De zieke flexwerker moet het zelf doen

Arbeidsongeschiktheid

Van de 40.000 Nederlanders die een uitkering krijgen wegens arbeidsongeschiktheid, is meer dan de helft flexwerker. Waarom?

Zieke flexwerkers kunnen via het UWV een uitkering krijgen. Foto iStock

Het aantal Nederlanders die een uitkering krijgen omdat ze niet kunnen werken, is de afgelopen jaren flink gedaald. Dat concludeerde een commissie van topambtenaren woensdag in een rapport over regelingen rond arbeidsongeschiktheid. De jaarlijkse instroom is afgenomen van zo’n 100.000 in 2000, tot circa 40.000 nu.

Wat daarbij opvalt: van alle mensen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering had meer dan de helft voordat zij ziek werden een flexibel contract. Waarom is deze groep zo oververtegenwoordigd?

Als werknemers in vaste dienst ziek worden, moet hun werkgever maximaal twee jaar loon doorbetalen. Blijven werknemers langdurig ziek, dan kunnen zij in de Ziektewet terechtkomen. De werkgever heeft gedurende die periode van twee jaar de verantwoordelijkheid de werknemer weer aan het werk te krijgen.

Als flexwerkers ziek worden en geen recht (meer) hebben op doorbetaling – bijvoorbeeld omdat hun contract afloopt of omdat ze uitzendkracht zijn – kunnen zij via het UWV een arbeidsongeschiktheidsuitkering krijgen. De werkgever is enkel tijdens de periode van doorbetaling verantwoordelijk voor een terugkeer naar de arbeidsmarkt.

Uitkeringsinstantie UWV gaat niet in op de oorzaak van de oververtegenwoordiging van flexwerkers in de Ziektewet, maar benadrukt wel dat er een verschil is tussen werknemers met en zonder vast dienstverband bij de instroom in de Ziektewet. „Dit zit met name in het feit dat iemand met een tijdelijk contract na verloop van tijd geen werkgever meer heeft om bij terug te keren”, zegt een woordvoerder.

Dat het aandeel flexwerkers onder arbeidsongeschikten zo groot is, verbaast Henk Volberda, hoogleraar ondernemingsbeleid aan de Erasmus Universiteit en de Rotterdam School of Management, niet. „Het heeft alles te maken met de arbeidsvoorwaarden van flexwerkers. Ze werken op tijdelijke of nulurencontracten, draaien onregelmatige diensten en hebben weinig zekerheid. Uit onderzoek weten we dat dit kan leiden tot hogere stressniveaus en overspannenheid. Het is bijvoorbeeld bekend dat flexwerkers langer doorwerken bij ziekte en zich minder gezond voelen.”

Onzichtbare kosten

Zo’n 30 procent van de beroepsbevolking bestaat op dit moment uit flexwerkers en zzp’ers. Volberda: „Zij maken veel gebruik van sociale voorzieningen, maar brengen relatief weinig premies in. Dat gaat wringen. Het zijn de onzichtbare kosten van de flexibilisering. Het huidige kabinet constateerde al dat het uit de hand is gelopen.”

Om de problemen op te lossen moet er volgens Volberda met name worden geïnvesteerd in de onderkant van het flexibele deel van de arbeidsmarkt, waar de prikkel om te gaan werken ontbreekt. „Er is nauwelijks sprake van scholing van flexwerkers, zeker onder laagopgeleiden. De vragen die men zich aan de formatietafel moet stellen: waar zit de groei van werkgelegenheid? En hoe maken we het aantrekkelijk voor mensen om weer te gaan werken?”