De paus komt naar Egypte, de koptische christenen zijn niet echt enthousiast

Egypte

Paus Franciscus reist naar Egypte met een boodschap van vriendschap en respect. Koptische christenen ontvangen hem met gemengde gevoelens.

In zijn lampenwinkeltje in de wijk Sidi Bishr staart Fawzi Fahim (53) dag in dag uit naar het rouwportret van zijn oudere broer Nassim. De twee waren onafscheidelijk. Sinds zij de winkel zeven jaar geleden erfden van hun vader ging er geen dag voorbij zonder dat ze elkaar zagen.

Op die fatale 9 april had Nassim Fahim (56) aangeboden om te helpen bij het beveiligen van de kathedraal van Sint-Marcus. Het was palmzondag en de koptische paus Tawadros II zou de mis voordragen. Op beelden van de beveiligingscamera’s is te zien hoe Nassim de zelfmoordbommenlegger tegenhoudt wanneer die richting kathedraal loopt. Daarlangs, zegt Nassim, wijzend naar de metaaldetector. Vreemd genoeg gehoorzaamt de man. Hij loopt door de metaaldetector, die afgaat. Hij draait zich om. Dan ontploft de bom. Bij de aanslag kwamen zeven christenen, vier politieagenten en zes moslims om.

Eerder die dag waren al 27 mensen gedood bij een bomaanslag in een kerk in Tanta in de Nijldelta. „Toen ik het nieuws van Tanta hoorde heb ik Nassim gebeld”, zegt Fazwi. „We hebben gepraat. Toen ik hoorde van een ontploffing in Alexandrië heb ik meteen teruggebeld. Maar er kwam geen antwoord. We zijn naar de kerk gegaan. Er lagen overal lijken. Nassim was aan stukken gereten. Pas ’s avonds laat hebben we een lichaamsdeel kunnen identificeren.”

Opmerkelijk bezoek

Het is tegen deze achtergrond dat paus Franciscus vrijdag en zaterdag Egypte bezoekt. Het pausbezoek is opmerkelijk want de overgrote meerderheid van de Egyptische christenen is koptisch-orthodox en vallen onder haar eigen paus, Tawadros II. De katholieken in Egypte zijn met hooguit 200.000. Met zijn bezoek wil Franciscus „affectie, troost en aanmoediging tonen voor alle christenen van het Midden-Oosten” en een „boodschap van vriendschap en respect overbrengen aan alle inwoners van Egypte en de regio”. Hij geeft ook ruggensteun aan een regime dat schuldig is aan zware schendingen van de mensenrechten, onder het mom van de strijd tegen het terrorisme. Fawzi Fahim is alvast niet onder de indruk. „Voor de Egyptenaren maakt dit geen verschil”, zegt hij. „Gaat de paus mijn broer terugbrengen?”

Joseph Malak, een advocaat van de koptische kerk, is een andere mening toegedaan. „Dit is een sterk signaal naar de terroristen”, zegt hij. Wij christenen staan voor liefde, jullie staan voor haat.”

Egypte heeft de terroristen geïdentificeerd: twee Egyptenaren van 31 en 40 jaar. Zij maakten deel uit van een IS-commando dat ook in verband wordt gebracht met de aanslag in de koptische kathedraal in Kairo in december, waarbij tientallen mensen werden gedood.

We kennen hun namen

Dat we hun namen kennen is al heel wat. Want over de daders van de aanslag op 1 januari 2011 in de Tweeheiligenkerk, om de hoek van Fawzi Fahims winkeltje, is zes jaar later nog altijd niets bekend. Een van Fawzi’s zonen was erbij toen daar tijdens de middernachtmis 21 kerkgangers werden gedood. „Hij hield er een hersenschudding en gebroken ribben aan over, maar maakt het goed nu.”

Het verschil tussen de twee aanslagen, en vooral de officiële reactie erop, spreekt boekdelen, zegt Malak in een café op de Corniche van Alexandrië. „Na de aanslagen van palmzondag heeft president Sisi binnen 24 uur de identiteit van de daders bekendgemaakt. Er zijn arrestaties verricht, een beloning uitgeloofd. De noodtoestand is afgekondigd. Het toont hoe serieus de staat is. Vroeger was het dossier onder in een lade beland.”

In 2011 waren de Egyptische kopten woedend over de onverschilligheid van de overheid. Er deden geruchten de ronde dat minister van Binnenlandse Zaken El Adly zelf hand had in de aanslag. De woede droeg bij aan de Egyptische revolutie die een maand later zou losbarsten.

Lees ook over de aanslag van afgelopen december: Zware bomaanslag treft kopten in Kairo

Advocaat Malak is altijd naar de waarheid blijven zoeken over de aanslag van 2011. Vorig jaar boekte hij een succes toen een rechtbank in Alexandrië het ministerie van Binnenlandse Zaken opdroeg het onderzoek openbaar te maken, wat nog altijd niet is gebeurd.

Malak: „Onder Mubarak waren de christenen pasmunt. Het regime moest de Moslimbroederschap sussen en wij christenen betaalden daarvoor de prijs. Nu de Moslimbroederschap buiten spel is gezet is dat niet meer nodig.”

Kerkenwet

Niet iedereen is zo enthousiast. „Er is nog altijd een kloof tussen theorie en realiteit”, zegt Ishak Ibrahim van het Egyptian Initiative for Personal Rights, een ngo in Kairo. „Christenen worden nog altijd gediscrimineerd, door de samenleving en de staat.” In mei werd een 70-jarige koptische vrouw in de provincie Minya naakt de straat opgejaagd na een gerucht dat haar zoon een relatie had met een moslimvrouw. Zulke geruchten liggen vaak aan de basis van sektarisch geweld. Nog vaker gaat het over de bouw van kerken. Een nieuwe kerkenwet moest verbetering brengen, maar nog is een vergunning vereist die niet voor moskeeën geldt.

„De problemen beginnen meestal wanneer radicale moslims zich verzetten tegen de bouw van een kerk”, zegt Ibrahim. „Laatst nog werden vijf huizen in Minya in brand gestoken omwille van een gerucht dat er een nieuwe kerk zou komen.”

Ook het huidige regime lost die problemen liever op door bemiddeling dan door vervolging. Daarbij zijn de christenen meestal de verliezers.

Ibrahim: „Dat zendt het signaal dat men ongestraft christenen kan aanvallen. En naar christenen dat de staat er niet voor hen is. Je kan de recente terreuraanslagen niet los zien van het klimaat dat is gecreëerd. De stap van huizen afbranden naar een kerk opblazen is niet zo groot.”