Recensie

Het wonder van Obsession

Toneelbewerking Obsession is een nieuw stadium in de internationale zegetocht van Ivo van Hove.

Wijdbeens en breedgeschouderd staat hij daar: Jude Law, zijn lichaam krachtig en compact. Je begrijpt meteen waarom regisseur Ivo van Hove hem castte in de rol van de fataal verliefde landloper Gino in het passionele noodlotsdrama Obsession. Er gaat een dierlijke energie van hem uit: zijn opkomst ontspannen, lanterfanterig. Een zorgeloze zwerfhond. Gaandeweg volgt de transformatie tot gekooide tijger: de schouders gespannen, het geweten rusteloos. Met Halina Reijn heeft Law fysiek zinderende liefdesscènes. Elke blik, elke aanraking staat onder hoogspanning.

Maar Law is hier niet alleen een natuurkracht. Onder de bravoure en agressie van Gino schuilt een kwetsbare, kapotte man. Knap kan Law zijn wanhoop en verdriet door het ruwe bolster naar buiten laten breken, in ontredderde, ontroerende huilbuien. Die momenten raken diep.

Obsession is een toneelbewerking van Ossessione (1943), de eerste lange speelfilm van Luchino Visconti, die hij weer baseerde op de misdaadroman The postman always rings twice van James M. Cain. Van Hove voelt zich artistiek thuis bij het werk van Visconti. Driemaal eerder regisseerde hij toneelversies van diens films: Rocco en zijn broers, Ludwig II, en vorig jaar zomer Les Damnés, op het festival d’Avignon.

Bij Ludwig II en Les Damnés pakte de combinatie Van Hove-Visconti wonderwel uit. Nu koos hij Ossessione, voor een uitzonderlijk project: een co-productie van zijn Toneelgroep Amsterdam met het Londense Barbican Centre, met een Brits-Nederlandse cast: naast Reijn spelen Gijs Scholten van Aschat en Robert de Hoog mee. De productie is in het Engels. De Amsterdammers kregen intensieve taaltraining zodat ze op toneel vloeiend, vrijwel accentloos Engels spreken. Die schaal en ambitie, een wereldpremière in the Barbican, de Europese tournee die nog volgt (Wenen, Luxemburg, Amsterdam), plus Law, een ster van formaat – het is wéér een nieuw stadium in Van Hoves internationale zegetocht.

Onstuitbare hartstocht

Het nadeel van Ossessione als basis is echter dat het verhaal nogal dun is. Hanna (Reijn) is ongelukkig getrouwd met Joseph (Scholten van Aschat). Als Gino op een dag opduikt, laait tussen hen onmiddellijk een onstuitbare hartstocht op. Een gezamenlijke vlucht strandt op haar twijfel en angst. Dan volgt een rigoureuzer plan: moord. Als ze zich van Joseph hebben ontdaan, is er even bevrijding en hoop. Maar de schuld weegt zwaar. Hun liefde is voortaan gedoemd. Hij vertrekt, zij verraadt hem, ze verzoenen zich. Zij sterft, Gino wordt gearresteerd. Hij verliest niet alleen zijn liefde maar ook zijn geliefde vrijheid.

Wat wil Van Hove?

Het is niet gemakkelijk te achterhalen wat Van Hove nu precies met deze materie wil overbrengen. Over armoede gaat het in elk geval niet. Anders dan de film Ossessione, nadrukkelijk gesitueerd in een armoedige plattelandse subcultuur, is de enscenering van Obsession universeel en onthecht. Het toneelbeeld van Jan Versweyveld is wijds, strak en sober. Vormgeving en belichting zijn fraai. Met stoffig strijklicht door lage ramen dat het gevoel opwekt van een hete, landerige namiddag in een verlaten oord. De acteurs zijn mooi, alles is perfect gestileerd. Nog nooit was de zelfkant zo esthetisch.

Inhoudelijk valt er dit dilemma te destilleren: kies je ervoor ongelukkig maar veilig te leven, of compromisloos, straatarm en vrij? Maar dat dilemma wordt nauwelijks uitgewerkt. Blijft over: een studie naar de allesverzengende passie van Hanna en Gino. Nu is de vernietigende kracht van de liefde een onuitputtelijk thema, maar de meeste teksten hier zijn bouquetreeks-achtige dooddoeners. Je houdt je hart vast, elke keer dat Reijn iets zegt in de trant van: ‘Verlaat me niet! Ik kan niet leven zonder jou!’ En dat is vaak.

Het wonder van Obsession is dat het geheel weliswaar wankelt, maar toch overeind blijft. De voorstelling blijft intrigeren en imponeren, ook al liggen sentiment en melodrama constant op de loer. Dat is te danken aan de ijzersterke acteurs en aan de ronduit schitterende, filmisch fraaie enscenering.

Andermaal bewijst het duo Van Hove-Versweyveld hun visuele en technische meesterschap. Met hun gevoel voor spektakel, esthetiek en sfeer en de goed gekozen muziekfragmenten (veel opera, dit keer), creëren ze een verbluffend geheel. Voor onze ogen ontstaan waarachtige tederheid en geloofwaardige hartstocht. Hoogtepunt is de sensitieve badderscène, waarin de twee elkaar vergeefs schoonwassen van schuld. Bij een heftige vrijpartij zoomt de video in. Flathoge filmschermen tonen een vergrote pupil, huid op huid, een vochtige lip, een stukje oor. Zo brengt Obsession ware passie duizelingwekkend dichtbij.