‘Het huis-aan-huisblad hoeft niet kritisch’

Gratis kranten

De Persgroep wil zijn 152 gratis weekbladen winstgevend maken. De artikelen moeten meer gaan over ‘local heroes’

Krantenbezorgers ’s ochtends vroeg in Hoofddorp. Foto NILS VAN HOUTS/ ANP

Is er toekomst voor De Havenloods in Rotterdam? Voor de Winterswijkse Weekkrant? De Gazet van Bergen op Zoom?

Jazeker, zeggen Jan van Dun en Erik van Gruijthuijsen van de Persgroep. „Maar niet op de manier waarop we altijd werkten.” De grootste krantenuitgever van Nederland is eigenaar van bovenstaande drie titels en nog 149 andere huis-aan-huiskranten.

Van Dun, directeur huis-aan-huiskranten, en Van Gruijthuijsen, directeur journalistiek, reageren op een artikel in NRC van vorige maand. Concurrent Telegraaf Media Groep (TMG) had net zijn gratis nieuwsbladen afgestoten, en eerder had de Persgroep al tweederde van de arbeidsplaatsen geschrapt bij zijn 152 weekkranten.

Wie zijn gratis bladen afstoot of de redacties fors inkrimpt, ziet weinig heil meer in zijn weekbladen, was de conclusie. Een kaalslag voor de lokale journalistiek, reageerden critici. Onzin, zegt Van Gruijthuijsen. „We gaan betere lokale kranten maken. Maar op een efficiënte manier.”

Toen de Persgroep uitgeverij Wegener overnam in 2014, klonk direct de vrees dat het Vlaamse mediabedrijf de huis-aan-huistak zou afstoten. Topman Christan Van Thillo, werd gezegd, gelooft niet in gratis weekkranten die geheel draaien op advertenties. In België heeft de groep slechts enkele weekbladen. „Advertentiebladen noemen we ze ook”, zegt Van Dun. „De redactie dient enkel als stopper.”

In Nederland daarentegen vormen huis-aan-huiskranten voor veel lezers een geliefde bron van lokale nieuwtjes. De Persgroep verspreidt wekelijks 4,3 miljoen kranten. „Mij is nooit gezegd dat we moeten verkopen”, zegt Van Dun. Wel probeert hij sinds 2015 meer lijn te krijgen in het beleid. „We maakten 150 verschillende kranten. Er was weinig sturing. De redactiechefs vielen onder de commercieel directeur.”

Een nieuwe organisatie moet de Persgroep-bladen winstgevend maken. Dat is nu niet het geval, beamen beide directeuren. Hoeveel verlies ze maakten willen ze niet zeggen. Van Dun: „Maar er moest iets gebeuren om de titels veilig te stellen.”

Van 90 naar 30 redacteuren

Tussen 2008 en 2015 zagen alle huis-aan-huiskranten in Nederland hun advertentie-inkomsten gemiddeld 55 procent dalen. Ook de Persgroep verloor „tientallen procenten”. Te veel mensen waren volgens Van Dun ook louter bezig met doorplaatsen van persberichten. „Er ging nauwelijks iemand meer op pad.” In februari van dit jaar besloot de Persgroep daarom het aantal redacteuren terug te brengen van negentig naar dertig. Zo moet meer geld overblijven voor journalistiek. Elke coördinator krijgt maximaal drie titels onder zich. De meeste artikelen komen van freelancers of direct „vanuit de maatschappij”.

Het gevaar bestaat dat die freelancers minder kritisch schrijven. Immers, de zelfstandige die vandaag een krantenstuk schrijft over z’n gemeente of een middenstander, heeft morgen een PR-klus voor diezelfde gemeente of middenstander. Alleen van hun journalistieke werk kunnen weinig freelancers leven.

Ontbreekt kritiek? „Ik zie geen bezwaren”, zegt Van Gruijthuijsen. „Freelancers zijn juist heel begaan met hun lokale omgeving. Regelmatig moeten we hen zelfs beschermen en afremmen in hun kritiek.”

Bovendien, zegt Van Gruijthuijsen, moet je een onderscheid maken tussen huis-aan-huiskrant en regionaal dagblad. De eerste moet amuseren, schrijven over wat hij local heroes in de gemeenschap noemt. Kritische journalistiek is volgens de Persgroep meer op zijn plek in het dagblad. „In de tijd van Wegener wilden de huis-aan-huisbladen te veel dagblad zijn.”

Met succes toch? Destijds werden de weekkranten altijd gepresenteerd als het financiële succes van Wegener? Van Gruijthuijsen: „Die presentatie was te rooskleurig.”