Recensie

Een simpele doos met allure

In Arnhem staat een gloednieuwe concertzaal met een glazen wand. Als die opengaat, loopt de zaal over in een park.

Artist impression van de Parkzaal in Arnhem. De zaal is gebouwd voor klassieke muziek, maar is ook geschikt voor pop. Architectenbureau Van Dongen-Koschuch

Naar verluidt heeft het Concertgebouw in Amsterdam zo’n goede akoestiek omdat de wereldberoemde concertzaal een doos met ronde hoeken is. Geen wonder dus dat de nieuwe Parkzaal van het Arnhemse muziekgebouw Musis Sacrum een simpele doos met ronde hoeken is geworden, die uittorent boven een lage glazen ombouw waarin onder meer de foyer is ondergebracht. Op 6 mei begint het proefdraaien met de nu bijna voltooide Parkzaal, die achter het 19de-eeuwse gebouw van Musis Sacrum in het Musispark ligt.

„Een doos met ronde hoeken is een goed begin voor een goede akoestiek, maar meer ook niet”, zegt akoesticus Martijn Vercammen van akoestisch adviesbureau Peutz tijdens een rondleiding door de Parkzaal. Samen met architect Ralph van Mameren van bureau Van Dongen-Koschuch heeft Vercammen gewerkt aan de inrichting van de Parkzaal om goede akoestiek te krijgen. „Ook de hoogte is belangrijk. Die is bij de Parkzaal bepaald door akoestische overwegingen, met als uitgangspunt de klassiek-romantische muziek. Dat geldt ook voor het onregelmatige patroon waarin de houten panelen in de zaal zijn geplaatst. We hebben grote modellen van 1 op 5 van de zaal gemaakt om te bepalen hoe en waar ze precies voor een goede akoestiek moesten worden geplaatst. De achterwand is daarom bijvoorbeeld golvend geworden.”

Akoestiek

Toch is de Parkzaal ook geschikt voor popmuziek. „Popmuziek vereist een heel andere akoestiek”, zegt Vercammen. „De nagalmtijd moet bijvoorbeeld veel korter zijn. Om die te krijgen kunnen bij popconcerten in de hele zaal vlakke panelen met gaatjes voor de houten wandbekleding worden geplaatst.” Doordat die panelen bijna zwart zijn, verandert de Parkzaal bij popconcerten volkomen van karakter. Ook de 1.000 stoelen in de zaal kunnen dan worden verwijderd, zodat op de vlakke vloer 2.000 mensen kunnen staan. Het podium kan op verschillende hoogtes worden ingesteld en kan zelfs helemaal in de vloer verdwijnen, zodat de Parkzaal eveneens is te gebruiken als vlakke-vloerzaal.

Bijzonder aan de Parkzaal is dat de wand achter het podium van onder tot boven uit glas bestaat. „Zo hebben de bezoekers uitzicht op het park tijdens de concerten”, zegt architect Van Mameren. „Maar wat de zaal werkelijk uniek in de wereld maakt is dat de glazen wand helemaal kan worden opengezet. Zo kan het podium ook worden gebruikt voor parkconcerten. Op het podium kan bijvoorbeeld een dj staan, terwijl het publiek in het park is.”

Keramische ‘tubes’

Twintig miljoen euro heeft de Parkzaal gekost. „Niet veel voor zo’n grote zaal”, vindt Van Mameren. „De truc om voor zo’n laag budget een zaal met allure te bouwen is dat het gebouw deels ondergronds is. Door de zandgrond en het lage grondwaterpeil is het hier in Arnhem niet duur om een diepe kelder te bouwen. Daar zijn nu vooral ruimtes ondergebracht die geen daglicht nodig hebben, zoals die voor installaties en de opslag van de stoelen.” Ook de garderobe, repetiteruimtes en verblijfsruimtes voor artiesten zijn ondergronds. Maar die krijgen door in de grond uitgegraven patio’s wel daglicht.

Ondergronds is het materiaalgebruik, met veel schoon beton, uiterst sober gebleven. Maar in het bovengrondse deel vormt het beton een contrast met bijvoorbeeld het beige Portugees leisteen waarmee de vloer in de foyer en de brede trap naar de garderobe zijn bedekt, en met de bronzen zaaldeuren en omlijstingen van de twaalf bars die de Parkzaal krijgt. Ook op de bekleding van de buitenmuren van de Parkzaal is niet bezuinigd. Die zijn van onder tot boven bekleed met keramische ‘tubes’ in verschillende groentinten die naar een ontwerp van de architecten speciaal voor de Parkzaal zijn vervaardigd door Koninklijke Tichelaar Makkum. „Met zijn groene ribbels die zorgen voor een levendige gevel sluit de Parkzaal aan op de bomen en planten in het park”, zegt Van Mameren. „Zo is de nieuwe zaal, precies zoals we het hadden bedoeld, een paviljoen in het park geworden in plaats van alleen maar een aanbouw aan het oude gebouw van Musis Sacrum.”