Column

Geel gevaarin de duinen

Een vriendin was zo attent om ons te wijzen op een risico, verbonden aan een verblijf langs de Nederlandse kust. Het risico heet hoornaar. Ik had nog nooit van deze beestjes gehoord, maar dat ligt aan mij, niet aan de hoornaar, die soms zijn uiterste best doet om in het nieuws te komen.

Op internet vond ik een filmpje over een echtpaar uit Drenthe, dat met enkele andere fietsers op een fietspad tussen Hollandscheveld en Elim overvallen werd door een zwerm woedende hoornaars, afkomstig van een nest in een holle boom langs het pad. De hoornaars staken er lustig op los, de man moest per brancard het slagveld verlaten. „Schrik’n, schrik’n”, zei een andere man die er beter vanaf was gekomen.

Die vriendin vertelde ons dat zij laatst op de stang van het douchegordijn in haar huisje in de duinen plotseling zo’n reusachtige hoornaar had gezien. „Ze was zeker vier centimeter groot. Waarschijnlijk een koningin. Ze leek ons vriendelijk te observeren. Het is net of ze een brilletje op hebben.” Het beestje kreeg het dringende verzoek het pand te verlaten, en toen het niet wilde luisteren, werd het met harde hand (de stofzuiger) verwijderd.

Volgens de vriendin neemt het aantal hoornaars de laatste tien jaar in de duinen zienderogen toe. Vroeger kwam de hoornaar in Nederland vaak voor, maar door landbouwgif verdween hij in de jaren zestig naar de achtergrond. Sinds de jaren negentig neemt de populatie weer toe, vooral in het zuiden en het oosten – en kennelijk dus ook in de kuststrook.

De hoornaar is een reuzenwesp, ongeveer tweemaal zo groot als een gewone wesp. Borststuk en kop zijn roodbruin en het achterlijf is geel met enkele zwarte strepen. Ze zijn minder agressief dan gewone wespen en komen ook niet zo gretig op zoetigheden af, maar hun steek kan pijnlijk zijn en gevaarlijk voor mensen die allergisch voor hun gif zijn. De hoornaar is een goede en nuttige insectenbestrijder omdat hij zich op grotere insecten stort dan de gewone wesp.

De hoornaar heeft zelfs de literatuur bereikt, vertelde de vriendin, die het werk van de Oostenrijkse schrijfster Marlen Haushofer (van de roman Die Wand) goed kent. Haushofer heeft het boekje De avonturen van kater Balthazar (Bartl in het Duits) geschreven, waarin deze jonge kater op zolder argeloos met een hoornaar (‘Hornisse’) speelt. De vrouw des huizes grijpt ontzet in en veegt het insect met een bezem het venster uit. Balthazar blijft nog lang vergeefs wachten op de terugkeer van zijn gele speelgoed.

Misschien wil de lezer zo vriendelijk zijn het bovenstaande niet over te briefen aan mijn vrouw, die al op de gewóne wesp reageert als een Noord-Koreaanse dictator op een Amerikaans dreigement.

Etentjes op terrassen worden afgebroken als het gele gevaar zich aankondigt, wijnglazen met bierviltjes afgedekt en kinderen en vee haastig binnengehaald. Als ze zou horen dat de reuzenwesp ook al de Nederlandse kust onveilig maakt, zullen wij de zon nooit meer in het Noordzeewater zien schijnen.

Ook mij maakt deze ontwikkeling moedeloos. We zaten al met die verdomde teken die geheimzinnige ziektes kunnen veroorzaken waarvan de medici nog niet het fijne weten. Nu ook nog de hoornaar. Misschien moeten we alle insecten die zich niet willen aanpassen, gewoon het land uitzetten.