Column

Ons kapitalisme is zijn belofte aan het breken

Breekt ons kapitalisme zijn belangrijkste belofte? Twee weken geleden kwam het Internationaal Monetair Fonds met een opmerkelijke bevinding: wereldwijd daalt het aandeel van werknemers in het nationaal inkomen. Die daling is niet overal even sterk, en de precieze hoogte van het aandeel van werknemers in het nationaal inkomen (de zogenoemde arbeidsinkomensquote, of aiq) is eveneens overal verschillend. Maar de trend is duidelijk.

Lees de analyse van Maarten Schinkel op de bevinding van het IMF: Werknemer verliest het wereldwijd van het kapitaal

Tegenover arbeid staat kapitaal, en dus tegenover de aiq een ‘kiq’. Dat is de kapitaalinkomensquote: het deel van het nationaal inkomen dat naar kapitaal gaat. Dat deel stijgt. Ook in Nederland. Econoom Aldert Boonen, werkzaam bij vakbeweging FNV en lid van de Sociaal-Economische Raad, publiceerde woensdag een onderzoek naar die kiq. Het is te vinden op economensite Mejudice. De kiq bestaat uit betaalde rente, winstbelastingen en winst. Volgens de econoom zijn de belastingen en de rente relatief gedaald in de afgelopen twintig jaar. Het aandeel van de winst daarentegen is verdubbeld, van 10 procent naar ruim 20 procent van de netto toegevoegde waarde (een versie van het nationaal inkomen).

Is dat verrassend? Ja. Niet alleen het dalende deel van arbeid in het nationaal inkomen, maar ook minder betaalde rente en belastingen vergroten het winstdeel van ondernemers in het nationaal inkomen.

Boonen hekelt het gebrek aan investeringen dat wordt gedaan en wijst er terecht op dat de ontwikkeling in wezen de theorie van Piketty onderstreept: het rendement op kapitaal is het aan het winnen van de opbrengsten uit arbeid.

Er zijn nog andere conclusies te trekken. De eerste is dat De Nederlandsche Bank gelijk heeft dat (met name exporterende) ondernemingen te veel geld in kas hebben. Dat overschot van besparingen over investeringen draagt bij aan het overschot op onze betalingsbalans dat volgens het IMF dit jaar maar liefst 9,2 procent van het bruto binnenlands product bedraagt. Duitsland (8,2 procent) wordt internationaal al hevig aangevallen op dat overschot, maar dat komt vooral omdat het land veel groter is en daardoor meer opvalt. Het is een kwestie van tijd dat de kritiek ook voor ons land zal gelden. President Knot van DNB stelt nu al meer dan een jaar dat hogere lonen voor werknemers hier een goede oplossing voor zijn. Een neveneffect daarvan is dat de verhouding tussen arbeid en kapitaal, en het deel van de koek dat zij krijgen, weer wat wordt rechtgetrokken. Het verhogen van de lonen dient hiermee wellicht ook een breder maatschappelijk doel.

De tweede conclusie is deze: er is in onze vorm van kapitalisme sprake van een onderliggend sociaal contract. Zoals de Britse filosoof en econoom Jeremy Bentham het bijna twee eeuwen geleden uitdrukte: de ondernemer streeft zijn eigenbelang na. Maar door dit te doen verheft hij ook zijn omgeving. Er komt door zijn ondernemerschap meer werk en dus meer inkomen beschikbaar voor de mensen om hem heen. De ondernemer bereikte zo the greatest good for the greatest number, aldus Bentham.

Zo wordt egoïsme omgezet in maatschappelijk nut. Maar om geaccepteerd te blijven moet dit contract wel blijvend worden nageleefd. En verbeterd. De revolutionaire tijden van eind jaren tien van de vorige eeuw droegen bij aan de promotie van de arbeider tot consument. De maatschappelijke onrust van de jaren zestig baarde een flink deel van de moderne verzorgingsstaat.

Op dit moment gaat het om het behoud van het contract. Een wijzigende verhouding tussen arbeid en kapitaal zal best een tijdje goed gaan. Maar er is een tijd denkbaar dat het publiek de ondernemer gaat herinneren aan de ongeschreven deal. Alleen welke vorm dat protest zal aannemen, is dan nog de vraag.

Maarten Schinkel schrijft over economie en financiële markten.