White Cube in de jungle

Beeldende kunst

De Nederlandse kunstenaar Renzo Martens opende afgelopen weekend een door OMA ontworpen kunstruimte in het binnenland van Congo. Deze White Cube moet plantage-arbeiders toegang geven tot de internationale kunstwereld.

Boven: Performance van Mulele Mamaba in traditioneel Bapende-kostuum tijdens de opening. Onder: Renzo Martens staat de media te woord.

De designer sneakers van Yoshi Yamayoto, met een waarde van vijfhonderd dollar, staan op een krukje. Cedrick Tamasala glundert. Hij heeft net de houten kratten opengeschroefd, en zijn chocolade sculpturen, die teruggekomen zijn van zijn eerste museale tentoonstelling in het Sculpture Center uit New York, uitgepakt.

Aan de muur van zijn atelier hangt een foto van zijn collega Matthieu Kasiama. Of eigenlijk, het is de voorpagina van het kunstkatern van de New York Times, waar Matthieu met een van zijn sculpturen op staat. Matthieu en Cedrick werken in de palmolie-industrie in de binnenlanden van Congo. Twee jaar geleden werden ze lid van de Cercle d’Art des Travailleurs de Plantation Congolaise (CATPC), de kunstkring van Congolese plantagearbeiders.

Het paar schoenen van Yamayoto is meegenomen door Clémentine Deliss, de voormalige directeur van het Weltkulturenmuseum in Frankfurt, en een van de belangrijkste denkers over het repatriëren van geroofd erfgoed uit de voormalige koloniën. Ze bezocht deze week de plantage voor een lezing en gaf de schoenen aan Cedrick cadeau.

Het is het einde van een cyclus. Hier, in Lusanga, in het Congolese binnenland, is net de White Cube gerepatrieerd. Op een stuk land dat in 1911 door Unilever is geconfisceerd en in de jaren tachtig uitgeput is achtergelaten, staat nu een witte museale ruimte. Zulke witte museale ruimtes zonderen het kunstwerk af van zijn economische en politieke omgeving, en vormen daarmee een vrijhaven voor kritiek, liefde en eigenzinnigheid. David Giannotten van architectenbureau OMA heeft het gebouw getekend, en hier in Congo zal het de termen van debat over kunst en ecologie veranderen.

‘The Repatriation of the White Cube’ luidt het begin in van een nieuwe cyclus. De afgelopen tijd zijn al belangrijke stappen genomen. Van het Rijksmuseum dat de beschrijvingen van schilderijen aanpast - er staat niet meer ‘negerslavin’, maar ‘tot slaaf gemaakte vrouw’ - tot de verklaringen van het British Museum dat het eigenlijk geen Brits maar een universeel museum is en tot het openen van de deuren van de Documenta voor kunstenaars uit de voormalige koloniën: het zijn ontwikkelingen die bijdragen aan het creëren van een nieuw wereldbeeld.

Tegelijkertijd zijn diezelfde musea - die reservaten voor liefde, kritiek en eigenzinnigheid - juist gefinancierd door afgedwongen monocultuur op plantages in Indonesië, de Caraïben en Centraal Afrika. Het is juist om afstand te nemen van het geweld van het plantagesysteem, waarin mensen, dieren en planten gereduceerd worden tot productie-eenheden, dat musea als het Van Abbemuseum in Eindhoven, en het Ludwig Museum in Keulen zijn opgericht.

Performance op de opening van The White Cube in Congo. Foto THOMAS NOLF

Het zijn niet alleen oude BaPende sculpturen, gemaakt door de bevolking uit het zuidwesten van Congo, die terug moeten naar de plantage. Het hele apparaat moet veranderen. Het is niet genoeg dat enkele kunstenaars toegang krijgen tot de white cube. Het is belangrijk dat de locatie van de white cube en de mensen die er toegang toe hebben het systeem grondig verandert: wáár die kritiek geformuleerd wordt, tot wie die zich richt en wie het kan gebruiken om het leven buiten de white cube vorm te geven.

