Column

De boekenplanken van de koning

Michel Krielaars was niet onder de indruk van de boekenkast van de koning. “Om geloofwaardig over te komen zal de koning ook zijn plankhoogtes moeten aanpassen.”

Net als u was ik enigszins ontdaan door het televisie-interview van woensdag met de jubilerende koning Willem-Alexander. Niet zozeer door wat hij te vertellen had over zijn soms ondraaglijk zware vijftigjarige leven (in royaal en in privé-opzicht) of door het lelijke groene koninklijke bankstel, maar wel door de inhoud van zijn boekenkast. Het hele interview lang dwaalde mijn aandacht af naar de magere boekenverzameling in de monumentale, van schemerlampjes voorziene kast achter dat bankstel, die me deed denken aan een AKO-filiaal en aan het gezegde ‘Toon mij uw boekenkast en ik vertel u wie u bent’.

Weliswaar herkende ik de drie recente biografieën van zijn voorouders Willem I, II en III en meende ik een deel van de biografie van Willem Drees (de redder van de monarchie) te zien. Maar verder telden de halfgevulde planken vooral foto- en platenboeken, andere vorstenlevens in paperback gegoten, reisgidsen en presentexemplaren. Het verzameld werk van W.F. Hermans, dat de koning ooit aangeboden kreeg, was nergens te bekennen. Om over de 25 delen van het oeuvre van Multatuli nog maar te zwijgen.

Lees ook de bespreking van het interview met de koning door tv-recensent Hans Beerekamp: Een koning die geen tv mocht kijken .

Nu heeft de koning de reputatie van ‘aardige jongen zonder kapsones’, ‘enthousiast sigarenroker’, ‘monarch van het volk’ en ‘goede vriend van René Froger’. Het zijn bij uitstek eigenschappen waarmee je een monarchie in tijden van toenemend populisme overeind kunt houden. Maar om de blijvende steun van ’s lands intelligentsia te verwerven zou de vorst er goed aan doen om zich na een dag spelevaren, linten doorknippen en ingewikkelde staatsstukken bestuderen op een serieus boek (fictie of non-fictie) te storten. Het in kalfsleer gebonden bewijs kan hij daarna in zijn boekenkast zetten, zodat de Oranjes net als het huis van Windsor (zie de Netflix-serie The Crown) over een paar jaar over een fraaie huisbibliotheek beschikken.

Om de blijvende steun van ’s lands intelligentsia te verwerven zou de vorst er goed aan doen om zich na een dag linten doorknippen op een serieus boek te storten.

Om geloofwaardig over te komen zal de koning ook zijn plankhoogtes moeten aanpassen. Diverse schappen zijn namelijk veel te groot. Het door menig serieus boekwetenschapper geprezen standaardwerk Boekwoorden Woordenboek. Handleiding voor boekensneupers van Dr. J. Ayolt Brongers zou hem hierbij goed van pas kunnen komen. Bij het lemma ‘Plankhoogte in boekenkasten’ kan de koning lezen: ‘Dit is de – bruikbare – afstand tussen twee planken; een onderwerp voor enige discussie! Men kan, bij het bezit van een gering aantal boeken, natuurlijk door de gehele boekenkast een zodanige P nemen dat alle boeken, onafhankelijk van hun hoogte, soort bij soort gezet kunnen worden; dit is qua ruimtegebrek uiteraard zeer inefficiënt en daarom voor grotere aantallen boeken af te raden.’

In de functie van geheimraad zal Brongers de koning aanraden te kiezen voor boekenkasten van 220 cm hoogte en een plankhoogte (van onderen naar boven) van 35, 27, 27, 22 (pockets), 33, 27 en 25 cm. Als de vorst dan ook nog het lemma ‘Boek’ uit het hoofd leert (‘Een B is volgens een definitie van de UNESCO uit 1950 een niet periodieke literaire publ van 49 of meer bladzijden waarbij de *Boekband (= *Schutbladen + *Platten) niet wordt meegerekend’), dan maakt hij op elk ander, al dan niet koninklijk, staatshoofd in het vervolg de indruk een ware boekenkenner te zijn en bovenal een vorst om rekening mee te houden.