Recensie

BNN lokt oorlog uit in reality-experiment

Zap

In ‘Dat wordt oorlog!’ zet BNN twee groepen tegen elkaar op, zonder dat ze dit weten. De groepen blijken maar een klein zetje nodig te hebben.

Team Rood in 'Dat wordt oorlog!'

De sociale psychologie vormt een permanente inspiratiebron voor reality-tv met een educatief karakter. Zo baseert „het nieuwe sociale experiment van BNN” onder de titel Dat Wordt Oorlog! zich op het klassieke Robbers Cave Experiment uit 1954. Je kunt ook denken aan boek en film Lord of the Flies.

In de inleiding vat presentator Jan Versteegh de essentie als volgt samen: „Oorlog is van alle tijden en alle mensen, als er maar iemand tijdig op de juiste knoppen drukt.” Dat drukken gebeurt dit keer door gedragskundige Jan-Willem van Prooijen in de control room van een verlaten kazerne. Zonder dat ze van elkaars bestaan weten, verblijven daar ook gedurende zes dagen een Team Rood en een Team Blauw. In beide teams van zes bevindt zich een zogeheten insider (zeg maar: de mol), die instructies vanuit de control room ontvangt.

De eerste stap is het hechter maken van het team, dat bestaat uit mensen die elkaar nooit eerder hebben ontmoet. Dat lukt door een paar gezamenlijke opdrachten, licht gevaar en een begin van depersonalisatie door het uitdelen van uniforme kleding. Ongevraagd doet iedereen zijn best doet om vooral niet af te wijken van de norm en erop let dat ook de eigen broeken niet te veel in kleur variëren.

De volgende stap is het in gang zetten van „een cirkel van wraak”. Als Team Rood in de ruimte arriveert waar het ontbijt klaar zou staan, vinden ze lege tafels en een boodschap van Team Blauw: „Wie het eerst komt, wie het eerst maalt.” De eikels, wacht maar af, dat zullen we ze betaald zetten, ook al heeft niemand in Team Rood nog maar gezien wie er in Team Blauw zitten. In werkelijkheid is het de spelleiding die deze streek geleverd heeft.

Ook heel ironisch: als even later Team Blauw pas echt het ontbijt ophaalt, hoeft niemand ze te instrueren om ook het eten van Team Rood op de tafel ernaast mee te nemen. Dat doet de groep spontaan. Het leven imiteert de kunst.

Nee, een rooskleurig beeld van de mens als kuddedier levert dit experiment niet op. Het zijn de bekende mechanismen van wij zijn goed en zij zijn stom. Er is nauwelijks manipulatie nodig om dit soort tribale gedrag in gang te zetten.

Het is dan ook bijna futiel om de les te illustreren met een citaat uit Mein Kampf of beelden uit dictatoriale samenlevingen. Dit is gewoon het mechanisme van het schoolplein en het sportveld. De duistere machten die aan de touwtjes trekken, kunnen ook mentale coaches zijn, jongerenwerkers of gewoon de chef van de afdeling die met een dagje paintballen de cohesie een beetje wil verbeteren.

Irakees trapt er niet in

Maar het kan geen kwaad een breed en jong publiek nog eens aanschouwelijk uit te leggen hoe ontvankelijk we allemaal zijn voor manipulatie en groepsdwang. Uitzonderingen daargelaten natuurlijk, maar die zullen nooit erg populair worden.

Intrigerend is een van de leden van Team Rood, de Iraakse vluchteling Fadi. Die is er van het begin af aan van overtuigd dat de groep gemanipuleerd wordt door onzichtbare machten en dat het doel is om de leden van het team onderling tegen elkaar uit te spelen. Ook dat is een tactiek, maar niet de eerste waar de bedenkers van het Robbers Cave-experiment, uitgevoerd op een zomerkamp van 12-jarige jongetjes in Oklahoma, aan dachten. In het Midden-Oosten is het misschien wel een voor de hand liggende optie.

Heel goed ook om de rondlopende camera’s niet met veel kunst- en vliegwerk buiten beeld te willen houden.Je wilt immers zien hoe zo’n programma tot stand komt.