De openingstentoontelling vindt niet alleen plaats in de White Cube maar ook eromheen. The Art Collector van Djo Bismar en Jeremy Mabiala is het enige kunstwerk dat in de White Cube staat. Mbuku Kimpala en Irene Kanga tonen films van hun performances in traditionele rieten hutten, die met een tunnel verbonden zijn met de White Cube, naast geautoriseerde afdrukken van Luc Tuymans.

Het zijn schilderijen over de Congolese geschiedenis, die in 2001 tentoongesteld werden in het Belgische Paviljoen op de Biënnale in Venetië en sindsdien de wereld rond zijn gegaan. Ze worden nu voor het eerst in Congo getoond.

Plantagezones

Het is een krachtig signaal. De leden van CATPC hebben nu zelf het heft in handen. De White Cube is nu eigendom van de plantage-arbeiders. Lusanga is nu verbonden met al de andere white cubes van de wereld, maar ook met andere plantagezones in Congo.

Bienvenue Malando, een traditionele chef uit Yalingimba en zijn advocaat Jean-Lambert Lisika zijn voor de openingsceremonie overgekomen van een van de andere voormalige Unilever-plantages in Congo. Ze bereiden een zaak voor tegen het Canadese bedrijf Feronia. Feronia kocht de voormalige Unilever plantages in 2009 op, maar er wordt nog steeds palmolie voor Blue Band voor Unilever geproduceerd. Bienvenue vertelt dat een arbeider, die verhaal kwam halen omdat hij zijn maandloon van 30 dollar per maand ook echt wilde ontvangen, in plaats van wat stukken zeep, door de politie is vermoord. Toch apart dat dat gebeurt bij een bedrijf waar FMO en andere Europese ontwikkelingsbanken net nog 150 miljoen dollar in hebben gepompt, om de armoede te bestrijden. Dat is al gauw 25.000 dollar per werknemer. Een Skype-gesprek tussen de president van CATPC, de bekende milieu-activist René Ngongo en SERBUNDU, een vakbond van plantagearbeiders in Indonesië, luidt het begin van een samenwerking in.

Renzo Martens staat de pers te woord. Foto Thomas Nolf

De opening van de White Cube en het dampende concert dat op de openingsceremonie volgt, wordt bijgewoond door tweeduizend gasten. Er zijn talloze journalisten, en de discussies zijn rijk: wat kunnen we doen met een white cube? Hoe belangrijk zijn die repatriëringsclaims? Wat is het economische belang van cultuur? Wat is onze plaats in de wereldeconomie? Hoe kunnen we het plantagesysteem veranderen?

Azu Nwagbogu, een curator uit Lagos, Nigeria, waarschuwt ons. Dit is geen kunst meer, dit is het inbreken in bestaande waardeketens, in de levens van echte mensen, social design bijna, en daar moeten we verantwoordelijkheid voor nemen.

Hij heeft gelijk. In Venetië, Berlijn en ook in Dakar en Kaapstad kun je je werk gewoon in een white cube installeren – het social design kun je als kunstenaar aan investeerders en stadsbesturen overlaten: kunstbiënnales helpen stadscentra om zich van arme migranten te ontdoen en die te vervangen door goed opgeleide critici en kunstliefhebbers. Hier in Lusanga gaan plantagearbeiders zelf bepalen welke effecten de productie en expositie van kunst moet hebben. En ze hebben een antwoord: de white cube moet geen nieuw creatief district mogelijk maken, maar inclusieve en ecologische post-plantages.

Schoolkinderen

Met de 50.000 euro winst van hun chocolade sculpturen heeft CATPC geïnvesteerd het opstarten van die post-plantage, op een eigen stuk grond. Vanaf volgende maand kunnen schoolkinderen workshops bijwonen over herbebossing. CATPC zal een krant publiceren omtrent kunst en landbouw. Ze hebben zelfs zaden van Feronia gekocht. Duur, dat wel, maar met een superieur rendement waar anders alleen bedrijven die FMO-funding krijgen toegang toe hebben. Vanaf nu gaan de plantagearbeiders de kunstwereld niet meer voeden. In de komende vijf jaar zullen de leden van CATPC de middelen genereren om een netwerk van een nieuwe, ecologische post-plantage op te starten. In stijl, met Yamayoto designschoenen.