We eten een varken, niet varken

Binnen een week nadat Animal Rights gruwelijke beelden van een varkensslachterij in Tielt (België) naar buiten bracht, zijn er al meer dan 130.000 handtekeningen opgehaald voor een petitie voor sluiting van de slachterij (NRC, 27 maart). Maar als we onze morele waarden consequent toepassen, impliceert dat het einde van alle slachterijen. In 2013 werden voor het project ‘De Tostifabriek’ voor zes maanden twee varkens gehouden in Amsterdam. Daarna werden ze onder luid protest geslacht. Vergeleken met varkens in de vee-industrie hadden zij echter een beter leven en bij de slacht was veel aandacht voor hun welzijn. Veel mensen wilden dat de dieren niet gedood zouden worden. Veel anderen vonden dat hypocriet. Elk dier in de veehouderij is een uniek individu. Aan zo’n individu kunnen we gehecht raken als we het van dichtbij zouden kennen. Met die kennis is het moeilijk om dieren te eten en daarom hebben we strategieën nodig om dat toch te kunnen doen. Eén strategie is deïndividualisatie: dieren niet zien als individu, maar slechts als abstractie. Als een groep met louter dezelfde eenheden. Deïndividualisatie blijkt al uit ons taalgebruik. We eten varken, niet een varken. Die houding heet carnisme. We denken zelfs dieren met liefde te kunnen doden. Ik zou niet het object van die liefde willen zijn.


Docent milieuwetenschappen, Utrecht