Commentaar

Tachtigplussers in de cel nopen tot herbezinning

Rukt de 80-plusser op in het strafrecht? Het lijkt er op. Na de veroordeling tot vier jaar cel van een 89-jarige vrouw wegens doodslag op haar echtgenoot na 63 jaar huwelijk, zei het OM in NRC dit te verwachten. Met vergrijzing als eenvoudige oorzaak. De cijfers van justitie wijzen al in die richting. Het aantal veroordeelde zestigplussers tussen 2011 en 2015 verdubbelde tot jaarlijks een kleine 600. In 2015 waren 25 gedetineerden van 75 jaar en ouder. Uit de jurisprudentie blijkt, voor zover gepubliceerd, dat het daarbij om mannen gaat, veroordeeld wegens oplichting, verkeersmisdrijven en zedendelicten. Vorig jaar werd nog een 75-jarige evangelisch leider van een christelijk therapeutisch zorgcentrum voor ontucht met patiënten tot 3 jaar cel veroordeeld.

Rechters houden rekening met zeer hoge leeftijd: geëiste werkstraffen worden waar mogelijk vervangen door geldboetes, detentie wordt dan voorwaardelijk opgelegd of beperkt tot een kortere duur. Celstraf is een uitzondering, ook omdat rechters weten, zoals in de Amsterdamse zaak ook is verwoord, dat detentie aan het eind van het leven bovengemiddeld zwaar is. Hoe langer de straf en hoe hoger de leeftijd, hoe kleiner het perspectief op een leven ná de cel.

In de Amsterdamse zaak speelden verwaarlozing, vervreemding en frustratie waarschijnlijk een rol. Hoewel de rechtbank niet heeft kunnen vaststellen wat de vrouw precies heeft bewogen bij haar daad. Zij ontkent alles en maakte het zo dus ook moeilijk voor de rechtbank om een goed beeld te krijgen van alle omstandigheden. De rechtbank volgde het OM in de al op voorhand gematigde eis van vier jaar cel, in plaats van de gebruikelijke acht, vanwege haar leeftijd, afwezig strafblad en omdat zij geestelijk normaal functioneert en helder nadenkt. Verder wilde de man niet dood en had hij normaal verzorgd kunnen worden. Voor hulp bij zelfdoding was dus geen aanwijzing.

Het drama wordt gecompleteerd door de sociale omgeving die niet waarnam of wilde zien dat het stel langs elkaar heen was gaan leven, er onderling wrijvingen waren en de man zichzelf fysiek verwaarloosde. Tegelijkertijd maakt juist dat de zaak voor velen herkenbaar – de grens tussen privacy en ‘ingrijpen’ bij bejaarden is kolossaal moeilijk.

Het perspectief dat een vrouw van 89 nu vier jaar in de gevangenis moet verblijven, eventueel op de ‘Extra Zorg’-afdeling, zoals de rechtbank suggereert, blijft ondanks alles moeilijk voorstelbaar. Hoe laakbaar haar daad ook was, kan dit haar alleen worden aangerekend – en is dit een humane uitkomst? De rechter had misschien niet veel keus, maar voor de samenleving is het probleem toch breder.

Het Nederlandse gevangeniswezen kent, anders dan het Duitse (in Singen) en het Britse, geen speciale seniorengevangenissen of -vleugels. Daar is in ieder geval minder dagelijks lawaai, stress en geweld. Maatwerk voor doelgroepen is in het gevangeniswezen niet ongebruikelijk. Voor lichtgestrafte jeugdigen bestaat bijvoorbeeld dagdetentie – alleen overdag opgesloten. Voor gedetineerden in de laatste fase van de straf is verlof en digitaal toezicht met een enkelband beschikbaar.

Suggesties uit de advocatuur vorig jaar om een ‘seniorenstrafrecht’ te ontwikkelen vond de staatssecretaris destijds niets toevoegen. Wellicht is ook niet het strafrecht het probleem, maar eerder de strafexecutie. Bij een trendmatige groei van het aantal bejaarde daders wordt ook de aanleiding groter om daar anders over te gaan denken en meer maatwerk te bieden.