate van Dmitri Sjostakovitsj, die ze met Rostropovitsj vertolkte in het Witte Huis voor de Amerikaanse president Jimmy Carter. „Daarin zit een krankzinnig snelle passage. Ik probeerde vergeefs elke noot te raken. ‘Je lijkt wel een typemachine’, zei mijn vader. ‘Vergeet die noten, bekijk ze als een golvende zee.’ En plotseling werd dat deel verbluffend eenvoudig. Het gaat niet alleen om wat je doet, maar vooral waarom. De muziek moet leven. De cello vormde voor hem een lichaamsdeel. Hij zei altijd dat het instrument zijn stem was. Wanneer mensen ons bezochten, speelde mijn vader voor hen. Door de muziek maakte hij zich kenbaar aan de wereld.”

Verlies van identiteit

Zelf trok Elena Rostropovitsj zich op haar vijfentwintigste terug uit de wereld van de muziek, althans die van de grote podia. Ze koos voor een ander leven dan dat van haar ouders. „Ik heb nooit meer omgekeken. Mijn muzikale doelen waren verwezenlijkt. Ik verlangde naar een thuis en een gezin. Ik wilde niet dat mijn vier kinderen eenzaam waren, omdat ik elders ter wereld een me, myself and I-bestaan leidde.”

Ze vulde de leegte op met het schrijven van liedjes. „Want ik had een manier nodig om mezelf uit te drukken.” En met de jaren ontfermde ze zich over het liefdadigheidswerk en de nalatenschap van haar ouders. Ze richtte kinderkoren op in vluchtelingenkampen in het Midden-Oosten, de Palestijnse gebieden, en Russische weeshuizen. Evenals haar ouders gelooft ze in de heilzame werking van muziek. „Elke school zou een koor moeten hebben. Zang verbindt kinderen en schept eenheid. Muziek stelt hen in staat om hun wortels te leren kennen. We leven in een wereld waarin mensen hun identiteit verliezen. Leer kinderen de liederen van hun voorouders, zodat ze weten waar ze vandaan komen, en die kennis kunnen delen met andere generaties.”

Vanwege zijn negentigste geboortedag en tiende sterfdag brachten Deutsche Grammophone en Warner een box uit met al hun opnamen van Rostropovitsj.