Recensie

Zoeken naar de perfecte penis

Fotografie

Robert Mapplethorpe wilde koste wat kost beroemd worden – en het lukte. De Kunsthal brengt het eerste overzicht van zijn werk in Nederland, sinds zijn dood in 1989.

Patti Smith, 1978. foto's robert mapplethorpe foundation

‘Hou me levend’, zei de New Yorkse fotograaf Robert Mapplethorpe (1946-1989) op zijn sterfbed. Keep me alive. Vlak voor zijn dood benoemde hij een biografe, die hij aan zijn ex-geliefde David Croland voorstelde met de woorden: ‘Ik wil dat je haar alles vertelt.’ De biografie verscheen in 1995, maar Mapplethorpes vrienden blijven over hem vertellen. Zo komen er tientallen partners, assistenten, familieleden en modellen aan het woord in de uitstekende documentaire Mapplethorpe: Look at the pictures (2016).

Als je hun verhalen hoort, vraag je je soms wel af waarom ze zo loyaal zijn gebleven. Uit de film, maar ook uit bijvoorbeeld Just kids (2010), de autobiografie van de muzikante Patti Smith, komt Mapplethorpe naar voren als een grenzeloos ambitieuze man. ‘Ongelooflijk’, zegt een vriendin. ‘Er is geen woord voor. Ambitie is een understatement.’ Bij de eerste expositie van zijn jongere broer Edward, die (anders dan Robert) een fotografie-opleiding had gevolgd, eiste Mapplethorpe dat hij onder een pseudoniem zou gaan werken. Edward deed het nog ook. En Marcus Leatherdale, een vriendje, moest het veld ruimen zodra hij zelf succes kreeg als fotograaf.

Opportunisme

Mapplethorpes schaamteloze opportunisme spreekt het meest uit zijn relatie met de 25 jaar oudere kunsthistoricus en fotoverzamelaar Sam Wagstaff, een bemiddeld en invloedrijk man. Wagstaff bezorgde de beginnende kunstenaar een loft in Lower Manhattan, deed hem een Hasselblad-camera cadeau en bracht hem in contact met belangrijke galeriehouders, critici en verzamelaars. ‘Als hij het geld niet had gehad, zou ik misschien niet bij hem zijn gebleven’, horen we Mapplethorpe in de documentaire zeggen. ‘En het goede aan Sam was: hij wist dat dat part of the package was, zogezegd.’

Maar toen Wagstaff begin 1987 overleed aan aids, probeerde Mapplethorpe in interviews de betekenis van zijn weldoener voor zijn leven en werk te marginaliseren. Hij vreesde dat mensen zouden vermoeden dat hij ook besmet was, en dat dat nadelige gevolgen zou hebben voor zijn carrière. Daar had hij niet bang voor hoeven zijn. ‘Zijn markt trok aan toen mensen hoorden dat hij doodging’, zegt David Croland in Look at the pictures. Mapplethorpe kreeg in 1988 een groot retrospectief in het Whitney Museum in New York en in de decennia na zijn dood volgden er wereldwijd nog vele tentoonstellingen. De jongste opende afgelopen weekend, in de Kunsthal in Rotterdam.

Robert Mapplethorpe – Een perfectionist is een voortreffelijk, met grote zorg samengesteld en ingericht overzicht. Het begint met Mapplethorpes assemblages van vlak na zijn academietijd. In de mix: katholieke beeldtaal, pornoplaatjes, fetisjisme, een laatste restje hippie-esthetiek. Omstreeks 1972 maakt het beeld van anderen plaats voor eigen foto’s, die Mapplethorpe aanvankelijk met een polaroid-camera schiet en later met de Hasselblad. Daarna is hij fotograaf, ruim vijftien jaar lang. „Ik denk dat het werk richting een soort perfectie beweegt”, zegt hij terugblikkend in 1988, „maar in wezen blijft de visie hetzelfde.”

