Vechten voor een beetje ruimte in je theaterstoel

Theaterstoelen We worden breder en langer, maar de stoelen in het theater blijven hetzelfde. En het is vaak worstelen op de armleuning.

Stoel C heeft een „korte zit”, zegt een bezoekster. Die stoel is haar favoriet, want die „valt beter onder haar knie.” Stoel C heeft ook de voorkeur van een andere vrouw, want stoel B heeft een langere zitting, zegt ze, „en dat moet ik compenseren met mijn nek en rug, want ik heb korte benen”. Een andere bezoekster kiest juist voor stoel A vanwege de langere zitting: „Dat is fijner voor langere mensen.”

Theater Zaandam vervangt komende zomer alle 870 stoelen in de grote zaal en bood het publiek onlangs de kans om proef te zitten op drie verschillende stoelen. Uit de reacties valt op te maken dat het bijna onmogelijk is om iedereen tegelijk zich comfortabel te laten voelen in een stoel. Dat is een kwestie van lichaamsafmetingen en lichaamshouding, maar ook van andere voorkeuren. Zo merkt een vrouw die proefzit op dat stoel B een stevigere zitting heeft dan stoel C, die minder inzakt. Ze zegt:

„Het is als het kiezen van een bed. Hou je van hard of van zacht?”

Het theater heeft uiteindelijk niet voor een van deze drie stoelen gekozen, vertelt theaterdirecteur Angelique Finkers. „De reacties waren te divers. Het maakt nogal uit of je twee meter bent of één meter vijftig. Het bleek dat niet één stoel voor iedereen de juiste zitbeleving had, dus we hebben gekozen voor stoel D, een aangepaste versie van stoel C.” De maten van deze stoel zijn: zitbreedte 44 cm, zitdiepte 44 cm en rughoogte 54 cm.

Proefzitten in andere theaters

In het theater van Singer in Laren, dat deze zomer een geheel nieuwe zaal krijgt, is directeur Evert van Os zelf gaan ‘proefzitten’ in andere theaters. Uit het selectieproces volgde de keuze voor een Italiaanse theaterstoel. „Het is een sjieke, moderne stoel, met een ruime zit. We zitten in het Gooi, en Singer Laren wordt gefinancierd door de gemeenschap, dus we wilden niet besparen op de zaal en de stoel.”

Hij noemt de maten van de nieuwe stoel: „Zitdiepte 45 cm, breedte 49 cm, ruimte tussen de stoelen 101 cm.” Van Os beseft dat bioscoopstoelen veel ruimer zijn, al gauw zo’n 60 cm breed. Maar de geheel nieuw opgetrokken zaal moest weer vierhonderd stoelen bevatten: „Anders kom je niet uit met de exploitatie.” De stoel heeft wat hij noemt „een gemeenschappelijke armleuning”. Heeft hij wel eens meegemaakt dat dit ongemakkelijk kan worden? Van Os: „Iedereen heeft denk ik wel eens die ervaring dat het vervelend kan zijn. Maar als je geliefde naast je zit, is het juist fijn.”

Van Os benoemt precies het dilemma van theaters: de bezoeker comfortabel willen laten zitten, maar ook zoveel mogelijk stoelen geplaatst willen hebben. In de meeste theaters, zeker in de wat oudere zalen, neemt een bezoeker derhalve plaats op ongemakkelijke klapstoeltjes, die tot velerlei vormen van ongerief kunnen leiden.

Een theaterstoel is zo gemaakt dat hij zo min mogelijk ruimte inneemt. Van die krapte probeert de stoel het beste te maken. Het grootste ongemak voor lange mensen is de beenruimte. In sommige zalen zitten die verplicht wijdbeens, omdat het anders niet past. Zelf heb ik de meeste moeite met de zogeheten ‘gemeenschappelijke armleuning’: je kunt je armen niet kwijt. De stoelen zijn smal, de armleuningen enkelvoudig en dun. Wil je niet arm in arm met je buurman zitten, dan moet je je handen devoot in de schoot leggen. Dan buigen je schouders naar binnen en vermijd je fysiek contact. Maar dat zit vrij verkrampt. Dat is ook wat vliegreizigers kunnen ervaren: het ‘economy class syndroom’. In het theater krijg je geen vliegtrombose, maar er zijn vliegtuigen waarin je comfortabeler zit dan in sommige theaters.

