Zorgverzekeraars lijden verlies, vrees voor premiestijging

zorg

De vier grootste zorgverzekeraars boekten vorig jaar een verlies van honderden miljoenen euro’s. De bodem van hun reserves komt in zicht.

Alle grote zorgverzekeraars hebben vorig jaar verlies geleden. De vier grootste spelers, die gezamenlijk bijna 90 procent van de markt bedienen, verloren vorig jaar in totaal 334 miljoen euro. In 2015 realiseerden Achmea, VGZ, CZ en Menzis nog een gezamenlijke winst van ruim een half miljard euro.

Dat blijkt uit een inventarisatie van de jaarcijfers door NRC. Dinsdagochtend maakte Menzis als laatste van de grote vier zijn cijfers over 2016 bekend. De cijfers zijn slecht nieuws voor verzekerden. De verliezen vergroten de kans dat de premies in de nabije toekomst fors zullen stijgen. Zorgverzekeraars mogen zelf hun tarieven vaststellen, de minister bepaalt alleen de dekking van de basispolis.

De rijkdom van zorgverzekeraars is de laatste jaren snel afgenomen. Na kritiek dat de bedrijven verplicht afgedragen premies te veel op de plank lieten liggen, besloot de sector een groter deel van het vermogen terug te geven aan de polishouders.

De zorgconcerns subsidieerden zo de laatste twee jaar hun ziektekostenverzekeringen, waardoor zij naar eigen zeggen een scherpe stijging van de maandelijkse premies voorkwamen. Op die manier gebruikten de verzekeraars de afgelopen twee jaar meer dan 3 miljard euro van hun reserves.

Met uitzondering van CZ naderen de zorgverzekeraars de interne ondergrenzen van hun solvabiliteit. Dat betekent dat zij weinig mogelijkheden meer hebben om premiestijgingen te verzachten. Diverse bestuurders hebben er de laatste tijd voor gewaarschuwd dat de zorgpremies flink omhoog kunnen gaan.

Dat hangt samen met kostenstijgingen die onder meer worden veroorzaakt door innovaties die steeds meer medische behandelingen mogelijk maken. Ook de vergrijzing speelt een rol.

De hogere kosten zijn volgens de verzekeraars maar gedeeltelijk in de premies doorberekend. CZ, met afstand de financieel gezondste van de vier, gaf in 2016 ruim 10 euro per maand uit zijn reserves ‘terug’ aan zijn polishouders. De naaste concurrenten subsidieerden hun polissen maandelijks met tussen de 6 en 7 euro per verzekerde.

Doordat de meeste zorgverzekeraars nu met hun buffers in de buurt komen van de wettelijk gestelde ondergrenzen, vertalen tegenvallers zich sneller in hogere premies bij de basispolis.

Zorgverzekeraars draaien volledig op premiegeld (ruim 40 miljard euro per jaar). Ruwweg de helft van hun inkomsten krijgen zij via het zogeheten Zorgverzekeringsfonds van het Rijk. Daarin zitten de zorgpremies die werknemers via hun werkgevers afdragen. De andere helft van hun inkomsten krijgen verzekeraars via de ziektekostenverzekeringen die alle inwoners van Nederland jaarlijks moeten afsluiten.

De vraag is natuurlijk of verzekeraars de kosten niet wat meer kunnen drukken door efficiënter te werken. Maar de meeste zijn daar druk mee bezig. Achmea saneert al jarenlang. De overstap van een op papierstroom geënte organisatie naar een die gericht is op contact via internet en apps kost duizenden banen. Ook bij VGZ verdween de afgelopen jaren ruwweg een kwart van het aantal medewerkers.

Achmea verliest het meest

Qua verliezen blijft CZ het dichtst bij de nul. Marktleider Achmea (Zilveren Kruis, FBTO, De Friesland) voert het klassement van verliezers aan. Het concern leed vorig jaar een operationeel verlies van 196 miljoen euro (nettocijfers maakt Achmea niet bekend) tegen 76 miljoen nettoverlies door nummer twee VGZ. Menzis meldde dinsdagochtend een verlies van 47 miljoen euro. CZ hield de schade beperkt tot 15 miljoen euro negatief.

Menzis zag vorig jaar zijn omzet overigens het sterkst stijgen, met een slinkende groep verzekerden. Terwijl de omzetten van Achmea’s zorgdivisie, VGZ en CZ tussen de 0 en 3 procent daalden, steeg die van Menzis met ruim 8 procent.

Dat komt niet doordat er zoveel nieuwe klanten bij zijn gekomen. Het is vooral een gevolg van de keuze om niet te scherp op prijs te concurreren. Eind vorig jaar bleek Menzis gemiddeld de hoogste premies te vragen voor zijn ziektekostenverzekering.

Maar was dat inderdaad een vrijwillige keuze? Menzis is net als het jaar ervoor de verzekeraar met de laagste solvabiliteit en dus met het laagste financiële incasseringsvermogen. De zorgverzekeraar sprak ook minder gretig zijn reserves aan dan zijn concurrenten om de premie laag te houden. Wellicht was dat noodgedwongen.