Opinie

Sluiten kolencentrales is duur en contraproductief…

Volgens de groene achterban van VVD, GroenLinks, D66 en CDA – de partijen die nu praten over regeringsdeelname – moeten kolencentrales zo snel mogelijk dicht. Schadelijke symboolpolitiek, vindt Cyriel de Jong. Integendeel, we moeten de transitie naar ‘duurzaam’ niet overlaten aan de markt, betoogt Simon Kalf.

De roep om Nederlandse kolencentrales te sluiten, klinkt steeds luider. Greenpeace en andere milieuorganisaties pleiten hier al jaren voor. Politieke partijen met groene intenties, zoals GroenLinks, Partij van de Arbeid en D66, hadden de sluiting in hun verkiezingsprogramma opgenomen en hebben haar nu tot onderwerp van de kabinetsformatie gemaakt. Ze doen dit in de volle overtuiging dat het de opwarming van de aarde zal vertragen. En het is ook een makkelijk verhaal voor de kiezers: kolen zijn vies en daar moeten we vanaf. Helaas, door sluiting van kolencentrales wordt er geen ton CO2 minder uitgestoten. Integendeel, het is dure symboolpolitiek die echte oplossingen verdringt.

Symboolpolitiek

Hoe kan dat? Europa heeft een plafond vastgesteld voor CO2-uitstoot door Europese bedrijven, inclusief elektriciteitscentrales, en handhaaft dit plafond door bedrijven emissierechten (quota voor de CO2-uitstoot) te geven, die ze vervolgens met elkaar mogen verhandelen. De emissieprijs schommelt al enige tijd rond de 5 euro per ton CO2-uitstoot, veel lager dan aanvankelijk de bedoeling was.

Het systeem werkt als de wet van communicerende vaten: minder uitstoot in Nederland zorgt voor meer ruimte om elders in Europa CO2 uit te stoten. Die uitstoot verplaatst zich naar de energiesector in een ander Europees land of naar de industrieën die ook onder het emissieplafond vallen: cement, papier, metaal, chemie of petrochemie.

Europese overheden besteden miljarden aan het stimuleren van duurzame energie. In Duitsland bijvoorbeeld zijn de kosten al opgelopen tot meer dan 27 miljard euro per jaar. Tegelijkertijd zijn de emissies er de afgelopen paar jaar nauwelijks gedaald, met name doordat relatief schone gascentrales niet rendabel konden produceren. En de uitstoot van CO2 in andere landen, waaronder voormalige Oostbloklanden, is juist gestegen.

De reflex van de politiek is om dan maar kolencentrales gedwongen te sluiten, zowel in Duitsland als Nederland. Dat is duur en contraproductief: eigenaren van die centrales zullen met miljarden euro’s gecompenseerd moeten worden, terwijl een nog lagere emissieprijs voor meer emissies elders zal zorgen. Het klimaat heeft hier niks aan.

Europa moet zich richten op vermindering van de CO2-uitstoot, niet op afgeleide doelen zoals een groter aandeel duurzame energie.

Sluiting van kolencentrales wordt vaak verdedigd door te wijzen op de doelstelling om in 2020 16 procent van het Nederlandse energieverbruik op te wekken uit hernieuwbare bronnen. Dat is een doelstelling die voortvloeit uit Europese afspraken. Net als in Duitsland zal deze miljarden kostende doelstelling alleen niet leiden tot een vermindering van de Europese CO2-uitstoot. Zelfs De Nederlandsche Bank uitte hierover meermaals haar zorgen: Europa moet zich richten op vermindering van de CO2-uitstoot, niet op afgeleide doelen zoals een groter aandeel duurzame energie.

Verminder het aantal emissierechten

De politiek houdt het volk voor de gek met al deze zogenaamd groene maatregelen. Terwijl het alternatief voor het oprapen ligt: verminder het aantal emissierechten. Het meest effectief is een Europese afspraak om het emissieplafond versneld te verlagen. De Europese Commissie heeft het dit jaar geprobeerd, maar is vastgelopen op de weerstand van met name Oost-Europese landen, Polen voorop.

De afgesproken verlaging is daardoor beperkt gebleven tot 2,2 procent per jaar, waarschijnlijk onvoldoende om de afspraken van de Klimaatconferentie in Parijs na te komen. Maar wat belet Nederland, idealiter aangevuld met een kopgroep van andere Europese landen, om minder emissierechten beschikbaar te stellen? Dankzij de lage CO2-prijs is dit een uiterst goedkoop instrument.

Een rekenvoorbeeld. De CO2-uitstoot van de gehele Nederlandse energiesector bedraagt ongeveer 50 miljoen ton. Voor 250 miljoen euro per jaar kan de Nederlandse overheid deze uitstoot dus volledig compenseren. Dat is goedkoop en dient het klimaat. Daarmee vergeleken is de sluiting van kolencentrales een schijnmaatregel die op lange termijn het vertrouwen in milieumaatregelen ondermijnt.

We hoeven niet op de politici te wachten om actie te ondernemen. Via een organisatie als TheCompensators.org kan iedere particulier en ieder bedrijf emissierechten kopen en vervolgens laten verdwijnen. Voor 5 euro wordt een ton minder CO2 uitgestoten. Waar of hoe is niet van belang; de negatieve impact van CO2 is overal hetzelfde. Een effectievere klimaatmaatregel is nauwelijks denkbaar.

Hoe tegenstrijdig het ook klinkt: juist met het sluiten van kolencentrales kopen we ons geweten af. Het is symboolpolitiek die het klimaat uiteindelijk schaadt. Met het verminderen van emissierechten helpen we het klimaat echt.

Lees ook de reactie van Simon Kalf: De kolenlobby saboteert een alternatief