Column

Iedereen weet dat brainstorms niet werken

Column Japke-d. Bouma Er zijn heel veel kantoorclichés. Worden we daar nou beter van, vraagt zich wekelijks af.

Eens in de zoveel tijd pakken donkere wolken zich samen boven de kantoortuin en komt iedereen erin terecht: de brainstorm. Als je goed oplet kan je hem zien aankomen, maar mensen die het druk hebben worden er altijd weer door overvallen.

Brainstorms zijn van die bijeenkomsten waarvoor iedereen naar een zaaltje, een omgebouwde kerk of een industriële loods moet komen om „de energie los te maken”, „vrij van beperkingen te associëren” en „de beste ideeën” te bedenken. Iedereen vindt ze heel erg. Ze zijn bijna nog slechter voor je energieniveau dan reizen in de spits met vier vouwfietsen voor je schenen. Dat zuigen, dat optimisme, vreselijk. Alsof er iets uit je hoofd zou moeten komen dat er op de natuurlijke weg niet was uitgekomen.

Als je pech hebt kom je ook nog in een „geleide brainstorm” of een „deep dive” terecht. Met zo’n positieve moderator. Of het is één van je collega’s die een training „creatief denken” heeft gedaan. Dan krijg je gele kaarten als je ‘ja-maar’ zegt. Of je zit ineens met stiften, Lego-steentjes en een kleurplaat voor je volwassen snotkoker om terug naar je kindzijn te gaan.

Iedereen weet dat brainstorms niet werken, er zijn wetenschappelijke studies over vol geschreven. Ja, ze zijn ideaal voor mensen die graag ergens doorheen roepen, maar verder wordt niemand er beter van. Laat mensen op kantoor liever douchen, Netflixen, whisky drinken of familiebezoek organiseren – daar komt meer uit. En zelfs áls er goede ideeën uitkomen, dan wordt het lijstje vaak verwisseld met de notulen van de manager die graag wil opvallen. Of erger nog: er was altijd allang een idee. Van die ene rotcollega die altijd met je baas gaat lunchen.

Denk je dat Johan Cruijff brainstormde? Of Jezus? Als Mondriaan was gaan brainstormen waren ze waarschijnlijk uitgekomen op Bob Ross-achtig aquarelleren in de regen en had je nooit meer iets van hem gehoord. De beste ideeën bedenken we in ons eentje.

Een manager kan beter een lijstje van iedereen vragen en daarmee verder gaan. De beste ideeën zijn vaak ook te pijnlijk voor een brainstorm. Want je kan er niet tegen je baas zeggen dat hij beter kan opstappen. Of dat we beter het geld uit het bedrijf kunnen halen en ervan met z’n allen op vakantie naar Sint Maarten kunnen gaan.

Het klopt ook niet: brainstorm. Alsof het iets met je hersens is, terwijl het bij brainstorms juist om ijdelheid en testosteron gaat. En dan dat stormen. Wie wil er nou in een storm zitten, behalve dan die mensen uit die film met die tornado’s. En wat is een goede brainstorm? Eentje waar je kletsnat uitkomt, of eentje waarin je je kruit hebt drooggehouden voor een keer dat er wél naar je wordt geluisterd?

Niet dat we moeten stoppen met brainstormen. Want brainstorms zijn superhandig om de leuke collega’s eruit te filteren. Een brainstorm is als een ontgroening waarin je je collega’s leert kennen.

En dan is er natuurlijk nog dat andere voordeel aan brainstormen en dat is het moment erna. Het moment dat het weer opklaart en iedereen met chocomel bij de verwarming gaat zitten. Dat ene moment dat er zonder storm niet geweest was, het moment dat je weer aan het werk kan.

Het moment van de kalmte, na de storm.

Meer #kantoorclichés op Twitter via @Japked