Frankrijk: Assad schuldig aan gifgasaanval

Bij de aanval begin deze maand overleden 87 mensen. Voor het eerst zegt een land de schuld van president Assad aan te kunnen tonen.

Foto: stringer/EPA

De Syrische president Bashar al-Assad zit achter de gifgasaanval van begin deze maand waarbij 87 mensen omkwamen. Dat zegt de Franse minister van Buitenlandse Zaken, Jean-Marc Ayrault, op basis van onderzoek van de Franse inlichtingendienst, meldt AP. Het is voor het eerst dat een land zegt aangetoond te hebben dat de president achter een gifgasaanval zit.

Een Britse delegatie van de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW) had al eerder met monsters bewezen dat giftig saringas was gebruikt. Maar er was nooit hard bewijs dat Assad achter de aanval zat. Rebellen zouden namelijk ook schuldig kunnen zijn. Volgens minister van Buitenlandse Zaken Ayrault blijkt uit het Franse onderzoek dat de methode waarmee het gifgas is gemaakt doorslaggevend is:

“De methode is kenmerkend voor het regime en dat stelt ons in staat om het verantwoordelijk te houden voor de aanval.”

Assad ontkent verantwoordelijkheid voor de aanval. Hij beweert dat het Syrische leger in 2013 alle chemische wapens heeft ingeleverd tijdens een formele overdracht aan de Verenigde Naties. “Alle meldingen van gasaanvallen zijn 100 procent gefabriceerd”, liet hij kort na de aanval weten aan persbureau AFP.

Gifgas

De gifgasaanval raakte op 4 april het dorp Khan Shaykhun in de Syrische provincie Idlib. Filmpjes op sociale media tonen slachtoffers met symptomen van een zenuwgasaanval: ademnood, speekselvloed, vernauwde pupillen, misselijkheid en overgeven. Het hoge aantal slachtoffers, 87, past bij saringas en niet bij het chloorgas waar de Syrische bevolking al veel vaker door is geraakt.

Het is de zwaarste chemische aanval in de Syrische oorlog sinds een aanval in Ghouta in 2013, vlakbij de hoofdstad Damascus. Ook toen ging een onderzoeksteam van de Verenigde Naties uit van het gebruik van saringas. Het team kon toen niet genoeg bewijs verzamelen dat het Syrisch regime achter de aanval zat. Wel ratificeerde Assad onder politieke druk het chemische wapens verdrag en werd chemische munitie vernietigd of overgedragen aan de Verenigde Naties.

Chloorgas

Toch begon het Syrisch regime vanaf april 2014 weer chloorgas in te zetten, dat minder schadelijk is dan sarin maar in hoge doseringen ook dodelijk. Volgens Eliot Higgins van de Britse onderzoeksgroep Bellingcat is daar het afgelopen jaar zelfs voortdurend gebruik van gemaakt. Hij vertelde aan NRC-correspondent Gert van Langendonck:

“De laatste week of zo gebeurt het bijna dagelijks. Maar omdat het in dunbevolkt gebied plaatsvindt, of omdat er weinig dodelijke slachtoffers vallen, hebben die aanvallen weinig of geen aandacht gekregen. Maar je kan spreken van een systematische campagne van gebruik van chemische wapens.”

Reacties

De VS veroordeelden de gifgasaanval al snel en voerden zelfs een vergeldingsaanval uit op de Syrische luchtmachtbasis die gebruikt zou zijn voor de gifgasaanval. 59 Tomahawk raketten veroorzaakten schade aan de luchtmachtbasis, waarbij vijf militairen omkwamen en zeven anderen gewond raakten. Het was de eerste keer dat de VS een aanval uitvoerden op het Syrische regime sinds de start van de oorlog zes jaar geleden. Bondgenoten Syrië, Iran en Rusland reageerden woedend op de Amerikaanse raketten.

Bij de eerdere gifgasaanval in Ghouta voerden de Verenigde Staten onder Obama geen vergeldingsaanval uit, hoewel daar eerder mee gedreigd werd. Obama had voor die aanval altijd gezegd dat het gebruik van chemische wapens een “rode lijn” zou zijn in het conflict.

De VN-Veiligheidsraad veroordeelde de aanval en riep de Syrische president op om onderzoekers toegang tot het land te geven en informatie te openbaren. Rusland blokkeerde internationaal onderzoek naar de aanval met een veto.