Minder of meer Nederlanders in Marokko? ‘Meer natuurlijk’!

Van enige animositeit tussen de Marokkanen en Nederlanders is geen sprake, merkt Koen Greven op in het toeristische centrum van Marrakesh.

Het Djemaa el Fna-plein in Marrakesh. Foto Istock

De stemming in Palais Chahramane zit er vroeg op de avond al goed in. Midden in het restaurant – dat zichzelf aanprijst typiquement marocain – zitten twee groepen van Kras Reizen. Nederlanders dus. Ze genieten in de sprookjesachtige sfeer van Marrakesh van de Marokkaanse tajine in combinatie met nationale rode en witte wijnen. Het leven is goed hier in Noord-Afrika.

Als er zangers en dansers het lokaal binnenkomen wordt er geklapt en gelachen. Twee vrouwen gaan met de plaatselijke artiesten op de foto. Van enige animositeit tussen de Marokkanen en Nederlanders is geen sprake. De ober kijkt dan ook enigszins verbaasd als ik hem vraag of ze liever meer of minder Nederlandse gasten hebben. „Meer natuurlijk”, zegt hij lachend.

Een paar honderd meter verderop ligt het beroemde Djemaa el Fna-plein. De sfeer was hier eerder op de avond totaal anders. Het krioelt hier steevast van de mensen die, schuifelend langs slangenbezweerders, apentrainers en verhalenvertellers, op zoek gaan naar een eettentje in de open lucht. Die zoektocht is al een avontuur op zich. Je hoeft maar één blik op het eten te werpen en je hebt direct contact met het personeel. „Waar kom je vandaan?”, luidt de eerste vraag. Het antwoord ‘Nederland’ doet het nog altijd opvallend goed.

Op het gezicht van Mouha verschijnt een glimlach als hij mijn land van herkomst hoort. De Marokkaan weet dat hij slechts in heel korte tijd een toerist moet zien te overtuigen om voor zijn ‘restaurant’ oftewel kraam 117 te kiezen. Zinnetjes als ‘allemachtig prachtig achtentachtig’ of ‘kijken, kijken en niet kopen’, zijn inmiddels ook in Marrakesh belegen. Bovendien haal je daar de klanten niet mee naar binnen.

Nee, van Badr Hari houden we hier niet, luidt het antwoord. „Bad behaviour. Hou hem maar in Nederland.

„Ahmed Aboutaleb!”, roept Mouha, om er direct aan toe te voegen dat bij hem alleen locals eten. „Good food.” „Rotterdam no! Amsterdam!”, zeg ik lachend en loop verder. De lach van Mouha verandert al snel in een grimas.

Een paar meter verder voltrekt zich eenzelfde ritueel. Opnieuw wordt Holland heel positief ontvangen. Dit keer is de ‘lokker’ duidelijk een sportliefhebber. Terwijl ik al bijna bij een volgend kraampje dreunt hij in sneltreinvaart een rijtje namen van voetballers op: „Hakim Zijech, Karim El Ahmadi, Mounir El Hamdaoui.” „Nee”, zeg ik, „weg met Ajacieden en Feyenoorders. Geef mij liever Ibrahim Afellay van PSV!” Ik loop verder, de jonge man geeft zich gewonnen.

Aan de enorme rij met eettentjes komt bijna een einde. Voor de derde keer word ik bijna smekend om mijn nationaliteit gevraagd. Na ‘Nederland’ volgt er nu een opvallende andere naam: „Abdelkader Benali.” De naam van de schrijver klinkt me midden op het Djemaa el Fna-plein als muziek in de oren. Het loopje langs de kraampjes wordt zo een vreemd feest van herkenning. Allemaal namen van succesvolle Marokkanen.

Maar wie is daar nu eigenlijk het meest trots op? Ik doe spontaan een tegenzet. „Badr Hari?”, zeg ik vragend. Hoofdschudden is de reactie. „Nee, van Badr Hari houden we hier niet”, luidt het antwoord. „Bad behaviour. Hou hem maar in Nederland.”

Ze hebben er geen weet van dat ‘wij’ de markt in Marrakesh in snel tempo aan het verpesten zijn.

Ik verlaat het chaotische plein en kom via de oude medina in Palais Chahramane terecht. Het restaurant is leeg, op de tafels met Nederlanders na. Die eten nu eenmaal vroeg, ook als ze in Marokko zijn. Aanpassen, ho maar. Opnieuw raak ik verstrikt in een vreemde mix. Het is een prettige botsing van culturen tussen Marokkanen en Nederlanders. Alles verloopt in harmonie.

Totdat ik aan het einde van de avond de rekening gepresenteerd krijg. Voor de middelmatige maaltijd en de wijn moet ik een bedrag van boven de 60 euro afrekenen. Op hetzelfde moment loopt de groep van Kras Reizen luid lachend de tent uit.

Ze hebben er geen weet van dat ‘wij’ de markt in Marrakesh in snel tempo aan het verpesten zijn. Minder Nederlanders naar Marokko graag!