In die visie hebben kunst en porno, esthetiek en rauwheid hetzelfde gewicht. De X Portfolio (1978) bestaat uit dertien op bescheiden formaat afgedrukte zwartwitfoto’s van kinky homoseks, de Y Portfolio uit hetzelfde jaar bevat dertien hyper-esthetische bloemstillevens. De SM-scènes houdt Mapplethorpe na 1980 voor gezien; de bloemen blijven en krijgen gezelschap van mannenlichamen, meestal zwarte, die hij inderdaad steeds perfecter wil vastleggen. In de Z Portfolio (1981) hebben verschillende naakte mannen in dertien vierkante composities dezelfde behandeling gekregen als de bloemstillevens. Uitgekiend studiolicht ketst bijvoorbeeld op het witgeverfde haar en de rechterschouder van Leigh Lee, een donker model dat naast een omkrullend zwart scherm oogt als een stamper naast een bloemblad.

Lee Leigh, 1980. Foto Robert Mapplethorpe Foundation

En ja, dan zijn er die andere stampers. „Robert zocht naar de absoluut perfecte zwarte penis”, zegt zijn biografe Patricia Morrisroe in Look at the pictures. Die penis bleek aan Milton Moore te hangen. Moore poseerde voor verschillende beroemd geworden foto’s, waaronder Man in Polyester Suit: een man in driedelig pak dus, op kruishoogte gezien, met een grote onbesneden slurf uit de gulp. Een heel effectief beeld, want het wordt zo’n orgáán ineens, temidden van al die strak gevouwen en gestikte stof.

Perfect studiolicht

Bij Mapplethorpe worden penissen bloemen, zoals bloemen vaak sculpturen worden, en echte sculpturen in beeld zijn gebracht alsof het levende lijven zijn.

Het zijn uitstekende foto’s, waarin alles evenwichtig gekadreerd is in perfect studiolicht. Er zijn erbij die lang beklijven. Maar ze zijn ook weer niet zo opzienbarend dat ze Mapplethorpes beroemdheid helemaal kunnen verklaren. Die beroemdheid is ook door andere factoren bepaald: zijn status in de New Yorkse kunstwereld van de jaren tachtig, zijn omgang met beroemdheden (hun glossy beeltenissen zijn een derde grote groep op de tentoonstelling, naast de bloemen en de lichamen), de tragische afloop door aids en de controverse die zijn fotografische nalatenschap begin jaren negentig teweegbracht in conservatief Amerika. Want er wordt in Mapplethorpes foto’s dus wel eens een vinger in een plasbuis gestoken, of een vuist in een kont, en zoiets schiet dan soms in een verkeerd keelgat.

Robert Mapplethorpe, Calla Lily, 1988. Foto Robert Mapplethorpe Foundation

Vijfentwintig jaar geleden stuitte je niet zo gauw op zulke beelden, maar nu staat het hele internet er vol mee. We zijn wel wat gewend. Foto’s van celebrities zijn ook overal, en op sites als Flickr en Instagram wordt Mapplethorpe door amateurfotografen naar de kroon gestoken met uitgebalanceerde bloemstillevens. Zijn werk maakt niet meer dezelfde indruk als vroeger.

Waarom dan toch naar de Kunsthal? Omdat dit de eerste grote Mapplethorpe-tentoonstelling in Nederland is sinds de dood van de kunstenaar. De bezoeker weet voortaan precies wat hij zich bij Mapplethorpe moet voorstellen. Al zijn bekende foto’s hangen er, en meer. De volledige X-Y-Z-portfolio’s, bijvoorbeeld. De afdrukken (die Mapplethorpe nooit zelf maakte) zijn om je vingers bij af te likken: zwarte partijen zijn ook echt inktzwart, huid heeft zachte grijstonen, bloemblaadjes zijn stralend wit. En als je je even over alle internetfoto’s in je achterhoofd heen zet, begrijp je Mapplethorpes verwondering over de sensualiteit van een witte aronskelk. Het lijkt wel een bevroren beeld van opspattende melk. De keiharde, berekenende man uit de documentaire Look at the pictures moet ook een gevoelige kant hebben gehad. Kan niet anders. Zoals hij naar donkere lijven keek, naar konten en ruggen, gezichten en piemels, en zoals hij die uitlichtte en in het kader zette: dat is meer dan seks alleen. Daar is ook liefde in het spel.