Armworstelen

Wie niet wil indikken, voert geregeld kinderachtige wedstrijdjes armleuningen claimen. Wie het eerst zit heeft hem, en anders is het toeslaan als de buurman gaat verzitten. Wat ook voorkomt, is doen alsof de ander er niet is: je negeert de vreemde arm tegen jouw arm. Terwijl lichamelijk contact nou net is wat je te allen tijde wil voorkomen als je je anderhalf uur in het donker wil concentreren op een voorstelling. Dus er is altijd een ‘winnaar’. De eerste bij wie ongemak en schaamte te groot worden, zal capituleren.

In extreme gevallen wordt er geduwd. Dat is gelukkig zeldzaam. Het echte vrij worstelen doet een theaterbezoeker waarschijnlijk alleen met bekenden. Maar zo kan je vrienden op een nieuwe manier leren kennen: als agressieve armkolonialisten. Eigen lichaam eerst.

Wat proefzitten niet vertelt is hoeveel beenruimte er is. Dat is een kwestie van zaalindeling, legt Roel Aerttsen uit. Hij is vertegenwoordiger van het in België gevestigde Jezet, dat over de hele wereld theaterstoelen op maat levert. De marktleider voor theaterstoelen in Nederland maakt de nieuwe stoel van het Zaantheater en leverde ook onder meer de stoelen voor het ‘tijdelijke theater’ voor de musical Soldaat van Oranje. Die hebben een zitbreedte van 42 cm, zitdiepte van 47 cm en een rughoogte van 59 cm.

Comfort is het belangrijkste bij een theaterstoel, zegt Aertssen, en dan is beenruimte cruciaal. „Theaters willen graag zoveel mogelijk stoelen in een zaal. Dat is te begrijpen, maar als ik niet lekker zit, ga ik niet meer terug. In nieuwe theaters is er meer aandacht voor comfort. Maar dat moet beginnen bij de architect die de zaal ontwerpt. De afstand tussen de rijen is vaak zo’n 85 cm, maar eigenlijk heb je minimaal 95 cm nodig, met zo’n 45 cm vanaf de zitting. Je moet een schuifbeweging kunnen maken. En als je staat moet je goed langs elkaar heen kunnen. Als dat niet past in een theaterzaal, is dat mega-irritant.”

Actief kijken

De nieuwe theaterzaal in Singer Laren is met 101 cm tussenruimte dus goed bemeten. In het Zaantheater wordt de bezoeker getrakteerd op 7 cm meer beenruimte doordat de nieuwe stoel dunner is, zegt directeur Finkers. De huidige stoelen hebben in de rug een cassette voor de aanvoer van warme of koele lucht. Dat accessoire verdwijnt in de nieuwe stoel en daarmee wordt ruimte gewonnen. Verder komen de nieuwe stoelen precies op de plek van de oude, want de betonnen fundering laat geen nieuw stoelenplan toe, legt Finkers uit. De nieuwe stoelen zijn dus ook even groot.

Finkers: „Een van de belangrijkste redenen om de stoelen te vervangen was dat bezoekers klaagden over het zitcomfort en over te krappe stoelen. Mensen worden breder en langer, zeker de jeugd. Een winst van 7 centimeter beenruimte is veel, want bij zitten telt elke centimeter. Dan zit je al luxer. Het kan het verschil zijn tussen met je knie de stoel voor je raken en een gevoel van vrijheid.”

Als elke centimeter telt, wordt ook het verschil met een bioscoopstoel snel duidelijk. Dat een bioscoopstoel al snel 10 cm breder is wordt in de theaterwereld altijd verdedigd met het argument dat theater vraagt om ‘actief kijken’ en dat een film ‘passief kijken’ veronderstelt. Oftewel: in een theaterstoel zit je rechtop en ben je alert en in de bioscoop zak je onderuit en mag je in slaap vallen.

Ook Finkers gelooft dat ‘actief zitten’ hoort bij theater. „Daarom hebben we een stoel gekozen met een niet al te zachte zitting. Een zachte zitting kan in eerste instantie comfortabeler voelen, maar geeft in de loop van de avond onvoldoende ondersteuning. Je wilt niet dat de bezoeker half in slaap wegzakt in behaaglijke, diepe kussens. Dat is meer iets voor de bioscoop. Theater bestaat uit live interactie en daar past een actieve beleving bij.”