Recensie

Lucky TV in het theater: ‘Die hysterische lach van Máxima, dat ben ik zelf’

In zijn theatershow ‘Lucky Live’, die woensdag in première ging, vertelt Sander van de Pavert relativerend over zijn tv-werk. Vaak hilarisch, maar voor theater is het toch onvoldoende.

In Lucky Live vertelt Van de Pavert (1976) over het verloop van zijn carrière. Foto Noesjka van der Helm

‘Van elk tv-programma, hoe afschuwelijk ook, is wel wat moois te maken”, zegt Sander van de Pavert aan het begin van zijn theatershow Lucky Live. Van de Pavert is de maker van Lucky TV, dat al sinds 2005 de satirische afsluiting is van talkshow De Wereld Draait Door. In Lucky Live vertelt Van de Pavert (1976) over het verloop van zijn carrière, waarbij op een podiumvullend scherm te zien is dat hij al vanaf het eerste moment de essentie van zijn werk te pakken had: een geestige manipulatie van beelden door suggestieve montage en nasynchronisatie van de teksten met eigen gekke stemmetjes.

Zijn interesse voor het verknippen van tv-fragmenten begon in 2002, vertelt hij, bij het zien van een interview bij de KRO van Fons de Poel met zangeres Lenny Kuhr. Het viel Van de Pavert op dat de interviewer in 50 minuten gesprek ook zelf diverse keren persoonlijke ontboezemingen deed. Dat bracht de net afgestudeerde grafisch ontwerper ertoe die momenten aan elkaar te plakken en zo ontstond een kort, grappig fragment met een egotrippend interviewer in de hoofdrol.

Het jaar erop werd het fragment uitgezonden in het programma Vara Laat, zijn debuut op nationale televisie. Het had al alle kenmerken van Lucky TV, al introduceerde Claudia de Breij, presentator van Vara Laat, hem nog wel als „onze videoknutselaar-prutselaar”. En een prutser was ik misschien toen ook nog wel, zegt Van de Pavert.

De lach van Máxima

Die combinatie van zelfrelativering en de vertoning van cruciale tv-momenten, met veel onbekend of vergeten materiaal, geeft Lucky Live zijn charme. Zo bekent Van de Pavert dat de hysterische lach van Máxima in zijn koning Willy-filmpjes dicht bij zijn eigen lach ligt. Van de Pavert kent ook zijn beperkingen: hij is geen soepele verteller en hij houdt de teksten waarmee hij zijn filmpjes aan elkaar praat kort en bondig. Hij probeert niet grappig te zijn, maar al te diep graaft zijn autobiografische analyse ook niet.

De toon van deze ‘televisie-avond’ is dan ook maar half serieus. Zo laat hij bijvoorbeeld nog eens zijn bewerking zien van het debat tussen de Amerikaanse presidentskandidaten Hillary Clinton en Donald Trump in 2016, waarbij het lijkt alsof ze samen een duet zingen, het lied ‘Time of my life’. Dat was niet alleen briljant bedacht; de lipsynchrone bewerking etaleert hoe virtuoos Van de Pavert is.

Zijn brille werd over de hele wereld opgemerkt, maar hij grijpt dat moment van opperste roem aan om zich af te vragen of hij ertoe veroordeeld is tot in de eeuwigheid op zijn kamer hele dagen televisie te kijken op zoek naar bruikbare stukken om te bewerken. Dat werk is „de hel”, zegt hij. Zijn „wanhoop” daarover is misschien oprecht, maar Van de Pavert laat het bij die opmerking. Snel schakelt hij door naar de wanhoop van andere tv-makers die zonder onderwerp zitten. En dan krijgen we het fragment te zien met de absurde reportage van NOS-verslaggever Gerri Eickhof in een chocoladefabriek.

De parade van Lucky-hits maakt nog eens duidelijk dat zijn satire het best werkt – zoals alle satire – als de slachtoffers machtig of beroemd zijn. Een meisje dat mooi zingt in een talentenshow als een brulaap laten klinken is veel minder aanstekelijk. Maar die ‘best of’ legt ook bloot dat Lucky Live niet overdreven veel nieuw werk bevat. Dat is uiteindelijk ontnuchterend. Want hoe hilarisch ook, zoals de bewerking van Der Untergang, waarin Hitler roept dat hij wil bowlen: dat is online te vinden. Wat voegt vertoning in een theater toe? In Lucky Live kruipt de videokunstenaar uit zijn donkere kamer, de wereld tegemoet, om zijn succes te vieren. Dat is hem gegund, maar van een theateravond was meer te maken geweest.