Misfits die alleen bij elkaar passen

James Gunn

De regisseur van het frisse en intelligent-grappige Guardians of the Galaxy raakte aan de buitenaardse personages verknocht. „Ik was zelf zo’n kind dat er niet bij hoorde.”

Bepaald niet elke verfilming van een stripboek is een meesterwerk, maar Guardians of the Galaxy kwam er in 2014 dichtbij. De actie, humor, acteurs en swingende soundtrack werden alom geprezen. De opbrengst bedroeg wereldwijd 773 miljoen dollar.

Wie waren die Guardians of the Galaxy eigenlijk? James Gunn (46), als regisseur en scenarioschrijver bekend van komedies en zombiefilm Slither (2006), kreeg van Marvel-directeur Kevin Feige de kans een script te schrijven over een superheldenstrip die vrijwel niemand kende. Zonder potentiële schare fans dus, zoals Spider-Man en Iron Man die hebben. Maar Gunns combinatie van buitenaardse actie en intelligente grappen bleek al even verfrissend als de cast, die gedeeltelijk eveneens uit het niets verschenen.

De trailer.

Zo speelde de onbekende tv-acteur Chris Pratt de blufferige held Peter Quill, die zichzelf Star-Lord noemt, en Zoe Saldana zijn groene ‘love interest’ Gamora. Oud-worstelaar Dave Bautista is de vol-getatoeëerde, bombastische reus Drax. De grote namen in de cast waren volledig onherkenbaar: Bradley Cooper bezielde de genetisch gemanipuleerde wasbeer Rocket, Vin Diesel de wandelende boomstam Groot. Enige tekst: „I am Groot.”

Herkenbaar buitenaards

James Gunn, die de pers te woord stond in het London Hotel in West Hollywood, is naar eigen zeggen verknocht geraakt aan de personages. Het op internet razend populaire filmpje dat na de aftiteling van Guardians of the Galaxy komt – ‘Baby Groot’ die danst op Michael Jackson – is gebaseerd op zijn eigen, nogal opvallende dansstijl. „Het zijn personages waaraan ik me emotioneel hecht. Ik kende dat daarvoor niet zo, maar het publiek voelt dat aan”, zegt Gunn.

De hoeders van hun uithoek van de melkweg zijn een verzameling misfits; eenlingen die nergens bij passen, behalve bij elkaar. „Het was ontroerend van jonge mensen te horen: door jouw film voel ik me niet zo anders meer. Het zijn buitenaardse wezens, maar ze zijn heel herkenbaar.”

Als kind was Gunn ook een eenling, zegt hij: „Zo’n kind dat er niet bij hoorde.” Hij vond troost in de films van Martin Scorsese, Steven Spielberg en David Cronenberg. „Films kunnen je het gevoel geven dat je er toch niet alleen voor hoeft te staan, dat er mensen zijn die je wél begrijpen.”

In de Amerikaanse media werd het eerste deel van Guardians of the Galaxy omschreven als een perfect voorbeeld van de ‘post-plot-productie’: een film die barst van de actie, scherpe dialogen en insinuerende grappen, maar zonder echte verhaallijn. Deel twee is anders. Kende deel één een speelse vader-zoondynamiek tussen Peter Quill en zijn blauwe, buitenaardse mentor, nu glijdt de gespannen relatie van Quill met zijn filmvader (Kurt Russell) af van liefde naar strijd.

Dat is deels autobiografisch, stelt Gunn, die het schrijven van een superheldenfilm als therapie lijkt te zien. Zijn eigen vader is een voormalig alcoholist. „Hij is al heel lang nuchter, maar niet toen ik opgroeide. Ik kom uit een disfunctionele familie die totaal niet openstond voor kunstenaars of mensen die anders tegen de wereld aankijken. Ik ben nog steeds aan het leren om van mijn vader te houden.”

Gunn stopte naar eigen zeggen ook iets van zijn vader in de gemuteerde wasbeer Rocket. „Een beschadigde ziel die niet weet hoe hij liefde moet accepteren. Als hij dat ervaart, duwt hij anderen weg, grauwt en bijt hij, wordt een nare kerel. Zijn reis staat in deze film centraal. Wat hij leert over zichzelf en zijn emotionele pantser.”

Of meer van zulke zielenroerselen ook opduiken in deel drie? James Gunn wil er nog niet over praten, al staat al vast dat hij opnieuw scenario en regie verzorgt – hij is de enige regisseur die bij Marvel de vrije hand heeft bij een complete filmfranchise.